citaat

Een dodelijker citaat over iemand dan dit heb ik nog niet gelezen:

‘Zelfs zijn zwijgen bevatte taalfouten’

Stanislaw Jerzy Lec

woorden

Van de week heb ik de eerste beginselen van ‘boekselen’ geprobeerd onder de knie te krijgen tijdens een workshop van Loes Vork via de computer( tik  Loes Vork boekselen en je ziet haar voorbeelden). We kregen wat opdrachten en opeens had ik iets nieuws om tijdens warme zonnedagen in de schaduw te kunnen doen: tekenen, kleuren en schrijven ineen. De voorbeelden die ik zag waren prachtig en ik moest tegen mezelf zeggen: ‘zij is er al jaren me bezig’, vooral nadat ik mijn eigen eerste boeksel bekeek. Maar er kwam uit het doen een gedicht tevoorschijn over het gebruik van woorden in de poëzie:


opeens worden woorden
gewone woorden bijzonder
doorzichtig
omdraaien, omvouwen
openen
ondergewaardeerde woorden
komen te voorschijn

Die ondergewaardeerde woorden deden me denken aan mijn schrijven vorige week over een sleuteltje. Ik maakte er ook tekeningetjes bij en een kleine gedicht. Zoals bij ‘muzieksleutel’:

muzieksleutel

deze sleutel opent magie
onbekende klanken
voegen zich aaneen
stokken, dwarrelen
en vallen op hun plek

cappuccino

Terwijl hondje Bas op mijn schoot lag te slapen, las ik in het boekje van Wim Daniëls: ‘Huppel Nederlands’. De vrolijkste woorden uit de Nederlandse taal volgens hem.
Ik drink een espresso en lees over het woord cappuccino. Het was een woord dat niet in mijn vocabulaire voorkwam als kind, ik kende wel ‘peignoir’ en abattoir’, maar cappuccino, daar had ik nog nooit van gehoord. Ik heb toen ik het woord wel al gebruikte nooit geweten dat het een relatie heeft met de monnikskap van een kapucijnermonnik.
Maar als ik afbeelding op internet opzoek van die monniken, dan zie ik bruine pijen met bruine capuchons. Dus dat witte melklaagje zie ik niet terug in hun kleding. Hoe ontstaat dan toch zo’n woord? Geen idee.

moeder

Vandaag, op moederdag, ben ik goed verwend door Ton en de kinderen. Natuurlijk ben ik Ton zijn moeder niet, maar wel de moeder van zijn kinderen en dat vinden wij de moeite waard om bij stil te staan. Dat doen we dus ook op vaderdag.
Ik zocht naar een gedicht over moederdag-moederzijn maar vond niets dat bij mijn stemming paste, dus maar even in het oude spreekwoordenboek gekeken en vond daar onder andere:

Dat hebben ze met de moedermelk ingezogen: dat hebben ze van kindsbeen af geleerd.
Volgens de oude opvatting had de moedermelk overwegende invloed op het karakter van het kind.
Moedernaakt: zo naakt als een kind van de moeder komt.
Hij was moederziel alleen: helemaal alleen.
Daar helpt geen lievemoederen aan:mooie praatjes, liefdoen, helpen niet.
Die met de dochter trouwen wil, moet vrijen met de moeder: moet bij de moeder in het gevlij komen.
Al is een moeder nog zo arm,
Zij dekt toch warm.

Er gaat nooit en nergens iets boven de liefde en de zorg van een moeder.

Zo moeder, zo dochter.
Bij moeders pappot blijven: thuis blijven hangen als men allang de wereld in zou moeten zijn.
Vlugge moeders, trage dochters!: waarschuwing dat moeders hun dochters niet het werk uit handen moeten nemen.
De een vrijt met de moeder, de ander met de dochter: over smaak valt niet te twisten.
Als kinderen klein, zijn trappen ze moeder op de schoot, maar als ze groot zijn, trappen ze wel op het hart.
Pak maar aan, het is je moeder niet:
als iemand al te voorzichtig te werk gaat.

En voor alle moeders van nu en vroeger een speciale tulp als eerbetoon.

aal

Aal.

