schopstoel

De uitdrukking wordt bijna niet meer gebruikt maar momenteel zitten heel wat mensen ‘op de schopstoel’: ze kunnen ieder moment ontslagen worden; zij zijn niet zeker van hun positie (op het werk).
De schopstoel was vroeger heel wat anders. Toen wist degene die ‘op de schopstoel zat precies wat hem/haar boven het hoofd hing.

Iemand die in de middeleeuwen namelijk ’op de schopstoel zat’ was veroordeeld tot de volgende straf. Hij zat op een soort wip- de schopstoel dus- met de handen op de rug gebonden en werd zo de lucht in geslingerd.De werd gekatapulteerd en daarna kwam een lange verbanning. De naam van een pleintje in Zutphen herinnert nog aan de tijd dat hier de schopstoel stond: Schupstoel.

Bij Wikipedia kwam ik bij het item schopstoel een oude tekening tegen van een wipgalg.

50 jaar

Dit jaar zijn wij, en met ons verschillende vrienden, 50 jaar getrouwd. Ik denk dat wij van een uitstervende generatie zijn wat dat jubileum betreft want: of er wordt niet getrouwd, of ze zijn veel ouder als ze gaan trouwen of ze blijven niet zo lang bij elkaar.

Maar waarom heet het een ‘gouden huwelijksjubileum’?

Nooit geweten dat het een bijbelse oorsprong heeft. God zei ooit tegen Mozes dat hij het vijfstigste jaar moest heiligen, want dat zal een jubeljaar zijn.’
Voor de Israelieten was ieder vijftigste jaar het einde van een cyclus van zeven maal zeven sabbatsjaren. Dat werd gevierd: schulden werden kwijtgescholden, slaven bevrijd. Het werd en jubeljaar genoemd en vriendin N. , ook vijftig jaar getrouwd dit jaar, viert het met haar man dan ook het hele jubeljaar door. Natuurlijk door corona wel anders dan vooraf gedacht.

Waar komt het woord ‘jubeljaar’ vandaan? Het komt van het Hebreeuwse woord jobeel. Een jobeel is een ramshoorn, een bijbels blaasinstrument. In een jubeljaar werd die in het hele land het hele jaar gebruikt.

Het Latijnse jubilus stond voor ‘juichkreet’ want tijdens zo’n jubeljaar werd er veel gejubeld.
In 1343 bepaalde paus Clemens VI dat er iedere vijftig jaar een jubileum of gouden jaar zou zijn. Pelgrims konden dan een volle aflaat verdienen. En vanaf de 17e eeuw wordt een vijftigjarige bruiloft als gouden jubileum aangeduid.

Deze informatie las ik op een blaadje van een oude scheurkalender van ‘onze taal’.

net even anders

Ik zit weer eens mijn computer iets op te schonen en dan kom ik van alles tegen. Zoals deze Nederlandse woorden die net even een andere betekenis krijgen dan gewoonlijk.

Nederlands

Zo moeilijk is het Nederlands niet mensen. Je moet alleen maar goed kunnen lezen. De betekenis van de woorden spreekt dan voor zichzelf. Enige voorbeelden:

• Antiloop: middel tegen diarree.

• Bedacht: naast bed nummer zeven.

• Achteraf: min acht.

• Continenten: inenten op een delicate plaats van het lichaam.

• Papier: zwaarlijvige Ier.

• Super-de-luxe: onbetaalde superbenzine,

• Minister: heel kleine ster.

• Profeet: professor aan tafel.

• Kaarsrecht: recht om kaarsen te maken.

• Vertrouwen: huwelijk in het buitenland.

• Uurwerk: werk dat per uur betaald wordt.

• Minimaal: kleine maaltijd.

• Panama: vader laat moeder voorgaan.

• Kieskeurig: kies in goede staat.

• Misleider: priester.

• Politicus: zoen van een politieagent.

• Eileider: autoritaire kip.

• Coupon: nachtgewaad voor een rund,

• Oordeel: lel van een oor.

• Paling: vader van chinees meisje.

• Uitdrukking: einde van constipatie.

• Verzuipen: drinken in het buitenland.

• Uitzonderlijk: begrafenis ondernemer op reís.

Zie je nu wel. Goed lezen is heel belangrijk.

