herfsttranen

In de 19e eeuw schreef Bakhuizen van den Brink:

De vrouw, wier herfst schooner was, dan de lente van vele anderen

Dat is toch prachtig als dat over je wordt gezegd. Ook ik ben in de herfst van mijn leven en ik geniet ervan zoals ik van iedere herfst geniet. Zo ook van de herfstflikkers. Nee, niet wat je denkt, het zijn gewoon de bliksemflitsen in de herfst. En ik hoop komend weekend wat herfsttranen te fotograferen, niet bij mijn kinderen, maar buiten in de natuur op takken en bladeren. ”Dan sal dack en tack staen schreyen Met een’ vochten Herfsten-traen”, schreef HUYGENS in 1621.

Ik hoop ook najaarsdraden te zien. Het zijn van die lange draden die jonge spinnen spinnen en waarop zij ver weg zweven van hun geboorteplek.

Last van de herfstziekte heb ik dus niet, integendeel. Het is mijn favoriete jaargetijde.

mooi proza

Momenteel herlees ik ‘ De grote vrouw’ van Meir Shalev. Ik houd van zijn manier van schrijven en vind al zijn boeken die ik heb het herlezen waard, soms wel drie keer. Een klein voorbeeld over hoe de hoofdpersoon over zijn moeder vertelt:

…’Omdat ze vaak hardop denkt en gedenkt, net zoals ze vaak hardop in haar boeken leest, krijgen wij keer op keer de bekende bijzonderheden te horen en te herkauwen. En omdat haar verouderende geheugen, als een pad dat weinig wordt betreden, allengs verandert- oude sporen worden er uitgevlakt en nieuwe planten komen er op- wordt het ons met haar hulp gegund om ons ook dingen te herinneren die nooit zijn gebeurd, en om samen met haar dingen te vergeten die nooit zijn gebeurd en zijn vervlogen’….

Over zichzelf vertelt hij:

…’Vaak wordt de waarheid nog eerder ontdekt door de voet dan door het oog, want zodra de voet een weg betreedt, bedaart hij, en met hem komt het lijf tot bedaren. De knie en de enkel glimlachen al, en het gekraak, dat de voorgaande stappen begeleidde, wordt aangenaam en zacht in de labyrinten van het oor. Dan is de tijd gekomen om de longen vol te zuigen met adem, het hoofd op te richten en het oog te laten zien waar het overheen heeft gekeken…

Dit zijn toch stukken die je graag nog eens herleest? Ik in ieder geval wel. Vooral in zo’n regenachtig weekend zoals nu.

advocaatje

Heel lang geleden zong ik als kind het liedje: ‘advocaatje ging op reis, tiereliereliere’. Later toen ik voor de klas stond zong ik dat ook graag met de kinderen en liet ze er allemaal armgebaren bij maken. Toen nooit gedacht aan de gele lekkernij die ik pas op latere leeftijd leerde waarderen. Dat was iets voor oude dames en dat was ik in die tijd nog lang niet.

Maar waarom heet dit mengsel van brandewijn, eieren, suiker en nootmuskaat ‘advocaat’? Als het nu zwart-wit zou zijn zou ik de link snappen. Maar gelukkig zijn er oude boeken die dat uit de doeken doen. Zo las ik in’ Van aalmoes tot zwijntjesjager’ van Dr.P.H.Schröder:

…’De bijstand (van een advocaat) wordt veelal verleend door het houden van een pleidooi. Daarvoor moet de advocaat goed bij stem zijn en als een uitnemend smeersel voor de keel beschouwde men ( en beschouwt men wellicht nog) de bovengenoemde drank, die daaraan de naam advocatenborrel, kortweg advocaat(je) ontleende.

Dus mocht je liefhebber zijn van dit gele goedje en er wordt wat scheef naar je gekeken, dan kun je nu zeggen: heb ik nodig voor mijn stem.

veel woorden

Is een taal die met één woord iets kan zeggen waar een andere taal tien woorden voor nodig heeft hoogwaardiger? Neem nu het woord ‘iktsuarpok’. Geen idee wat het betekent zonder dat ik de vertaling heb gezien. Weet niet eens hoe Inuits uit Groenland het uitspreken, vast heel anders dan ik het nu doe.

Ik probeer er wat uit te halen (ik- pok), maar dat werkt niet. Dan maar de vertaling bekijken en die luidt: ‘iemand verwachten en steeds kijken of hij er al is.’
Knap als je dat in een woord weet te vangen. Volgens mij is de Engelse taal daar ook beter in dan het Nederlands. Zijn wij een praatgrager volk dat zoveel mogelijk aan het woord wil zijn en daarom veel woorden gebruikt voor iets dat met minder woorden zou kunnen? Ik heb geen idee.

groente

Waarom zou groente groente heten terwijl niet alle groente groen is? Het is eigenlijk al een oud woord dat vroeger ook anders gebruikt werd. Toen zei men bijvoorbeeld: ‘de groente van het gras is prachtig dit voorjaar’. In de 17e eeuw noemde men al het gewas, ook de bomen en struiken, groente. Als men een boswandeling ging maken zei men tegen elkaar:’ we betreden nu de groente’.
Later werd het woord niet meer zo gebruikt en werd het alleen voor eetbare groene plantendelen gebruikt. Het woord werd dus verengd. Maar daarna werd het weer verruimd omdat toen ook rode bietjes, oranje wortelen enzovoort tot ‘de groente’ werden gerekend.
En nu kijken wij vanaf vier hoog niet de de groente maar in het verse lentegroen. en van groente geniet Ton niet, maar van dit groen volop.

