nieuwe kwal ontdekt

De wonderen zijn de wereld nog niet uit. Zo heb ik net op mijn kamer een nieuwe kwal ontdekt, er is nog geen naam voor bedacht, zo nieuw is hij nog.

boeksel mol

mol

even is het gras onberoerd
dan gaat een rilling door de bovenlaag
daar gaat de grond open
spuit op, valt neer, verbrokkelt
tussen oude molshopen
komt alweer een aardfontein omhoog
het spuiten stopt hier
elders komt de grond alweer op

hier graaft het dier
met de gevoelige snuit
voortroeiend met zijn
opzij uitstaande voorpoten
door de losse grond
tastend op zoek
naar vette regenwormen
ongezien het grasperk mollend

marisca

boeksel lentekleed

lentekleed

de lentewind spreidt een gele stuifmeelwolk
over zacht wiegende wilgenstruiken
vol dikbuikige katjes
insecten vliegen zoemend aan
op jacht naar honing en stuifmeel

bijen dringen met hun tong
tot in het binnenste
van de kleine bloempjes
hun hele lijf wordt overpoederd
met fijne geel meel


wij liggen stil naast de wilg
rondom gonst het
van af en aan vliegende insecten
de wind zwelt aan
bedekt ons met haar lentekleed

marisca

Heerlijk, weer een boeksel gemaakt met gedicht erbij. Het begint weer te stromen.

mislukte date

Vanochtend liep ik langs het water en hoorde een soort gebrom. Ik keek achterom en zag twee futen tegenover elkaar op het water drijven. Het leek of daar het geluid vandaan kwam. Ik bleef even staan kijken en zag dat de ene fuut iets opdook en het aan de andere fuut wilde geven. Ik nam aan dat de schenker de man was en de ontvanger de vrouw. Maar zij wilde geen ontvanger zijn en bleef stoicijns voor zich uitkijken. Weer probeerde hij, het leek me een klein visje, aan haar te geven maar ze reageerde totaal niet. Na de derde keer gaf hij het op, dook onder water en kwam een stuk verder boven. Deze dat had hem niet gebracht waar hij op hoopte. En zij? Zij dobberde voort.

boekselen

het wad


als het laagwater teenhoog is
ontvouwt zich een netwerk van geulen
als een dooraderd bloedvatenstelsel

wandelen over de vrijgevallen zeebodem
is de zuigkracht van het slib bevechten
moeizaam de voortgang

kronkelsporen van kruipende slakken
en verse modderslangetjes van de zeepier
worden zichtbaar in ebbetijd

duizenden pieren doorploegen de zeebodem
leggen de grond om, opeens een modderfonteintje
van de spuiter onder het zand is niets te zien

marisca

fluitenkruid

Vele, vele foto’s heb ik gemaakt van het Fluitenkruid. Van boven, van onderen, van opzij, het bleef me boeien. Zoals deze. Als je op de foto klikt zie je hem vergroot en zie je nog beter de schoonheid van de bloemen.

paardenbloem

Zoals inmiddels bekend ben ik dol op de paardenbloem. Nu eens geen foto ervan maar een tekening, ook leuk om te doen en je hoeft er de deur niet voor uit.

varens

Vanochtend weer eens ouderwets met IVN-vriendin B. door Leyduin gewandeld. Hoewel, we stonden meer stil dan dat we wandelden. Maar er was ook zoveel te zien op de grond, op de bladeren, onder de bladeren. Mijn mooiste foto’s maakte ik van ontluikende varens. Dat blijft wonderbaarlijk mooi. B. had met haar telefoon de naam van de varen opgezocht maar die ben ik al weer vergeten. Geeft niet, het genietmoment is het belangrijkst. Geniet maar even mee.
Dankzij Ibo weet ik nu dat het  een adelaarsvaren is.

vergeten beroepen

Vergeten beroepen.

Aanlapper, nooit van gehoord. Wat zou het kunnen betekenen? Ik ken wel’ hij is erbij gelapt’, dat betekent dat iemand hem verraden heeft. Maar als ik in het oude woordenboek kijk zie ik daar staan: ‘aanlapper,jongen in eene spinnerij, die de gebroken draden aaneenhechten moet.’ Nu heb ik dat wel eens in oude filmpjes gezien en wat eerst opviel was het enorme lawaai van al die machines en oordoppen bestonden nog niet. Als een draad brak moest de aanlapper de twee einden in elkaar draaien zodat de draad weer stevig was en kon de machine weer verder. Werken daar ging onder zware omstandigheden en vaak moesten al heel jonge kinderen meewerken.

Nog een woord dat ik niet dagelijks hoor is aanspanner. Duidelijk dat er iets wordt aangespannen, maar wat? Weer kijk ik in de oude Van Dale en lees: ‘iemand die aanspant’ , nou dan weet ik nog niet wat aangespannen wordt. Maar er staat verder:’ iemand die paarden verhuurt voor eens anders rijtuig’.
Dat brengt me op een ander woord: ‘aapje’. Dat ken ik in de betekenis van kleine aap, maar zo werd vroeger een huurrijtuig in Amsterdam genoemd. En daar was dan waarschijnlijk een aanspanner bij betrokken geweest.
Ik lees dat de koetsier op een aapje dus een aapjeskoetsier werd genoemd en dat hij in uniform op de bok zat. De benaming is ontstaan in Amsterdam toen in 1880 een paardentaxibedrijf werd opgericht. Maar waarom het ‘aapje’ werd genoemd, dat kon ik niet achterhalen, tot ik een filmpje op youtube vond en daaronder werd vermeld dat de naam is ontstaan vanwege een vergelijking met een bepaalde apensoort en de grijs-rode kleding van de koetsier. Vast die apen met die enorme rode billen.
Op veel schilderijen zijn de aapjes en hun koetsiers afgebeeld en Breiner heeft ze ook op de foto gezet.

paardenbloem

Onlangs schreef ik dat ik de paardenbloem zo’n mooie bloem vind en liet twee foto’s daarbij zien. Maar wat de paardenbloem ook interessant maakt is het eigenlijk niet één bloem is maar een samenstelsel van allemaal gele lintbloempjes die ieder zowel mannelijk als vrouwelijk zijn. ’s Morgens openen ze zich en ’s avonds sluit de bloem weer. Na de bevruchting ontstaan de vruchtjes die met een vruchtpluis als een soort parachuut zo licht zijn dat ze door de wind ver weg geblazen kunnen worden. Aan het vruchtje zitten weerhaakjes waarmee ze zich verankeren in de grond. En zijn alle pluizen weg dan blijft er een kaal koppie over. En let eens op: waar veel gemaaid wordt hebben de paardenbloemen hele korte steeltjes en worden ze gewoon omlaag gedrukt en komen dan weer omhoog. Op andere plekken hebben ze lange stengels. Goed aangepast dus om te overleven.

Verder kijken »