koolmees

Ik zie ze niet meer zo vaak nu we geen eigen tuin meer hebben. Maar gisteren in de tuin van vriendin C. in Vught zag ik ze ronddartelen met z’n allen. Maar de vogels op de foto zag ik jaren geleden in de bostuin van Els. Nog nooit zag ik ze zo dichtbij en zo op hun gemak. En kijkend naar de foto’s zie ik mezelf daar weer genieten van de dieren en planten.

wier

Toen ik laatst op het strand liep zag ik allerlei wier op de vloedlijn liggen. Het was gedroogd door de zon en gebrek aan water en dat kwam mij goed uit want ik wilde er wat mee naar huis nemen. Daar heb ik ze een voor een op een vel papier in de zon gelegd en gefotografeerd. Dit is een van mijn favoriete lukkingen. Woord bestaat niet maar als er wel mislukkingen mogen zijn, dan mogen er van mij ook lukkingen zijn.

zand

Van de week fietste ik naar het strand en maakte daar foto’s van het zand die ik nog niet gemaakt had. Soms vallen dingen je opeens op. Zo zag ik patronen in het wat natte, harde zand die ik nog niet had gezien. Het ritme van de patronen was zo mooi dus: op de foto.

Toen ik terugliep door het zachte, vermoeiende zand, zag ik opeens de kleine kuiltjes die al die voetstappen voor mij hadden achtergelaten. En geen enkel kuiltje was gelijk aan de ander. Dus door de knieën en op de foto. Thuisgekomen vond ik ze op de computer nog veel boeiender dan in het echt. Dat is ook de magie van de fotografie: iets gewoons buitengewoon maken. En daarom geniet ik zo van fotograferen en vooral het voorafgaand in mijn eentje rondlopen en kijken en steeds maar weer kijken.

blauw

Nu er veel aandacht is voor de kleur van de mensenhuid valt het me op dat het steeds over wit en zwart en alle variaties daartussen gaat. Geen woord over ‘blauwen’. En toch zijn die er ook maar omdat het er maar zo weinig zijn en zij dus geen ‘bedreiging’ kunnen worden, lezen we er niet over. Tot nu toe dan, want ze bestaan. Als je het geneesmiddel Cordarone tegen hartproblemen moet slikken kan je huid een grijsblauwe tint krijgen. En sommige baby’s met een hartafwijking hebben een blauwe huidtint. En dan de mensen die een blauwtje hebben gelopen…

Nu kwam ik onlangs een heel speciaal blauw iemand tegen. Zij leek wat op een middeleeuwe met zo’n puntmuts, maar het was een 21e eeuwse, opgebouwd uit slijm en wulk en ontstaan op het Katwijkse strand.

crea op het strand

Behalve dat we gefietst en gewandeld hebben, zijn we ook creatief bezig geweest in Katwijk, ieder op onze eigen wijze. Glaasje erbij, het geluid van de golven, de warmte van de zon en de vriendschap, wat kun je je nog meer wensen.

verhaal van een roggenei

De roggen die in de Noordzee leven eten kleine vissen, kreeftachtigen en weekdieren.
Zelf zijn het, net als de haai, kraakbeenvissen want hun hele skelet bestaat uit kraakbeen in plaats van bot.

Roggen hebben een plat lichaam en liggen de grootste tijd van hun leven op de bodem van de zee.

De vrouwtjes leggen eieren die lijken op zwarte rechthoekige doosjes met op alle punten een stekel waarmee de eieren vastgezet worden op stenen, wier of wrakken. Iedere soort heeft een eigen eivorm en is daaraan te herkennen.

Soms vind ik een of meerdere lege eierschalen op het strand, zo ook van de week. Natuurlijk nam ik ze mee en ging ik ermee spelen. Het werden een soort levende wezens die een eigen leven gingen leiden. De eerste rekte zich even goed uit om zich te laten fotograferen. Daardoor had hij er geen erg in dat er een grote strandgaper aankwam en die nam hem klem tussen zijn kleppen. Maar hij wist zich los te worstelen, ging versterking halen en zo gingen de beide roggeneieren de strandgaper te lijf.