lavendel

Vandaag een dag om de boekenkasten op mijn kamer eens door te nemen: wat kan weg en wat mag blijven. Ik vrees dat er weinig weggaat, maar alles weer eens ordenen brengt onverwachte ontmoetingen met boekjes en teksten. Zo vond ik een mapje met uitgescheurde kalenderblaadjes uit ‘Onze Taal’ en het eerste blad gaat over de vraag: Is het toevallig dat lavendel zo geschikt is voor badwater?
Omdat ik twee graag badderende dochters heb, draaide ik het blad om en las:

‘Nee. Het woord lavendel betekent: ‘wat dienstig is voor het wassen’. In Italië begon men deze plant al vroeg te gebruiken om baden geurig te maken. Middeleeuws-Latijn lavendulais een afleiding van het Latijnse lavare ‘wassen’.
Wij kennen de lavendel als sinds het Middelnederlands. Lavareis verwant met het Nederlandse loogdat een betekenisverandering heeft ondergaan van ’sop’ tot ’soda-oplossing’.


En als ik aan lavendel denk, zie ik de velden in Frankrijk terug tijdens onze vakanties daar en herinner me de geuren die eruit opstegen. En de bosjes lavendel die we later mee naar huis namen, zoals heel vroeger de bosjes heide. Die gingen in de linnenkast zodat ik zelfs maanden later door de geur weer even terug was in die lavendelvelden.

zeemanswoordenboek

Ik zit op mijn i-pad te ‘bladeren’ door het Zeemanswoordenboek uit 1856 en samengesteld door Jacob van Lennep en zoek wat stukken op die ik gemarkeerd heb. Bij een van de eerste staat een tekst waar ik echt niets van begrijp. Het is de verklaring van het woord ‘Aanwenken:

Het doen springen der lijfokkebras en het byvieren der magermans en voorbranboelijn op het kommando van wenk wat aan voor.

Op internet kom ik ook niet verder en word ik weer verwezen naar het boven genoemde boek.

Andere woorden vind ik gewoon leuk, zoals het woord: Achtereb. Het mij onbekende woord voor het laatste gedeelte van de eb. Mooi woord voor in een gedicht.

Alle woorden en gezegdes hebben met de scheepvaart te maken en daar hoort natuurlijk een anker bij. Deze twee gezegdes erover kende ik niet:

Van zijn neus een Anker maken ( niet verder willen zien dan zijn neus lang is)

Hij is zoo vet als een Spaansch Anker (hy is zo mager als een hout). Nu zeggen we: mager als een lat.

En zo gaat Van Lennep het hele alfabet af, en ik ga met hem mee. Dit is zo leuk om te lezen, daarom geef ik er wat van door.

namen

Hoe ontstaan namen eigenlijk? En wie bepaalt dat iets goed is en iets anders niet? Neem nu de namen van bewoners van landen.

Er zijn een aantal landen die eindigen op land: Nederland, Zwitserland, IJsland, Griekenland, Schotland, Engeland en Ierland, om er een paar te noemen. Nu zou je denken dat de namen van de inwoners op dezelfde wijze vervoegd worden. Maar dat is niet zo.

Bijvoorbeeld: Nederland: Nederlander- Nederlandse, IJsland: IJslander- IJslandse.

Maar Griekenland: Griek en Griekse, Finland: Fin en Finse, Schotland: Schot en Schotse, Ierland: Ier en Ierse.

Maar bij Rusland is het: Rus en Russin. Bij Engeland: Engelsman en Engelse.

Wanneer zou dit ontstaan zijn en vanwaar deze verschillen? Ik heb geen idee.

Neem nu ook Frankrijk: Fransman- Française. Waarom niet Fransvrouw?

Zo zijn er ook verschillen tussen onze provincies en vast ook bij de andere landen ter wereld. Leuk om over na te denken, zittend op het balkon.

strijken

Vanmorgen streek ik gelukkig niet het vaantje (flauwvallen) maar het strijkdroge strijkgoed met een moderne stoomstrijkbout en niet, zoals mijn moeder vroeger met een zware bout waarmee ze alles goed warm streek, behalve de zakdoeken. Als die als laatste gedaan moesten worden ging de stekker eruit, zuinigheid, en werd met het laatste restje warmte de bout koud gestreken.

Ik streek vanmorgen Ton over zijn bol terwijl op de radio een strijkconcert was met prachtige strijkmuziek. Toen de eerste bout leeg was ben ik even op de bank neergestreken met de i-pad op schoot. Door het raam viel strijklicht naar binnen, een rustmoment. Daarbij dacht ik aan wat ik op het nieuws had gehoord over geld dat aan de strijkstok was blijven hangen, aan alle strijkages rond het koninklijk paar en dacht: ‘erger je niet, verbaas je.’ En ik streek voort.

van tippelaar tot tintelhoofd

Ik zat wat te bladeren in het zeer dikke ‘ handboek voor de puzzelaar’ en zag daar achter het woord ‘ tippelaar’ staan: wandelaar. Wat schetst mijn verbazing dat achter het woord ‘ tippelaarster’ niet wandelaarster staat maar : lichtekooi, straatmeid. Dit is toch discriminatie?

Zo staat achter ‘ tortelen’: minnekozen. Maar een ‘tortelkot’ is geen minnekoosplek maar een bordeel. Van zacht naar hard, van lief naar betaald lief.

Ik zag nog twee hele leuke woorden: ‘ tintelkop.’ Dat betekent: driftkop, heethoofd.
En ‘ vonkenboer’. Ik had geen idee wat dat zou kunnen zijn en ‘ radiotelegrafist’ zou ik helemaal nooit erbij bedacht hebben. Ik ga er vast en zeker nog vaker in kijken.

Verder kijken »