Gisteren kocht ik het boekje “Huppelnederlands’ van Wim Daniëls. Hij heeft de, volgens hem, vrolijkste woorden uit de Nederlandse taal van A tot Z opgeschreven. Nu ben ik dol op woordenboeken, vooral oude, dus ik pakte de Van Dale uit 1925 om eens te kijken welke woorden mij daar opvielen. Natuurlijk begon ik bij de A en kwam het woord ‘aalduiker‘ tegen. Zonder verder te lezen dacht ik: dat is iets of iemand die naar paling duikt. Aangezien palingsvissers fuiken zetten en die omhoog halen, zal het een dier zijn. En inderdaad, het was een oude naam voor de fuut.

Daaronder staat het woord ‘aalelger‘, dus ik dacht, dat heeft iets met die paling te maken. Het is een soort ‘aalschaar’ met zo’n twintig tanden van verschillende lengte en die gebruikt wordt om onder het ijs te vissen, ook op paling.
De uitdrukking voor ‘heel oud’ die ik ken is ’stokoud’ maar er bestond ook ‘aaloud‘ voor heel oud, maar die heb ik nooit gehoord. Hij staat echter in Van Dale, dus heeft hij bestaan. Zo heb ik ook nog nooit de uitdrukking: ‘hij is een koopman in aalsvellen‘ gehoord. Dat betekende hij handelt in zaken van zeer geringe waarde. Daar past dan mooi het woord ‘aalwaardig’ bij: onbezonnen, onnadenkend.
Zou dat allemaal ontstaan zijn in de tijd dat de paling goedkoop was en niet zo duur als tegenwoordig? Opeens denk ik aan een van Ton zijn lievelingsvis als we naar een visrestaurant gaan: paling in het groen, dat maakte zijn moeder vroeger.

foto’s van internet

schopstoel

De uitdrukking wordt bijna niet meer gebruikt maar momenteel zitten heel wat mensen ‘op de schopstoel’: ze kunnen ieder moment ontslagen worden; zij zijn niet zeker van hun positie (op het werk).
De schopstoel was vroeger heel wat anders. Toen wist degene die ‘op de schopstoel zat precies wat hem/haar boven het hoofd hing.

Iemand die in de middeleeuwen namelijk ’op de schopstoel zat’ was veroordeeld tot de volgende straf. Hij zat op een soort wip- de schopstoel dus- met de handen op de rug gebonden en werd zo de lucht in geslingerd.De werd gekatapulteerd en daarna kwam een lange verbanning. De naam van een pleintje in Zutphen herinnert nog aan de tijd dat hier de schopstoel stond: Schupstoel.

Bij Wikipedia kwam ik bij het item schopstoel een oude tekening tegen van een wipgalg.

50 jaar

Dit jaar zijn wij, en met ons verschillende vrienden, 50 jaar getrouwd. Ik denk dat wij van een uitstervende generatie zijn wat dat jubileum betreft want: of er wordt niet getrouwd, of ze zijn veel ouder als ze gaan trouwen of ze blijven niet zo lang bij elkaar.

Maar waarom heet het een ‘gouden huwelijksjubileum’?

Nooit geweten dat het een bijbelse oorsprong heeft. God zei ooit tegen Mozes dat hij het vijfstigste jaar moest heiligen, want dat zal een jubeljaar zijn.’
Voor de Israelieten was ieder vijftigste jaar het einde van een cyclus van zeven maal zeven sabbatsjaren. Dat werd gevierd: schulden werden kwijtgescholden, slaven bevrijd. Het werd en jubeljaar genoemd en vriendin N. , ook vijftig jaar getrouwd dit jaar, viert het met haar man dan ook het hele jubeljaar door. Natuurlijk door corona wel anders dan vooraf gedacht.

Waar komt het woord ‘jubeljaar’ vandaan? Het komt van het Hebreeuwse woord jobeel. Een jobeel is een ramshoorn, een bijbels blaasinstrument. In een jubeljaar werd die in het hele land het hele jaar gebruikt.

Het Latijnse jubilus stond voor ‘juichkreet’ want tijdens zo’n jubeljaar werd er veel gejubeld.
In 1343 bepaalde paus Clemens VI dat er iedere vijftig jaar een jubileum of gouden jaar zou zijn. Pelgrims konden dan een volle aflaat verdienen. En vanaf de 17e eeuw wordt een vijftigjarige bruiloft als gouden jubileum aangeduid.