En dat alles gebeurde voor mijn ogen op de tafel in Katwijk.

wolkenluchten

Ik ben inmiddels weer thuis en heb de foto’s (heel veel) op de computer gezet. En nu pas zie ik hoeveel foto’s ik van de wolkenluchten heb gemaakt. Maar beter teveel dan spijt achteraf omdat je net die prachtige lucht niet hebt gefotografeerd. Een kleine impressie van die wolkenluchten en dan snap je waarom we volgend jaar weer naar Katwijk willen. Maar er was meer dan alleen die mooie luchten. Het was de zee en het strand voor onze neus, het fijne samenzijn met vriendin A., het lekker uit eten gaan, een stuk fietsen, schrijven, fotograferen en gewoon lekker tutten. Klik op een foto als je die vergroot wilt zien.

mussen

Mussen (Passeridae) behoren tot een familie in de orde der zangvogels. De bekendste soort is ongetwijfeld de huismus. In de Latijnse naam zie ik iets van ‘aanpasser’ en dat vind ik wel passen. En ik heb nooit geweten dat het getsjilp als gezang werd aangeduid. Maakt niet uit, ik geniet van die bruine scharrelaar die ik geregeld zie op het strand.

Het is nu 2020 als ik over de mus schrijf. Maar dat werd heel lang geleden ook al gedaan. Het vroegste dat ik kon vinden was uit 1608 : ‘MUSSCHENTONG. De haewkens oft vruchten van de Esschen worden genaemt inde Apoteken…, dat is Vogelstonge, oft Mussentonge.

En in die tijd werden matrasjes of kussentjes gevuld met ‘Mosschen-veeren’. Hoeveel mussen zouden daarvoor nodig zijn geweest? Ik ben bang heel veel. Maar daar zaten ze toen niet zo mee. Mussen hebben nooit hoog in aanzien gestaan. Nu ze de laatste jaren dreigden te verdwijnen worden ze pas gewaardeerd.

Maar in 1642 werden vogeltjes vooral vanwege hun eetbaarheid gewaardeerd, hoewel: De Vincken en Leeuwerken…sijn meest al licht te verteeren…De Mossen zijn wat harder…
Ook in de spreekwoorden kwam de mus er niet echt voordelig uit. In 1810 : ‘zijn kruid op de musschen verschieten’ (zijn moeite besteden aan een te geringe zaak). En ‘iemand blij maken met een doode mosch (voldaan zijn zonder genoegzame reden).

Als je rond 1857een mosch van een meid’ genoemd werd, was dat geen compliment. Er was dan weinig aardigs aan je te ontdekken. En dan kan het ook zo gebeuren dat er een ‘mussengild’ werd opgericht : een vereeniging tot het doodschieten van musschen in den zaaitijd.

Als ik weer eens in een museum van oude kunst ben, zal ik opletten of ik een mus in de handen van een jonge vrouw zie op een schilderij. Dat duidt op wulpsheid. Dit vanwege de toen verbreide opvatting over de aard van deze vogel.

Nee, dan maar liever nu leven als mus. Dan word je weer gastvrij ontvangen in de tuinen en wordt er zelfs landelijk aandacht aan je besteed. Alleen uitkijken dat je bij te grote hitte niet op het dak gaat zitten. Voor je het weet val je er dood vanaf.

sterrenzout

Kort geleden schreef ik over de mooie nieuwe woorden in een boek. Toen ik sterrenzout las dacht ik aan een foto die ik had gemaakt en die er mooi bij past. Hier mijn sterrenzout.

verenkleed

Op het strand natuurlijk ook de meeuwen gefotografeerd en vooral de juvenielen (jong volwassen meeuwen) van, ik meen, de mantelmeeuw. Niet van de zeemeeuw, want die bestaat niet. Van dichtbij zag ik op de foto pas hoe prachtig dat verenkleed is. Dat zie je niet met het blote oog. En toen ik daar een gedicht van Herman de Coninck bij vond was mijn middag weer geslaagd.

Meeuwen

Zoals dit eiland van de meeuwen
is en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand,

zo is dit eiland van de meeuwen
en de meeuwen van hun krijsen
en hun krijsen van de wind
en de wind van niemand.

Herman de Coninck

Verder kijken »