spreeuwen

Ik vind ze zo mooi maar zie ze zo weinig. Maar op een station kom ik ze soms tegen, heel dichtbij en kan ik ze op de foto zetten. Zoals hier in Rotterdam.

Ik vroeg me af hoe ik het verschil tussen de man en de vrouw zou kunnen zien en dat kan op verschillende manieren. Bijvoorbeeld aan de spikkels want die van de vrouwtjes zijn groter. Maar die verdwijnen in het voorjaar en dan hebben beide een glanzend pak. Dan kun je ook letten op de ogen want de vrouwtjes hebben een lichte kring in de iris van het oog. Maar ja, dan moeten ze wel allebei naast elkaar staan om het te kunnen zien. Ze moeten bovendien stilstaan zodat je je verrekijker kunt richten, dus dat wordt best moeilijk allemaal. Doe daarom maar gewoon zoals ik: kijk er naar en geniet van hun schoonheid.

En als ik nu naar deze foto’s kijk weet ik dat ze niet in het voorjaar zijn gemaakt en dat beide een mannetje zijn want er zit geen lichte kring rond de iris. Als ik het fout heb hoor ik dat vast wel van Ibo.

brandnetels

Foto’s van de Grote Brandnetel, gisteren gemaakt in Elswout. Deze plantensoort is tweehuizig, een soort latrelatie dus. De mannelijke en vrouwelijke planten staan vaak wel heel dicht bij elkaar. In de buurt groeit vaak de weegbree, en dat is handig. De brandhaartjes op de brandnetel kunnen jeuk veroorzaken en als je dan een blad van de weegbree pakt, dat wat kneust en over de branderige plek wrijft, dan verdwijnt de jeuk (meestal).

Verschillende vlinders zijn blij met deze plant want zij leggen er hun eitjes op en de uitgekomen rupsen eten zich dan aan de plant helemaal rond. Dus heb je een hoekje brandnetels in de tuin, laat ze maar staan voor de vlinders, die hebben het al zo moeilijk.

En natuurlijk ga ik met de foto spelen op de computer en dan kan er een heel ander beeld van die zelfde plant ontstaan. Laat het buiten dan maar regenen, ik heb er geen erg in.

futen

Momenteel doe ik niet veel. Loop even naar de winkel, rommel een beetje in huis en bekijk en bewerk de foto’s van de bootreis. Een van de mooiste herinneringen is toen ik in onze hut voor het raam zat en twee futen langs zag dobberen. Voortdurend veranderden ze van positie en ik legde het vast. Het was of ze niets wogen en ieder golfje ze een zetje gaf waardoor ze van richting veranderden. Speciaal voor Ibo deze foto’s.

vrij als een vogel

Vanmorgen in het schrijfcafé was het thema:’vogelvrij’. Na wat losmakende vingeroefeningen koos ik mijn woord ‘trekdrang’ om vrij over te schrijven.

Trekdrang is iets dat trekvogels hebben. Het zit in hun bloed, DNA, kop.
‘Zo vrij als een vogel’ is niet zo vrij. Ze hebben nestdrang, er moet een partner gevonden worden want de soort moet voortbestaan. Er moet een nest worden gemaakt of gekraakt, eieren gelegd. En dan begint het grote wachten. Vader vogel moet op zoek naar voedsel voor zichzelf, zijn vrouw en straks voor de kinderen. En soms is dat bijna dag en nacht doorwerken.

Als de kinderen zijn uitgevlogen is er een korte periode van betrekkelijke rust voor de trekdrang ze weer opjaagt: op naar verre oorden, ondanks de ontberingen en gevaren onderweg. Zouden ze niet beter hier kunnen blijven? Sommige winters wel, andere niet. Maar je bent een trekvogel en dat betekent: vliegen, vliegen over land en zee, op zoek naar herkenningspunten, naar rustplekken, naar drinkwater.

En dan is daar de overkant waar je kunt bijkomen van die helse tocht. En ben je eindelijk op krachten en uitgerust, dan komt de trekdrang weer boven: je moet weer terug.

Dus hoe zo: vrij als een vogel?

esdoorn

Als je een esdoorn eens van heel dichtbij bekijkt, zul je nooit meer denken: oh, gewoon een esdoorn.

camelia

Twee jaar geleden zag ik het ballet ‘la dame aux Camėlias’, gedanst door het Bolshoi ballet. Niet in het echt maar in de bioscoop met een directe verbinding met het Bolshoitheater. Een prachtige voorstelling. Hierin wordt het verhaal uitgebeeld dat de franse schrijver Alexandre Dumas schreef en dit boek heeft de camelia haar bekendheid gegeven.

En ieder voorjaar verbaas ik me er over hoe vroeg de camelia bloeit, hoe diepgekleurd de bloemen zijn en hoe prachtig zij nog zijn als ze al afgevallen zijn en op de grond liggen. Die kun je dan toch niet laten liggen? Dit jaar heb ik er de letter C van gelegd.

Wat ik niet wist is dat de bloem door Linnaeus vernoemd is naar Georg Josef Kamel uit Moldaviē, een 17e eeuwse Jezuiet die planten had bestudeerd op de Philippijnen.

