kerstgedachte

Vandaag, rustig samen met Ton op eerste kerstdag, snuffel ik wat rond in mijn teksten en komt er een tegen die past bij vandaag. We vieren tenslotte de geboorte van een mensenkind dat welkom was bij zijn ouders al waren de omstandigheden, zacht gezegd, niet optimaal. Mijn overpeinzing is ontstaan nadat ik een tekening had gemaakt en daarin een ouderpaar zag, liefdevol gebogen naar hun kind.

Liefde

In deze tekening zie ik de koesterende liefde die ouders voor een kind kunnen hebben. Zij slaan de armen om elkaar heen als een beschermende muur en daartussen, in de luwte kan het kind opgroeien. Maar de muur is niet rondom, er is ruimte om naar buiten te gaan, de eigen weg te zoeken, maar altijd zijn daar die armen die als een warme steun zijn, een beschutting, maar niet vastklampen. Het kind mag de eigen weg gaan. Er wordt vertrouwen aan het kind gegeven. Een veilige start om het leven te gaan ontdekken, fouten te maken, te vallen, maar bij het opstaan wacht daar een helpende hand. Hoeft niet aangenomen te worden, maar is er wel.

Liefde is zo belangrijk voor een kind dat opgroeit. Te weten dat je geliefd bent, welkom, dat je altijd thuis mag komen, wie je ook wordt, welke weg je ook ingaat.

Onvoorwaardelijke liefde is het mooiste wat er is op aarde. En of dat voor een mens, dier of plant is, dat is niet belangrijk. Vanuit een bron van liefde de ander aanvaarden en niet willen veranderen of gebruiken.

Geloof, hoop en liefde, maar de mooiste is de liefde.

rust

In het altijd weer lezenswaardige boekje ‘Duizend wegen naar rust’ van David Baird staat het volgende:

Er wordt veel verwarring teweeggebracht
door degenen die erop staan
je ‘uit jezelf te halen’, terwijl de rust
die wij zoeken vaak alleen
kan worden gevonden door
in onszelf te kruipen.

En daar kunnen de donkere dagen van december en januari ons bij helpen. Gordijnen dicht, lampje aan, kachel op warm, iets lekkers te eten en drinken en dan verder even niets moeten, niets doen. Gewoon de gedachten hun gang laten gaan, ze volgen op hun soms warrige wegen, komen op (on)bekende plekken en zelf beslissen of je daar wilt blijven of niet. De rust ervaren van het loslaten van alle dwang, ‘gewoon’ door in jezelf te kruipen. Je hoeft er de deur niet voor uit, alleen de telefoon op stil zetten en jezelf de tijd gunnen van dat zo belangrijke ‘niksen’.

loslaten

Al schrijvend dacht ik na over het begrip ‘loslaten’.

Loslaten van belemmeringen van anderen over hoe je zou moeten leven. En na het loslaten komt het zicht vrij op wat je wilt, echt wilt, op wie je bent, echt bent.

Door los te laten wat je belemmert en te koesteren wat je houvast en vertrouwen geeft, geef je jezelf weer nieuwe mogelijkheden. Nieuwe wegen liggen klaar, grenzen verdwijnen.

Er is zoveel meer mogelijk dan je ooit hebt kunnen vermoeden als je je vrij voelt om te doen wat goed voor jou is. En dan wordt het houden van steeds dieper. Houden van jezelf en de mensen waarmee je je verbonden voelt en waarmee je soms een eind samen loopt maar die je ook de vrijheid geven zijwegen in te slaan.

verwachting

We gaan weer richting kerst en dan komt het verhaal van de zwangere Maria en haar man Jozef die op weg waren naar Betlehem.

Maria was ‘in verwachting’ en dat slaat dan op het lichamelijke deel. Maar zij keek waarschijnlijk ook vol verwachting uit naar de nieuwe baby, en dan is het verlangen geestelijk, emotioneel.
Verwachting, als ik dat woord hardop zeg denk ik toch aan het niet stoffelijke, het uitzien naar iets in de toekomst. ‘Vol verwachtingen klopt ons hart’, zingen de kinderen rond sinterklaas.

