roet in het eten

Ergens las ik een dezer dagen: ‘hij gooide roet in het eten’. En ik las verder en weet niet meer waar het betrekking op had. Maar het zinnetje bleef echter in mijn hoofd zitten en ik dacht: hoe zou dit gezegde ontstaan zijn? Dit is mijn theorie: roet komt onder andere uit de schoorsteen en vroeger hadden ze een vuur waarboven de etensketel hing en die hing dus boven het gat van de schoorsteen. Als die niet geregeld geveegd werd, dan zou het kunnen gebeuren dat losgeraakt roet in het eten viel en de smaak bedierf.

Ik ben het eens gaan opzoeken maar deze verklaring heb ik niet terug kunnen vinden. Wel dat de bittere smaak van roet er de bijbetekenis aan heeft gegeven van ‘ iets dat de lekkere smaak bederft’ en dus onaangenaam is. Maar ik vind mijn theorie leuker.

averechts

Averechts

Als ik dit woord lees denk ik direct aan het breien dat ik vroeger deed. En dan verder terug naar het leren breien op school. Ik herinner me dat ik vaak in een lange rij stond aan de zijkant van de lessenaar waar volgens mij een non zat. Meestal had ik een steek laten vallen en kon die niet zelf ‘ophalen’. En zo gebeurde het geregeld dat ik meer in de rij stond dan dat ik breide. Met een gevoel van plezier denk ik terug aan het latere hokjes breien, een aantal steken recht, een aantal steken averecht, dan weer recht enz. Tot er een vierkant hokje ontstond en dan draaide je het om: boven recht breide je dan een zelfde aantal pennen averecht en andersom. Wat ik minder leuk daarvan vond waren de grauw gebreide overhemdjes die ik moest dragen en waar ik zo’n hekel aan had. Mijn oma had die gebreid en ik voel nog mijn g
êne als ik voor de gymles bij het omkleden in dat grauwe hemdje stond.

Nu denk ik dat ik had moeten schrijven ‘ averechts’ maar voor mijn gevoel had ik dan ook ‘ rechts’ moeten schrijven. In het woordenboek staat dat ik ‘ averechts’ had moeten schrijven.

Een echt goede breister of haakster ben ik nooit geweest. Mijn moeder als kind ook niet. Als oma kon ze echter de meest mooie ingebreide truien en vesten maken. Zo blijkt maar weer dat als je iets met plezier doet, het meestal beter lukt. Toen M. en A. klein waren zat ik vaak met Marijke te breien, zoals we ook samen borduurden en op andere manieren creatief waren. Lekkere ontspannen ochtenden waren dat. Soms heb ik wel weer eens zin om rechts en averechts om te gaan slaan, maar mijn handen vinden dat geen goed idee. Dan maar erover schrijven. Dat pakt dan niet averechts uit.

door de wol geverfd

Kijkend naar de verkiezing van de Tweede Kamer voorzitter zei ik: “die is wel door de wol geverfd.” En direct er achteraan dacht ik: jij verft de wol toch, de wol verft jou toch niet?

Dus even opgezocht waar de uitdrukking vandaan komt. Het blijkt dat de positieve uitleg vroeger minder positief was. Nu betekent het: ‘ zeer ervaren’, maar voorheen stond het voor ‘ brutaal, doortrapt.’ (Van Dale 2005, dus echt niet lang geleden).

Eigenlijk moet er staan: in de wol geverfd zijn. Wol die direct van het schaap kwam en onbewerkt werd geverfd werd doordrenkt met verf en hield zijn kleur beter vast. Het kostte veel meer verf en was dus duurder dan wol die later pas geverfd werd. Die was niet zo doordrongen met verf.

In de zestiende eeuw werd de uitdrukking’ in de wol geverfd’ (van iets heel goed op de hoogte zijn, meestal iets ongunstigs) al gebruikt en in de achttiende eeuw werd het ‘ door de wol geverfd zijn’.

Opeens moet ik denken aan de tijd dat onze M. nog heel klein was en ik nog regelmatig zat te spinnen. Van mijn oom kreeg ik eens per jaar een schapenvacht, nog helemaal vies en stinkend, maar dat spon het lekkerst. Van de gesponnen draden breide mijn moeder vesten voor Ton en M. Het grote vest was zo zwaar dat Ton het zijn’ kogelvrije vest’ noemde. Dat jaar kreeg ik de vacht van een zwart schaap en ik zie M. nog lopen door de kinderboerderij. Mogelijk roken de schapen nog iets bekends aan haar vestje.

