Van damloper tot drenkeling

Als ik nu het woord ‘ damloper’ hoor of zie, dan denk ik aan een hardloper die de Van Dam tot Damloop loopt. Of iemand die daar wat loopt te paraderen om gezien te worden. Hoe anders is de oorsprong van dit woord. Het werd toen nog met twee o’s geschreven: damlooper. Het was vroeger de naam van ‘een klein Noord-Hollandsch vaartuig, geschikt om over de dijken, dammen en overtoomen gehaald te worden.’

Wat een drenkeling is, dat weten we nu ook nog. Maar de beschrijving in het Zeemans woordenboek van Jacob van Lennep is zo leuk dat ik het even overtype: ‘ Drenkeling- Iemand die in het water verdronken is: by toepassing iemand die zoo verzopen aan boord komt, dat hy, naar alle schijn, de reis niet voltrekken, maar onderweg sterven zal en in zee begraven worden. Van een, die beschonken zijnde, over boord valt, zegt men wel: Hij is geen Drenkeling; want hij is zoo vol jenever, dat er geen zout water meer by kan loopen.

bochten

…’ Niets is mooier dan een rivier, die blinkende weg van het verlangen. Geen beter plek om te wonen dan aan het water, oponthoud voor dromers, onophoudelijk stromend. Het allermooist is het te wonen in een stad waar de rivier een bocht maakt, als was ze even uit haar loop verleid…’

Nelleke Noordervliet: ‘ Denkend aan Haarlem’.

En ik ken vier geluksvogels die daar zowel aan het Spaarne wonen en bij een bocht in die rivier. Als kind heb ik daar vlakbij gewoond, maar deze afbeelding van een ansichtkaart is zelfs van voor mijn tijd. Door de eeuwen heen is er van deze rivier genoten.

bramzijgertje en boterland

Toen ik enkele jaren geleden een i-pad kocht, zette ik er een aantal, gratis, oude boeken op. Zoals het ‘Zeemans woordenboek’ van Jacob van Lennep (1802-1868).

Dat is zo leuk om te lezen en af en toe staat er een stukje in waar ik geen woord van begrijp. Maar ik kom ook veel bekends tegen dat toen een andere betekenis had dan nu. Of ik kom een woord tegen dat ik wel ken maar de betekenis ervan niet meer precies. Neem nu het woord ‘ Bramzijgertje’. Het klinkt bekend en roept bij mij het beeld op van een jenevertje
In het boek staat:

Bramzijgertjen: naam, dien de visscherslieden geven aan fosforieke dampen, die nu en dan uit zee opstijgen en samensmelten, en waarin de visscher, ze door zijn verbeelding vergrootende, gestalten des duivels meent te zien.’
Ik zoek het even op Google op en daar staat, behalve bovenstaande definitie, ook dat Jan de Hartog dit mogelijk heeft verzonnen voor een te jong, illegaal bemanningslid in zijn boek. Voordien kwam het woord niet voor in deze betekenis.

De bemanningsleden zagen na eindeloze dagen alleen zee wel eens meer iets dat er in werkelijkheid niet was. Zo staat in het boek onder ‘ Boterland’: Land dat men waant te zien, doch ‘t welk alleen uit een gezichtsbegoocheling ontstaat, en als wegsmelt by ‘t naderen.

Heerlijk zo’n boek om af en toe wat in te bladeren.

mooie zinnen

Vandaag lekker door het bos gelopen maar ook op het balkon in de zon zitten lezen in een gedichtenbundel. Daar streep ik dan allerlei zinnen die me aanspreken aan. Zo ook de eerste strofe van het gedicht :’ Sanctissima Virgo’ van Jacques Perk:

‘t Was bladstil, en een lauwe loomheid lag,
En woog op beemd en dorre wei, die dorstten;
Zwaar zeeg en zonder licht een vale dag
Uit wolken, die gezwollen onweer torsten.

Prachtig al die letters l in de eerste regel en in de derde de letter z. Het ritme in de eerste regel is door die l ook langzaam, dat hoor je als je het hardop leest. Er zit nog verschillend rijm in deze regels. Het lijkt zo’n simpele strofe maar hij is ongelooflijk knap opgebouwd. De rest van het gedicht spreekt me minder aan, vandaar alleen de eerste strofe.

schapen

Vandaag wil het lijf niet zo, maar het koppie doet het gelukkig wel. Dat is dan mooi een gelegenheid om eens een paar gezegdes op te zoeken die ik nog niet ken over schapen. En dat is makkelijk als je internet gebruikt. In een oud boek zie ik dat veel van die gezegdes teruggaan op de bijbel. Wat ik jammer vind is dat veel gezegdes verdwijnen en veel (jonge) mensen ze niet meer kennen. Dus doe ik gewoon er een paar op Fluweelbloem om de boel weer een beetje aan te zwengelen. En dat alles naar aanleiding van een kudde schapen gisteren door ons dorp.