Cor Respondent

ammehoela

Zou iemand dat nog zeggen? En zo ja, dan is het waarschijnlijk niet iemand van de jongere generatie. Ik kan het me van mezelf wel herinneren. Meestal kwam er dan ‘ ja’ voor. Toen wist ik niet dat er ooit een koning was geweest die Amanoellah heette. Hij leefde van 1892 tot 1960 en was koning van Afghanistan. Hij wilde het land hervormen naar westerse maatstaven maar daar kwam de bevolking tegen in op stand en in 1929 ging hij in ballingschap en werd een veelbesproken societyfiguur.

Maar hoe komt die uitdrukking dan in Nederland?
Mogelijk heeft Jasperina de Jong dat bekend gemaakt bij het grote publiek door in de musical Sweet Charity te roepen’ ammehoela’ en daarbij zichzelf een klap op haar bil gevend.

Dat laatste zou terug kunnen gaan op koning Amanoellah die een figuurlijke trap onder zijn achterste kreeg. In zijn eponiemenwoordenboek citeert Ewoud Sanders uit een revue rond de jaren 1928 waarin de dialoog voorkomt: ‘Ik ben de koning’. ‘Ha, ha, jij koning? Aan me hoela’. ‘Ja, ik ben koning Amanhoellah’.

Ik heb twee foto’s van hem gevonden.

dwarsbomen

Er zijn mensen die zich door niets of niemand van hun plannen willen laten afbrengen: zij willen niet gedwarsboomd worden. Ik zat wat over dat woord na te denken en zag een boom over een weg hangen, aan beide kanten ondersteund,  zodat je niet verder kon rijden.

Blijkt daar ook de oorsprong van het woord te liggen. Tegenwoordig gebruiken wij het woord bijna alleen figuurlijk, hoewel, soms op bospaden in natuurgebieden wordt het pad nog afgesloten door een overdwarshangende boom die aan beide kanten op ijzeren liggers steunt en vaak is vastgelegd met een ketting.

Vroeger gebruikte men een spar als dwarsboom en ook waterwegen werden zo afgezet. Want als de stadspoorten sloten wilde men nog wel eens via het water de stad binnenkomen.

Hildebrand schrijft in de Camera Obscura:’ Aan voor boomsluiten thuis te zijn was geen denken’.

Dus hoewel wij het woord tegenwoordig bijna altijd figuurlijk gebruiken wordt het ook soms nog letterlijk gebruikt nu we omgevallen bomen in het bos laten liggen die het pad kunnen blokkeren en komen we ze soms op landelijke fietspaden in een natuurgebied nog tegen, opgehangen door de beheerders.

kraam

Gebeurtenissen om je heen bepalen soms je blik op wat je leest en ziet. Zo viel mijn oog op het woord ‘kraamvrouw’ en dat is niet toevallig want de dochter van een vriendin is net bevallen van een dochter, dus bleef ik bij het woord hangen.
Een kraamvrouw kan een vrouw op de markt zijn die achter een kraam staat, en je had vroeger een marktkramer. Soms kramen we onzin uit, als het maar in onze kraam te pas komt.

Maar daar denk ik nu niet aan als ik het woord lees, ik denk aan een vrouw die net bevallen is.
Wat is een kraam? Een ruimte afgezet met doeken, maar hoe past dat bij een geboorte?
In vroeger tijden werd het deel van de kamer waar de zwangere vrouw te bed lag tijdens de bevalling afgezet met kamerschermen. Dat noemde men een ‘kraam’. Zo kwam het woord kramen bij de bevalling terecht.

Tegenwoordig gaat iemand uit kramen: zij/hij gaat helpen bij en na de bevalling. Maar we gaan nog altijd op kraamvisite, er kunnen kraamtranen vloeien en de kraamheer gaat rond met beschuit met muisjes. En er komt van oma en opa een kraammand met kraamcadeau’s en daar zit dan vast een knuffel in. Dit was de knuffel van onze kinderen.

collagedier

Ik las een tijdje geleden allerlei ‘waarom-vragen’.