Van damloper tot drenkeling

Als ik nu het woord ‘ damloper’ hoor of zie, dan denk ik aan een hardloper die de Van Dam tot Damloop loopt. Of iemand die daar wat loopt te paraderen om gezien te worden. Hoe anders is de oorsprong van dit woord. Het werd toen nog met twee o’s geschreven: damlooper. Het was vroeger de naam van ‘een klein Noord-Hollandsch vaartuig, geschikt om over de dijken, dammen en overtoomen gehaald te worden.’

Wat een drenkeling is, dat weten we nu ook nog. Maar de beschrijving in het Zeemans woordenboek van Jacob van Lennep is zo leuk dat ik het even overtype: ‘ Drenkeling- Iemand die in het water verdronken is: by toepassing iemand die zoo verzopen aan boord komt, dat hy, naar alle schijn, de reis niet voltrekken, maar onderweg sterven zal en in zee begraven worden. Van een, die beschonken zijnde, over boord valt, zegt men wel: Hij is geen Drenkeling; want hij is zoo vol jenever, dat er geen zout water meer by kan loopen.

bochten

…’ Niets is mooier dan een rivier, die blinkende weg van het verlangen. Geen beter plek om te wonen dan aan het water, oponthoud voor dromers, onophoudelijk stromend. Het allermooist is het te wonen in een stad waar de rivier een bocht maakt, als was ze even uit haar loop verleid…’

Nelleke Noordervliet: ‘ Denkend aan Haarlem’.

En ik ken vier geluksvogels die daar zowel aan het Spaarne wonen en bij een bocht in die rivier. Als kind heb ik daar vlakbij gewoond, maar deze afbeelding van een ansichtkaart is zelfs van voor mijn tijd. Door de eeuwen heen is er van deze rivier genoten.

bramzijgertje en boterland

Toen ik enkele jaren geleden een i-pad kocht, zette ik er een aantal, gratis, oude boeken op. Zoals het ‘Zeemans woordenboek’ van Jacob van Lennep (1802-1868).

Dat is zo leuk om te lezen en af en toe staat er een stukje in waar ik geen woord van begrijp. Maar ik kom ook veel bekends tegen dat toen een andere betekenis had dan nu. Of ik kom een woord tegen dat ik wel ken maar de betekenis ervan niet meer precies. Neem nu het woord ‘ Bramzijgertje’. Het klinkt bekend en roept bij mij het beeld op van een jenevertje
In het boek staat:

Bramzijgertjen: naam, dien de visscherslieden geven aan fosforieke dampen, die nu en dan uit zee opstijgen en samensmelten, en waarin de visscher, ze door zijn verbeelding vergrootende, gestalten des duivels meent te zien.’
Ik zoek het even op Google op en daar staat, behalve bovenstaande definitie, ook dat Jan de Hartog dit mogelijk heeft verzonnen voor een te jong, illegaal bemanningslid in zijn boek. Voordien kwam het woord niet voor in deze betekenis.

De bemanningsleden zagen na eindeloze dagen alleen zee wel eens meer iets dat er in werkelijkheid niet was. Zo staat in het boek onder ‘ Boterland’: Land dat men waant te zien, doch ‘t welk alleen uit een gezichtsbegoocheling ontstaat, en als wegsmelt by ‘t naderen.

Heerlijk zo’n boek om af en toe wat in te bladeren.

mooie zinnen

Vandaag lekker door het bos gelopen maar ook op het balkon in de zon zitten lezen in een gedichtenbundel. Daar streep ik dan allerlei zinnen die me aanspreken aan. Zo ook de eerste strofe van het gedicht :’ Sanctissima Virgo’ van Jacques Perk:

‘t Was bladstil, en een lauwe loomheid lag,
En woog op beemd en dorre wei, die dorstten;
Zwaar zeeg en zonder licht een vale dag
Uit wolken, die gezwollen onweer torsten.