Soms zijn onze verwachtingen te hoog gespannen (opeens zie ik een waslijn voor me met allerlei verwachtingen wapperend in de wind). Soms durf je amper nog verwachtingen te koesteren want je bent te vaak teleurgesteld. Maar een leven zonder verwachtingen lijkt me uitzichtloos. Er sprankt dan ook geen hoop meer aan de horizon. Nee, dan kun je beter hoopvolle verwachtingen hebben. En of ze uitkomen, dat is van later zorg. Koester je in het moment van nu, koester die warme gevoelens die bij dit verlangen horen.

Maar verlangen kan ook veel simpeler zijn: ‘ik verlang zo naar mijn bed, ik ben doodop’; ‘weet je waar ik nu naar verlang? Naar een broodje kroket’. Het hoeft niet altijd, tja hoe zal ik dat zeggen, van een hogere orde te zijn, het gewone dagelijkse heeft ook zijn verwachtingen in zich: ik verlang naar de wind door mijn haar, naar het optuigen van de kerstboom, naar de boerenkoolmaaltijd van P., naar het rondleiden van belangstellenden op de tentoonstelling. Soms kan een mens bijna overlopen van verlangens en als die, deels, te realiseren zijn, voel je je gelukkig, heel gelukkig.

vallend blad 2

Naar aanleiding van het gedicht’ Blad’ van gisteren, kwam bij mij de volgende herinnering:

Ik liep alleen door het herfstbos op een zondagochtend. Onder mijn voeten knisperden de al wat gedroogde bladeren. Af en toe zag ik een blad van een boom afkomen. Rustig, soms wat wervelend dalend, en soms weer een beetje terugkerend. Maar de weg omlaag is onherroepelijk.

Ik heb geen blad opgevangen voor het op de grond viel. Wel veel bladeren van de grond opgeraapt omdat iets in die bladeren mij trof. Meestal de kleur, maar ook vaak de al vergane bladeren waarin de nerven al waren bloot gekomen.
Het skelet van het blad dat sterker is dan gedacht.

Ik hoop niet dat ik opgepakt word als ik al half vergaan ben want de schoonheid van zo’n blad bezit ik dan zeker niet.
Maar ik hoop wel dat, mocht ik eens diep vallen, er een hand is die mij opvangt.

houvast

Gisteren schreef ik na het lopen van het labyrint:

Vandaag liep ik het labyrint.
De lijnen waren duidelijk, wezen de weg naar binnen via het buiten. De zee stil als achtergrond, rustgevend.
Al snel zag ik iets dat opgepakt moest worden. ‘Dit hou ik vast’ dacht ik en het woord ‘houvast’ kwam naar boven. Ieder heeft op zijn tijd behoefte aan een houvast als de wereld rondom te snel gaat, als je je voelt wankelen en dan kan een pink al een houvast zijn. Het zit dus niet in de grootte maar in het vertrouwen dat je erin hebt.

Soms ben ik wat wankel en dan kan een vinger aan de muur al genoeg steun zijn om in balans te blijven.

‘Houvast’, het ligt eraan hoe je het nodig hebt. Soms ga je er naar op zoek, soms krijg je een uitgestoken hand aangereikt. Ikzelf wil ook een houvast zijn voor mijn naasten waar ze op kunnen leunen, kunnen vertrouwen.

Maar uiteindelijk moet ieder toch op eigen benen voort. Maar het weten dat er een houvast in de buurt is geeft je het vertrouwen voort te gaan.

klei

Afgelopen vrijdag mocht ik bij pottenbakster Petra op bezoek komen om haar ambacht op de foto vast te leggen. Het werd een zeer genoeglijke ochtend die genoeg foto’s opleverde voor onze foto-opdracht: portretteer een ambachtsman/vrouw.

Prachtig om te zien hoe een grijze klomp klei slechts door de aanraking van twee handen transformeert tot een kom.