De eerste camelia’s werden in de eerste helft van de 18e eeuw in Engeland ingevoerd en enkele jaren later in de koninklijke tuinen in Parijs. De camelia is van dezelfde familie als de theeplant, de Camellia sineisis.
De betekenis van de bloem is: ‘Mijn hart brandt voor u.’

goud

Het leuke van iedere maand bezig zijn met een andere kleur is dat je steeds anders om je heen kijkt en dan dingen opmerkt die je anders niet had gezien of gelezen. Neem nu ‘goud’, de kleur van vorige maand. Ik ben eens gaan kijken naar dieren (met vleugels) die goud in hun naam hebben. Plaatjes erbij gezocht en ziedaar: een pagina vol gevleugeld goud.

slakkenleed

Het is me niet vaak gebeurd want ik kijk goed uit waar ik mijn voeten zet, maar een enkele keer trapte ik per ongeluk op een slak. Ik bood mijn excuses aan maar daar had de slak niets meer aan. Als je bedenkt hoe lang het duurt voor hij/zij, ja de slak is hij/zij ineen, van een eitje uitgroeit tot volwassen slak en jij dat in een tel vermorzelt, dan mag je wel even ‘ sorry’ zeggen.

ik hoorde een klaaglijk krakje

‘wat brak je?’
‘ik dacht een takje’
maar onder mijn hakje
lag verpulverd een slakje

Nog even een griezel verhaal, echt gebeurd: een paar jaar geleden liep in in ons vorige huis ’s nachts op blote voeten over de stenen keukenvloer en voelde opeens iets zachts tussen mijn tenen. Snel het licht aangedaan en toen bleek ik op een grote naaktslak te hebben getrapt. Dat was smerig en toen zei ik iets anders dan sorry.

Maar tegen de slakken op de foto zei ik ‘dank’ voor het stilzitten. klik op de foto om te vergroten.

reiger

Gisteren schreef ik o.a. over een reiger. Ik bedoelde daarmee de blauwe reiger, en niet

de grote zilverreiger, of de kleine zilverreiger, de purperreiger, de roerdomp, het woudaapje of de kwak. Allen familie van elkaar en behorend tot de orde van de roeipotigen. Ik had nog nooit van deze term gehoord, maar ik zie er wel wat bij.

Een reiger in de lucht is goed te herkennen aan zijn vliegbeeld: zijn nek is s-vormig ingetrokken en zijn poten steken recht achteruit. En zijn vleugels maken langzame, diepe slagen. Zo scharminkelig hij vaak aan de kant lijkt, zo statig is hij in zijn vlucht. (Onderstaande foto is van internet, gemaakt door Ben van den Broek.)

Maar als hij door ondiep water loopt, dan vind ik zijn houding ook prachtig, hij schrijdt als het ware en loert onderwijl op langs zwemmende vissen.

In vroeger eeuwen broedden er grote aantallen blauwe reigers in Nederland. In 1298 werd een twist gemeld tussen erfgenamen van Floris V over het bezit van een reigerkolonie in Amstelland.

In later tijden werden er veel veren gebruikt in de mode en werden volwassen reiger op het nest gevangen vanwege hun veren en stierven de jongen. Kleine vogeltjes werden soms in zijn geheel op hoeden gezet. Er werden zoveel vogels gevangen en gedood vanwege de mode dat er oogsten mislukten omdat er geen vogels genoeg meer waren om de insecten op te eten. Dankzij protesten is hier een einde aan gekomen. De reiger is nu en beschermde vogel.

En hij is langzamerhand zo aan mensen gewend, dat hij naast een visser wacht op een visje. Of, zoals ik pas las, komt hij iedere avond naar het huis van een oude dame die dan een kipfilet voor hem bakt. Toen de dame stierf bleef de reiger wekenlang iedere avond komen en wachtte hij voor het huis. tevergeefs.

reigers

Vanmorgen ging ik een rondje in de buurt doen, op zoek naar de reigerkolonie. Ik weet dat er niet veel reigernesten meer over zijn nadat er veel bomen zijn gekapt voor nieuwbouw van Het Sorgbos, maar ze zouden er nog zijn. Het was een heerlijk rondje, overal vogelgezang, vogels voor mij op mijn pad ( winterkoninkje, merel, zanglijster, houtduif), kleine insecten op bladeren die bleven zitten voor de foto. Ik liep dus te genieten, maar de reigers zag ik nergens, ik hoorde ook hun schreeuw niet. Ik lette goed of ik de witte uitwerpselen op de bladeren zag, want dat betekende dat er een nest boven zou kunnen zitten. En op het laatst, jawel. Allerlei wit op de struiken en de schreeuw van een volwassen reiger. Hij kwam aanvliegen, zette zich op een tak en daar begon een ander soort geschreeuw: jongen die honger hadden. Ik zag wat vage beweging maar het was te hoog en er zaten te veel takken voor. Maar de geluiden kwamen luid en duidelijk over. Helemaal blij liep ik verder en kwam onderweg nog verschillende soorten slakken tegen, prachtige rozen en veel wilde planten. Kortom, ik had een heerlijk rondje in de buurt. Hier niet ‘ Domweg gelukkig in de Dapperstraat’, maar ‘ Domweg gelukkig in het Sorgbos’.

P.S. van Ibo: ‘ Tijdens de bouw zijn nesten bedekt om broeden te voorkomen. Hopelijk komen een nu weer meer’. Ook wees hij me erop dat de lijster een zanglijster moest zijn en de duif een houtduif. Dat heb ik dus netjes veranderd. Dank Ibo.

Verder kijken »