Bij het eerste glas een lam, bij het tweede een leeuw, bij het derde een zwijn.

Door drank kan een zachtaardig mens veranderen tot een bruut.

Om de wol scheert men de schapen.

Vriendschap wortelt vaak in eigenbelang.

Wie zich tot schaap maakt, wordt door de wolven gevreten.

Wie zich niet weert, wordt onder de voet gelopen.

Hij is altijd schaap gebleven.

Hij is nooit slim geworden.

Je scheert de schapen naar gelang ze wol hebben.

Je moet niet tegen elke prijs voordeel willen nastreven.

Het schaap met vijf poten.

Iemand die alles kan.

Eerst een raap, en dan een schaap, en dan een koe, zo gaat het naar de galg toe.

Wie eens steelt, komt van kwaad tot erger.

Dat schaap zal een zachte dood nemen.

Van die persoon zal je nooit meer iets horen.

Zijn tong is niet van schapenleer.

Hij weet goed wat lekker is.

spijkers op laag water

SPIJKERS OP LAAG WATER ZOEKEN

Ik las onlangs, ik weet niet meer waar ( in boek of op pc) iets over een spreekwoord waarvan ik denk dat weinig jonge mensen het kennen. Het is leuk dat spreekwoorden en gezegdes vaak ontstaan vanuit de dagelijkse praktijk en dat ze later een andere betekenis krijgen. Zo ook met het gezegde over spijkers zoeken. Vreemd dat het ‘ op’ laag water is en niet ‘in’ laag water want ik neem toch aan dat die spijkers waren gezonken.

…’De uitdrukking herinnert aan de scheepsbouw, in de tijd dat spijkers een grotere waarde vertegenwoordigden dan nu. Wanneer het laag water was, lieten de eigenaren van scheepswerven hun arbeiders de gevallen spijkers oprapen.

Vroeger riep het gezegde een gevoel van zuinigheid op, nu ligt het accent op gevit. De verbindende schakel is dan het aspect van de pietluttigheid.’

Ik vind het een leuk verhaal maar als ik bedenk hoe vaak ik dit gezegde zelf heb gebruikt, dan is het zelden. Toch leuk om te weten waar het vandaan komt.

storm

Stormachtig was het vandaag. We zagen een mevrouw van haar fiets geblazen worden, een ander die maar niet vooruit kwam. De garagedeur kreeg ik bijna niet open ( heel hard omhoog duwen) en daarna dicht ( heel hard omlaag duwen).

Dit was geen storm in een glas water. Of ergens de stormklok heeft geluid weet ik niet. Misschien doen ze dat allang niet meer. Stormenderhand heeft de electronica dat overgenomen. Ik ben vandaag niet aan zee geweest dus heb niet kunnen zien of er een stormeb was, een zeer lage eb veroorzaakt de de storm. Of er de stormbal is gehesen weet ik dus ook niet

Ik heb ook geen idee of er nog ergens stormjagers gebakken worden. Dat zijn oliekoeken die vroeger door de burgers op commando werden gebakken. Op wiens commando? Geen idee. Ik lees het in een oude Van Dale uit 1925.

Verder heb je nog een stormkat, stormklok, stormladder, stormlat en stormzeil. In het water hebben we stormvis (een Noordkaper), stormvloed en daarvoor een stormvloedkering.hoog in de lucht zweeft de stormvogel en ziet een kleinere soort, de stormzwaluw.

We weten ook dat wie wind zaait, storm zal oogsten. Maar wie zou de wind hebben gezaaid die vandaag opkwam als een storm? Daar kan dan de rekening van de stormschade heen.

hoera

Ik zat vanavond wat te bladeren in het ‘Zeemanswoordenboek’ van Jacob van Lennep en dan weet je dat dit een oud boek is want hij leefde van 1802 tot 1862. Allerlei scheepstermen en spreekwoorden worden erin uitgelegd en soms in een taal waar ik niets van snap. Ik ben dan ook geen zeevrouw en leef niet in de 19e eeuw, dus dat is niet zo gek. Maar het is heel leuk om door te lezen en ik heb het al een paar keer gedaan. Vanavond moest ik denken aan mijn verjaardag afgelopen zondag toen er voor mij werd gezongen en dat werd afgesloten met een driewerf’ hoera’. En over dat woord staat er ook iets in. Lees maar mee.

Houzee, of hoezee.
Echte Hollandsche uitroep, doch verdrongen door ‘t Hoogduitsche of liever Kozaksche
Hoera…
…Hoera is een bloote schreeuw, waarin zich geen denkbeeld ter waereld aanhecht. Hou-zee daarentegen (zoo als de oude zeelui roepen) geeft te kennen: ‘ blijf in zee, al splijt de mast, al kraakt de kiel, al scheuren de zeilen, blijf in zee, al bulderen de orkanen, al ratelt de donder, al zocht elk de haven!’ – maar ook op de levenszee- ‘ laat u niet afschrikken, door tegenspoeden, door onheilen, door laster, door volksgeschreeuw- Hou-zee! Hou moedig zee!’