Gisteravond keek ik naar een boeiend programma over 7 jarige jongens en meisjes op een Engelse school die bij de start van het programma vaste overtuigingen hadden: jongens zijn slimmer, kunnen beter de baas worden, meisjes zijn lief en moeten zorgen voor anderen. De jongens hadden veel zelfvertrouwen, de meisjes veel minder. Maar door ze met andere leermiddelen, speelgoed en opdrachten te laten werken zag je langzaam een omslag komen, ook bij de ouders. Het was confronterend hoe automatisch sommige patronen van moeder/vader op dochter en op zoon doorgingen. Maar ook, hoe je, net als met klei, met zachte hand een andere vorm kunt geleiden uit hetzelfde stuk klei want de mogelijkheden zitten al in dat stuk klei.  En dan kan er iets prachtigs ontstaan.

oude veer

Gisteren liep ik het labyrint op het strand. Na afloop schreef ik:

Ik kijk rond op zoek naar iets om mee te nemen. Het moet me uitdagen want we gaan er vast over schrijven. En dan zie ik hem liggen, de oude veer die zijn vroegere schoonheid heeft verloren. Hij heeft iets treurigs maar toch ook nog zijn sterkte. Gerafeld, viezig, maar niet gebroken.
Dat is knap als je dat kunt. Je ziet er niet meer uit, je valt bijna uit elkaar van ouderdom, maar toch houd je jezelf bijeen. De ruggengraat rechtop. Je laat je niet zo makkelijk breken.
Wel verstop je je wat meer want ja, je ziet er niet echt appetijtelijk uit. Doch de kern is niet veranderd en dat ziet alleen degene die je niet achteloos voorbij loopt, maar even bij je stopt, je kort aandacht geeft, misschien opraapt en mee naar huis neemt.
Lang geleden dat een vriendelijke hand je aanraakte. Te vaak bleef je onopgemerkt, werd je met een onverschillige voet opzij geschoven.
Maar nu niet, nu lig je hier te pronk en word je even weer op waarde geschat: een veer die zijn taak heeft volbracht en nu mag rusten.

citaat Etty Hillesum

Ik voel mij net een motregen.

Etty Hillesum

Wat is dat prachtig gezegd: ‘ik voel me net een motregen’. Je merkt bijna niet dat je nat wordt, het gaat heel stilletjes en geleidelijk, bijna stiekem, en opeens merk je: ik ben doornat. En ik kan me dat gevoel bij haar zo goed voorstellen in die tijd. Al die kleine, bijna terloopse veranderingen maar die tezamen je doornat maken, tot op het bot. En koud en rillerig. Je wilt je omkleden maar dat kan niet want die motregen is het leven binnen geslopen om er te blijven.

Er zijn nu ook mensen, overal ter wereld die dit meemaken en dat hoeft niet alleen door toedoen van anderen die psychisch of lichamelijk geweld toepassen op een heel slinkse wijze, maar het kan ook ‘gewoon’ een ziekte zijn die niet te genezen is en je hele leven verandert op een wijze die niet terug te draaien is.

En die motregen valt ook op de mensen er omheen, ook zij merken heel geleidelijk dat ze kouder, natter worden en dat er geen papaplu is die hiertegen helpt.

Wat heeft Etty Hillesum in een enkele zin, zonder moeilijke woorden een hele wereld opgeroepen van pijn die als een dief in de nacht binnensluipt om niet meer weg te gaan.

Jopie Huisman

In het schrijfcafe koos ik afgelopen keer deze kaart van een schilderij van Jopie Huisman.

In eerste instantie trok de kleur rood mijn aandacht. Warm rood, diep rood, doorleefd rood. De kleur krijgt extra aandacht door het voorwerp dat erop ligt. Het is een oud houten blokje, omwonden met touw in dezelfde tinten en daarnaast een kei waar omheen het uiteinde van het touw is gebonden. Wat is dit? Waar is het voor bedoeld? Dan zie ik de vishaak en begrijp ik dat het een zeer eenvoudige hengel is met als dobber het blokje hout.
Maar die kei, gaat die als een soort anker het water in of blijft die op de kant of in de hand?
Als die kei het water ingaat kan het blokje vrij ronddrijven tot het touw zegt: ‘ho, niet verder’.

En als er een vis heeft gebeten, hoe doe je dat dan? Hoe krijg je dat blokje weer aan de kant?
Ik ga voor de kei in de hand. En vissers geven vaak de vis een genadeklap met een kei. Zou het daarom op een rode ondergrond liggen? Zou Jopie Huisman het zelf gebruikt hebben? Geen idee, net als ik over zoveel dingen om me heen geen verklaring heb.

(Jopie Huisman werd de schilder van het mededogen genoemd).

« Previous EntriesVerder kijken »