Prachtig al die letters l in de eerste regel en in de derde de letter z. Het ritme in de eerste regel is door die l ook langzaam, dat hoor je als je het hardop leest. Er zit nog verschillend rijm in deze regels. Het lijkt zo’n simpele strofe maar hij is ongelooflijk knap opgebouwd. De rest van het gedicht spreekt me minder aan, vandaar alleen de eerste strofe.

schapen

Vandaag wil het lijf niet zo, maar het koppie doet het gelukkig wel. Dat is dan mooi een gelegenheid om eens een paar gezegdes op te zoeken die ik nog niet ken over schapen. En dat is makkelijk als je internet gebruikt. In een oud boek zie ik dat veel van die gezegdes teruggaan op de bijbel. Wat ik jammer vind is dat veel gezegdes verdwijnen en veel (jonge) mensen ze niet meer kennen. Dus doe ik gewoon er een paar op Fluweelbloem om de boel weer een beetje aan te zwengelen. En dat alles naar aanleiding van een kudde schapen gisteren door ons dorp.

Bij het eerste glas een lam, bij het tweede een leeuw, bij het derde een zwijn.

Door drank kan een zachtaardig mens veranderen tot een bruut.

Om de wol scheert men de schapen.

Vriendschap wortelt vaak in eigenbelang.

Wie zich tot schaap maakt, wordt door de wolven gevreten.

Wie zich niet weert, wordt onder de voet gelopen.

Hij is altijd schaap gebleven.

Hij is nooit slim geworden.

Je scheert de schapen naar gelang ze wol hebben.

Je moet niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven.

Het schaap met vijf poten.

Iemand die alles kan.

Eerst een raap, en dan een schaap, en dan een koe, zo gaat het naar de galg toe.

Wie eens steelt, komt van kwaad tot erger.

Dat schaap zal een zachte dood nemen.

Van die persoon zal je nooit meer iets horen.

Zijn tong is niet van schapenleer.

Hij weet goed wat lekker is.

spijkers op laag water

SPIJKERS OP LAAG WATER ZOEKEN

Ik las onlangs, ik weet niet meer waar ( in boek of op pc) iets over een spreekwoord waarvan ik denk dat weinig jonge mensen het kennen. Het is leuk dat spreekwoorden en gezegdes vaak ontstaan vanuit de dagelijkse praktijk en dat ze later een andere betekenis krijgen. Zo ook met het gezegde over spijkers zoeken. Vreemd dat het ‘ op’ laag water is en niet ‘in’ laag water want ik neem toch aan dat die spijkers waren gezonken.

…’De uitdrukking herinnert aan de scheepsbouw, in de tijd dat spijkers een grotere waarde vertegenwoordigden dan nu. Wanneer het laag water was, lieten de eigenaren van scheepswerven hun arbeiders de gevallen spijkers oprapen.

Vroeger riep het gezegde een gevoel van zuinigheid op, nu ligt het accent op gevit. De verbindende schakel is dan het aspect van de pietluttigheid.’

Ik vind het een leuk verhaal maar als ik bedenk hoe vaak ik dit gezegde zelf heb gebruikt, dan is het zelden. Toch leuk om te weten waar het vandaan komt.

storm

Stormachtig was het vandaag. We zagen een mevrouw van haar fiets geblazen worden, een ander die maar niet vooruit kwam. De garagedeur kreeg ik bijna niet open ( heel hard omhoog duwen) en daarna dicht ( heel hard omlaag duwen).

Dit was geen storm in een glas water. Of ergens de stormklok heeft geluid weet ik niet. Misschien doen ze dat allang niet meer. Stormenderhand heeft de electronica dat overgenomen. Ik ben vandaag niet aan zee geweest dus heb niet kunnen zien of er een stormeb was, een zeer lage eb veroorzaakt de de storm. Of er de stormbal is gehesen weet ik dus ook niet

Ik heb ook geen idee of er nog ergens stormjagers gebakken worden. Dat zijn oliekoeken die vroeger door de burgers op commando werden gebakken. Op wiens commando? Geen idee. Ik lees het in een oude Van Dale uit 1925.

Verder heb je nog een stormkat, stormklok, stormladder, stormlat en stormzeil. In het water hebben we stormvis (een Noordkaper), stormvloed en daarvoor een stormvloedkering.hoog in de lucht zweeft de stormvogel en ziet een kleinere soort, de stormzwaluw.

We weten ook dat wie wind zaait, storm zal oogsten. Maar wie zou de wind hebben gezaaid die vandaag opkwam als een storm? Daar kan dan de rekening van de stormschade heen.

« Previous EntriesVerder kijken »