Bij Wikipedia zie ik staan dat de roep een verbastering zou zijn van het Engelse ‘ hussa’ of ‘ huzza’ dat ‘ hijsen’ betekent.

Ik moet ook direct denken aan de NSB die het woord als groet gebruikte tussen 1933 en 1945. volgens de overlevering is die groet ontstaan in IJmuiden in 1933 tijdens een vergadering waar de spreker Van Geelkerken de stampvolle zaal toeroept, met gestrekte arm,: Hou zee!
Die roep van De Ruyter en Tromp kenden de IJmuidenaren nog wel en als een man beantwoordden zij die roep. Binnen korte tijd was het de binnen de hele beweging.

Maar ik moet ook denken aan de Tweede Kamer en de koning(in) waarvoor luid een driewerf’ Hoezee’ geroepen wordt. Ook koningin Wilhelmina gebruikte het woord vaak in haar toespraken. Want ‘ hoera’ was in deze gevallen niet gepast omdat het terug zou gaan op een Duits woord en na de oorlog wilde niemand dat.

Maar ikzelf hoor liever ‘ hoera’ dan ‘ hoezee’. Zit voor mijn gevoel geen bijsmaakje aan.

letters

Als ik naar letters kijk, dan bepaalt niet alleen de vorm van de letter of ik die hard of zacht vind, maar ook het lettertype.

A of a is een wereld van verschil.

A is een technische letter zonder poespas, een soort bouwwerk.Hij zou zo van staal kunnen zijn, glad en hard van buiten en binnen.

De a is zacht en vloeiend en zou van rubber kunnen zijn, of van stof. Aaibaar, je kunt er tegenaan rusten.

Onder de A kun je schuilen voor de regen en toch nog nat worden, want de wind waait er aan alle kanten doorheen.

Ik ben anders naar letters gaan kijken door de mogelijkheden op de computer en door het boek ‘ Letterkunst’ van Kees van Kooten en Ewald Spieker. Van Kooten kan zo heerlijk schrijven over het alfabet en wat letters en woorden met je kunnen doen. Hij roept herinneringen bij je op zoals bij het stukje:

Sommige van de zesentwintig letters waren ons van het begin af aan liever dan de andere. Je favoriete letter was natuurlijk de letter waarmee je voornaam begon; die wilde ieder kind zich als eerste eigen maken, want die letter was je tenslotte zelf. Dit was ook de letter die je gaandeweg van niet-officiële haaltjes en krullen durfde te voorzien…’

Dan ben ik weer even kind en denk aan het plezier dat je had als je een letter mooi kon schrijven en inderdaad later de letters ging versieren. En dan nog even terug te komen op de A, hierover schreef Adriaan van Dis in ‘familieziek’ dat: …’ meneer Java als een A voor het raam stond.’ Die stond dus wijdbeens voor het raam met waarschijnlijk zijn handen op zijn rug. Mooi beeld , had ik zelf wel willen bedenken. In de trein zit ik vaak te schrijven over de letters en hoe ze op me over komen.Ik ben gekomen tot de K, dus mijn eigen letter moet nog komen.

aftands

Er zijn van die dagen dat je al moe wordt bij het denken aan een stap te moeten zetten. Dagen waarop je eigenlijk alleen maar wilt liggen en verder niets. Doen we niet, maar zouden wel willen. Die dagen voel je je dan net een aftands molenpaard. Waarom ik dan aan een molenpaard denk weet ik niet. Misschien omdat dat vroeger gezegd werd en je dat hebt opgeslagen.

Dan ga je wat in boekjes snuffelen en zie daar: aftands.

Het is een woord van vroeger, toen het aftandig betekende: van de tanden beroofd, tandeloos door ouderdom. Het werd ‘aftands’ en betekende later: van het tanden krijgen af. Dat betekende dus dat je al op jonge leeftijd aftands was. Nooit zo aan dat woord gedacht.

Van oorsprong zei men het van paarden die ouder dan zeven jaar waren en waarvan men aan het gebit niet meer de leeftijd kon bepalen. Dat paard was dan aftands. En een gegeven paard mocht je ook niet in de bek kijken. Nog steeds niet trouwens, maar ja, wie krijgt er nog een paard?

Langzamerhand is aftands steeds meer gaan betekenen: oud, verouderd, uit de mode. En als laatste staat er dan in het boekje ‘ van Aalmoes tot Zwijntjesjager’: aan de sukkel. Dat vind ik wel en mooie afsluiting. Vandaag voel ik dat ik aan de sukkel ben. Maar een sukkel, dat voel ik me totaal niet.

« Previous EntriesVerder kijken »