kraam

Gebeurtenissen om je heen bepalen soms je blik op wat je leest en ziet. Zo viel mijn oog op het woord ‘kraamvrouw’ en dat is niet toevallig want de dochter van een vriendin is net bevallen van een dochter, dus bleef ik bij het woord hangen.
Een kraamvrouw kan een vrouw op de markt zijn die achter een kraam staat, en je had vroeger een marktkramer. Soms kramen we onzin uit, als het maar in onze kraam te pas komt.

Maar daar denk ik nu niet aan als ik het woord lees, ik denk aan een vrouw die net bevallen is.
Wat is een kraam? Een ruimte afgezet met doeken, maar hoe past dat bij een geboorte?
In vroeger tijden werd het deel van de kamer waar de zwangere vrouw te bed lag tijdens de bevalling afgezet met kamerschermen. Dat noemde men een ‘kraam’. Zo kwam het woord kramen bij de bevalling terecht.

Tegenwoordig gaat iemand uit kramen: zij/hij gaat helpen bij en na de bevalling. Maar we gaan nog altijd op kraamvisite, er kunnen kraamtranen vloeien en de kraamheer gaat rond met beschuit met muisjes. En er komt van oma en opa een kraammand met kraamcadeau’s en daar zit dan vast een knuffel in. Dit was de knuffel van onze kinderen.

collagedier

Ik las een tijdje geleden allerlei ‘waarom-vragen’.

Bijvoorbeeld:

Waarom noem je het een luipaard, terwijl het eigenlijk een hele snelle kat is?
Tja, en dan vraag ik ook: waarom een paard als het een katachtige is? Hoe zou die naam ontstaan zijn? Zouden ontdekkingsreizigers misschien de inheemse klank naar de onze vertaald hebben?
Nee, het is een leenwoord uit het Frans ‘lupart’ dat voor het eerst in 1285 werd aangetroffen. Het betekent ‘katachtige’ en komt van het Latijnze leopardus. Leo betekent leeuw en pardus betekent panter. Eigenlijk dus een soort collagedier. Ik zoek een foto op internet en ga die veranderen in een tekening. Nee, geen collage.

gewoon

Mijn middag kon niet meer stuk toen een leuke postbezorger op straat tegen Ton zei: ‘zo, u heeft een leuke vrouw. Wat een geluksvogel bent u.’ Je snapt, ik liep te stralen en Ton ook.

Verder liep ik te denken over het woord ‘gewoon’. Als je veel loopt is er geloop. Als er lang gelachen wordt is er gelach. Als er rondom gepraat wordt is er gepraat. Maar als er gewoond wordt is er geen ‘gewoon’. Waar zou dat woord dan vandaan komen?

In het etymologisch woordenboek zie ik dat het al in 1236 in geschriften voorkomt:

‘in den orlof de heilege kerke es gewone tegeune’ (de toestemming die de heilige kerk gewoonlijk geeft).

Vanaf 1640 wordt het gebruikt in de betekenis van gewoonte of gebruik. In 1776 werd geschreven: ‘gewoone wagens’.

In de 18e eeuw wordt het oudere gemeen in de betekenis van een gemeen leven vervangen door gewoon.

Er bestaat geen zekerheid over een relatie met wonen. Maar in een boek uit 1911 lees ik: Gewoon van wonen, ergens thuis zijn, thuis behooren, evenals gewennenEen gewoon verschijnsel: het hoort hier thuis, is niet vreemd. Hij is dat gewoon, gewend.

Wat is het toch heerlijk dat je dat allemaal met een paar muisklikken kunt vinden. Muisklikken, een woord dat vast pas bestaat sinds het gebruik van de muis bij de computer. Zo ook het symbool ervoor. En nu een paar muisklikken en mijn tekst verschijnt op het internet waar de lezer met een muisklik het kan openen en lezen. We beschouwen het inmiddels al als gewoon maar het blijft bijzonder vind ik.

woordenbewaarder

Op de vraag van museum het LAM van vandaag: ‘toon ons je verzameling’, heb ik eens geen stenen of schelpen of boeken of natuurvindsels genomen maar woorden die ik ook al jaren spaar en in een map opsla. Ik maakte een achtergrond en zocht er een aantal uit en combineerde die met elkaar. Dat ziet er zo uit (klik er op om het vergroot te zien) :

grijs

HOE GRIJS IN DE WERELD KWAM.

De planeet zweeft in het heelal en het was er donker, diep donker. Toen werd de zon geschapen en het werd licht, heel licht. De zon ging niet onder en de wezens klaagden: ‘ kan die zon niet uit? Dat licht doet pijn aan onze ogen, we kunnen niet slapen en zijn doodmoe’. De zon ging uit en het werd weer donker op de aarde, nachtzwart.

Weer klaagden de wezens: ‘waarom is het of te fel wit of te diep zwart? Kan het niet allebei wat minder? Kan er niet wat zwart bij het wit zodat het wat zachter wordt? En wat wit bij het zwart zodat het iets minder hard wordt?’

De schepper wilde dat wel eens proberen en ging aan de slag.

De wezens gaven hem aanwijzingen: ‘nog iets meer wit hier; daar nog iets meer zwart.’ En zo ontstonden langzaam de grijstinten en het werd kalm aan de ogen van de wezens, rustig in hun hart, want grijs is geen dwingende kleur, maar verzacht.

En toen, veel, veel later de andere kleuren ontstonden, was het grijs de kleur die ze niet in de weg stond, ze de ruimte liet en ze niet beïnvloedde als hij vlak naast ze stond.
Grijs nam zijn eigen bescheiden, rustige, maar onmisbare plek in te midden van soms felle, schreeuwende kleuren.

En grijs zag dat het zo goed was.