Bijvoorbeeld:

Waarom noem je het een luipaard, terwijl het eigenlijk een hele snelle kat is?
Tja, en dan vraag ik ook: waarom een paard als het een katachtige is? Hoe zou die naam ontstaan zijn? Zouden ontdekkingsreizigers misschien de inheemse klank naar de onze vertaald hebben?
Nee, het is een leenwoord uit het Frans ‘lupart’ dat voor het eerst in 1285 werd aangetroffen. Het betekent ‘katachtige’ en komt van het Latijnze leopardus. Leo betekent leeuw en pardus betekent panter. Eigenlijk dus een soort collagedier. Ik zoek een foto op internet en ga die veranderen in een tekening. Nee, geen collage.

gewoon

Mijn middag kon niet meer stuk toen een leuke postbezorger op straat tegen Ton zei: ‘zo, u heeft een leuke vrouw. Wat een geluksvogel bent u.’ Je snapt, ik liep te stralen en Ton ook.

Verder liep ik te denken over het woord ‘gewoon’. Als je veel loopt is er geloop. Als er lang gelachen wordt is er gelach. Als er rondom gepraat wordt is er gepraat. Maar als er gewoond wordt is er geen ‘gewoon’. Waar zou dat woord dan vandaan komen?

In het etymologisch woordenboek zie ik dat het al in 1236 in geschriften voorkomt:

‘in den orlof de heilege kerke es gewone tegeune’ (de toestemming die de heilige kerk gewoonlijk geeft).

Vanaf 1640 wordt het gebruikt in de betekenis van gewoonte of gebruik. In 1776 werd geschreven: ‘gewoone wagens’.

In de 18e eeuw wordt het oudere gemeen in de betekenis van een gemeen leven vervangen door gewoon.

Er bestaat geen zekerheid over een relatie met wonen. Maar in een boek uit 1911 lees ik: Gewoon van wonen, ergens thuis zijn, thuis behooren, evenals gewennenEen gewoon verschijnsel: het hoort hier thuis, is niet vreemd. Hij is dat gewoon, gewend.

Wat is het toch heerlijk dat je dat allemaal met een paar muisklikken kunt vinden. Muisklikken, een woord dat vast pas bestaat sinds het gebruik van de muis bij de computer. Zo ook het symbool ervoor. En nu een paar muisklikken en mijn tekst verschijnt op het internet waar de lezer met een muisklik het kan openen en lezen. We beschouwen het inmiddels al als gewoon maar het blijft bijzonder vind ik.

woordenbewaarder

Op de vraag van museum het LAM van vandaag: ‘toon ons je verzameling’, heb ik eens geen stenen of schelpen of boeken of natuurvindsels genomen maar woorden die ik ook al jaren spaar en in een map opsla. Ik maakte een achtergrond en zocht er een aantal uit en combineerde die met elkaar. Dat ziet er zo uit (klik er op om het vergroot te zien) :

grijs

HOE GRIJS IN DE WERELD KWAM.

De planeet zweeft in het heelal en het was er donker, diep donker. Toen werd de zon geschapen en het werd licht, heel licht. De zon ging niet onder en de wezens klaagden: ‘ kan die zon niet uit? Dat licht doet pijn aan onze ogen, we kunnen niet slapen en zijn doodmoe’. De zon ging uit en het werd weer donker op de aarde, nachtzwart.

Weer klaagden de wezens: ‘waarom is het of te fel wit of te diep zwart? Kan het niet allebei wat minder? Kan er niet wat zwart bij het wit zodat het wat zachter wordt? En wat wit bij het zwart zodat het iets minder hard wordt?’

De schepper wilde dat wel eens proberen en ging aan de slag.

De wezens gaven hem aanwijzingen: ‘nog iets meer wit hier; daar nog iets meer zwart.’ En zo ontstonden langzaam de grijstinten en het werd kalm aan de ogen van de wezens, rustig in hun hart, want grijs is geen dwingende kleur, maar verzacht.

En toen, veel, veel later de andere kleuren ontstonden, was het grijs de kleur die ze niet in de weg stond, ze de ruimte liet en ze niet beïnvloedde als hij vlak naast ze stond.
Grijs nam zijn eigen bescheiden, rustige, maar onmisbare plek in te midden van soms felle, schreeuwende kleuren.

En grijs zag dat het zo goed was.

Marisca

Verder kijken »