Deze informatie las ik op een blaadje van een oude scheurkalender van ‘onze taal’.

net even anders

Ik zit weer eens mijn computer iets op te schonen en dan kom ik van alles tegen. Zoals deze Nederlandse woorden die net even een andere betekenis krijgen dan gewoonlijk.

Nederlands

Zo moeilijk is het Nederlands niet mensen. Je moet alleen maar goed kunnen lezen. De betekenis van de woorden spreekt dan voor zichzelf. Enige voorbeelden:

• Antiloop: middel tegen diarree.

• Bedacht: naast bed nummer zeven.

• Achteraf: min acht.

• Continenten: inenten op een delicate plaats van het lichaam.

• Papier: zwaarlijvige Ier.

• Super-de-luxe: onbetaalde superbenzine,

• Minister: heel kleine ster.

• Profeet: professor aan tafel.

• Kaarsrecht: recht om kaarsen te maken.

• Vertrouwen: huwelijk in het buitenland.

• Uurwerk: werk dat per uur betaald wordt.

• Minimaal: kleine maaltijd.

• Panama: vader laat moeder voorgaan.

• Kieskeurig: kies in goede staat.

• Misleider: priester.

• Politicus: zoen van een politieagent.

• Eileider: autoritaire kip.

• Coupon: nachtgewaad voor een rund,

• Oordeel: lel van een oor.

• Paling: vader van chinees meisje.

• Uitdrukking: einde van constipatie.

• Verzuipen: drinken in het buitenland.

• Uitzonderlijk: begrafenis ondernemer op reís.

Zie je nu wel. Goed lezen is heel belangrijk.

Cor Respondent

ammehoela

Zou iemand dat nog zeggen? En zo ja, dan is het waarschijnlijk niet iemand van de jongere generatie. Ik kan het me van mezelf wel herinneren. Meestal kwam er dan ‘ ja’ voor. Toen wist ik niet dat er ooit een koning was geweest die Amanoellah heette. Hij leefde van 1892 tot 1960 en was koning van Afghanistan. Hij wilde het land hervormen naar westerse maatstaven maar daar kwam de bevolking tegen in op stand en in 1929 ging hij in ballingschap en werd een veelbesproken societyfiguur.

Maar hoe komt die uitdrukking dan in Nederland?
Mogelijk heeft Jasperina de Jong dat bekend gemaakt bij het grote publiek door in de musical Sweet Charity te roepen’ ammehoela’ en daarbij zichzelf een klap op haar bil gevend.

Dat laatste zou terug kunnen gaan op koning Amanoellah die een figuurlijke trap onder zijn achterste kreeg. In zijn eponiemenwoordenboek citeert Ewoud Sanders uit een revue rond de jaren 1928 waarin de dialoog voorkomt: ‘Ik ben de koning’. ‘Ha, ha, jij koning? Aan me hoela’. ‘Ja, ik ben koning Amanhoellah’.

Ik heb twee foto’s van hem gevonden.

dwarsbomen

Er zijn mensen die zich door niets of niemand van hun plannen willen laten afbrengen: zij willen niet gedwarsboomd worden. Ik zat wat over dat woord na te denken en zag een boom over een weg hangen, aan beide kanten ondersteund,  zodat je niet verder kon rijden.

Blijkt daar ook de oorsprong van het woord te liggen. Tegenwoordig gebruiken wij het woord bijna alleen figuurlijk, hoewel, soms op bospaden in natuurgebieden wordt het pad nog afgesloten door een overdwarshangende boom die aan beide kanten op ijzeren liggers steunt en vaak is vastgelegd met een ketting.

Vroeger gebruikte men een spar als dwarsboom en ook waterwegen werden zo afgezet. Want als de stadspoorten sloten wilde men nog wel eens via het water de stad binnenkomen.

Hildebrand schrijft in de Camera Obscura:’ Aan voor boomsluiten thuis te zijn was geen denken’.

Dus hoewel wij het woord tegenwoordig bijna altijd figuurlijk gebruiken wordt het ook soms nog letterlijk gebruikt nu we omgevallen bomen in het bos laten liggen die het pad kunnen blokkeren en komen we ze soms op landelijke fietspaden in een natuurgebied nog tegen, opgehangen door de beheerders.

Verder kijken »