Marisca

maan

Ik fotografeer niet alleen die mooie wolkenluchten vanuit huis, maar soms ook de maan. En als ik de maan dichterbij haal, is het net of ik in een oog kijk.

Ik ga eens kijken of er spreekwoorden of gezegdes over de maan zijn. Jawel.
Hij is naar de maan: hij is er vandoor; hij is verloren; hij is dood.
Alles is naar de maan: alles is kwijt.
Naar de maan reiken, de maan met de handen willen grijpen: het onmogelijke willen doen.
Loop naar de maan (en pluk sterren): loop heen.
Tegen de maan blaffen: nodeloze bedreigingen uiten.
Hij is met de maan getikt: hij is in zijn geestvermogens gekrenkt.

Dit lees ik in een Van Dale woordenboek uit 1925. Er staat ook het woord ‘maanblaffer’ in en dat is een Indische kamponghond. Dat zou in een woordenboek van nu niet meer staan denk ik. Maar als ik het opzoek staat het er nog steeds in, alleen staat er nu Indonesische.

herfsttranen

In de 19e eeuw schreef Bakhuizen van den Brink:

De vrouw, wier herfst schooner was, dan de lente van vele anderen

Dat is toch prachtig als dat over je wordt gezegd. Ook ik ben in de herfst van mijn leven en ik geniet ervan zoals ik van iedere herfst geniet. Zo ook van de herfstflikkers. Nee, niet wat je denkt, het zijn gewoon de bliksemflitsen in de herfst. En ik hoop komend weekend wat herfsttranen te fotograferen, niet bij mijn kinderen, maar buiten in de natuur op takken en bladeren. ”Dan sal dack en tack staen schreyen Met een’ vochten Herfsten-traen”, schreef HUYGENS in 1621.

Ik hoop ook najaarsdraden te zien. Het zijn van die lange draden die jonge spinnen spinnen en waarop zij ver weg zweven van hun geboorteplek.

Last van de herfstziekte heb ik dus niet, integendeel. Het is mijn favoriete jaargetijde.

mooi proza

Momenteel herlees ik ‘ De grote vrouw’ van Meir Shalev. Ik houd van zijn manier van schrijven en vind al zijn boeken die ik heb het herlezen waard, soms wel drie keer. Een klein voorbeeld over hoe de hoofdpersoon over zijn moeder vertelt:

…’Omdat ze vaak hardop denkt en gedenkt, net zoals ze vaak hardop in haar boeken leest, krijgen wij keer op keer de bekende bijzonderheden te horen en te herkauwen. En omdat haar verouderende geheugen, als een pad dat weinig wordt betreden, allengs verandert- oude sporen worden er uitgevlakt en nieuwe planten komen er op- wordt het ons met haar hulp gegund om ons ook dingen te herinneren die nooit zijn gebeurd, en om samen met haar dingen te vergeten die nooit zijn gebeurd en zijn vervlogen’….

Over zichzelf vertelt hij:

…’Vaak wordt de waarheid nog eerder ontdekt door de voet dan door het oog, want zodra de voet een weg betreedt, bedaart hij, en met hem komt het lijf tot bedaren. De knie en de enkel glimlachen al, en het gekraak, dat de voorgaande stappen begeleidde, wordt aangenaam en zacht in de labyrinten van het oor. Dan is de tijd gekomen om de longen vol te zuigen met adem, het hoofd op te richten en het oog te laten zien waar het overheen heeft gekeken…

Dit zijn toch stukken die je graag nog eens herleest? Ik in ieder geval wel. Vooral in zo’n regenachtig weekend zoals nu.

advocaatje

Heel lang geleden zong ik als kind het liedje: ‘advocaatje ging op reis, tiereliereliere’. Later toen ik voor de klas stond zong ik dat ook graag met de kinderen en liet ze er allemaal armgebaren bij maken. Toen nooit gedacht aan de gele lekkernij die ik pas op latere leeftijd leerde waarderen. Dat was iets voor oude dames en dat was ik in die tijd nog lang niet.

Maar waarom heet dit mengsel van brandewijn, eieren, suiker en nootmuskaat ‘advocaat’? Als het nu zwart-wit zou zijn zou ik de link snappen. Maar gelukkig zijn er oude boeken die dat uit de doeken doen. Zo las ik in’ Van aalmoes tot zwijntjesjager’ van Dr.P.H.Schröder:

…’De bijstand (van een advocaat) wordt veelal verleend door het houden van een pleidooi. Daarvoor moet de advocaat goed bij stem zijn en als een uitnemend smeersel voor de keel beschouwde men ( en beschouwt men wellicht nog) de bovengenoemde drank, die daaraan de naam advocatenborrel, kortweg advocaat(je) ontleende.

Dus mocht je liefhebber zijn van dit gele goedje en er wordt wat scheef naar je gekeken, dan kun je nu zeggen: heb ik nodig voor mijn stem.

veel woorden

Is een taal die met één woord iets kan zeggen waar een andere taal tien woorden voor nodig heeft hoogwaardiger? Neem nu het woord ‘iktsuarpok’. Geen idee wat het betekent zonder dat ik de vertaling heb gezien. Weet niet eens hoe Inuits uit Groenland het uitspreken, vast heel anders dan ik het nu doe.

Ik probeer er wat uit te halen (ik- pok), maar dat werkt niet. Dan maar de vertaling bekijken en die luidt: ‘iemand verwachten en steeds kijken of hij er al is.’
Knap als je dat in een woord weet te vangen. Volgens mij is de Engelse taal daar ook beter in dan het Nederlands. Zijn wij een praatgrager volk dat zoveel mogelijk aan het woord wil zijn en daarom veel woorden gebruikt voor iets dat met minder woorden zou kunnen? Ik heb geen idee.

Verder kijken »