schrijven

Vandaag schreef ik bij de volgende zin:

‘Je kiest uit het verleden wat je wilt onthouden’.

Kun je echt kiezen wat je wilt onthouden? Ik denk niet altijd. Er zijn gebeurtenissen die je voor altijd zou willen vergeten maar die op onverwachte momenten opeens tevoorscjijn komen.
Het zou mooi zijn uit het verleden te kunnen kiezen wat je wilt onthouden maar ons geheugen heeft gaten, groot en klein, en we hebben niet altijd de zeggenschap over wat blijft en verdwijnt.
Wat zou het leven voor veel mensen aangenamer zijn als we dat inderdaad zelf zouden kunnen bepalen. Maar net als het leven zelf heeft het geheugen zijn eigen ruimte, wendingen en verliezen.
Wij denken vaak dat we ons leven, ons verleden en een stuk toekomst zelf in handen hebben. Maar dat is niet zo. Er gebeuren dingen buiten onze macht om die invloed hebben op ons leven, onze geest, ons vastleggen van de gebeurtenis.
Neem de oorlog in Oekraïne. Zo leef je gelukkig met je familie en dan, zonder dat je er iets aan kunt doen, ben je verdreven van je geliefde, veilige thuis. En al die volgende gebeurtenissen worden door ieder later anders herinnerd. Iedere geest neemt andere afslagen, andere opslagen.
‘Je kiest uit het verleden wat je wilt onthouden’, ik geloof dat het maar voor een deel klopt. Onze macht is beperkter dan we denken.

woorden

Ik tekende een herfstblad op een uitgescheurd stuk tekst en zocht binnen de omlijning naar enkele woorden die mij troffen.
Dat waren: oude regels- randfiguren- ruimte- contrast.
Met deze woorden ging ik schrijven.

vastgeklonken
oude regels
die stammen uit
alle tijden
zetten randfiguren
buiten de gemeenschap

zij worden geduld
aan de buitenrand
daar krijgen zij
hun beperkte ruimte
vaak onzichtbaar
veelal vermeden

het contrast
tussen binnen
en buiten
is groot
door vastgeroeste
innerlijke
oude regels

m’

Heel mooi sluit hier op aan de uitzending van vanmorgen van De Verwondering waarin de woorden van Abraham werden gezegd: ‘Ik ken u niet. Wees welkom’.

wandelen

Ik ben gisteren begonnen aan een 12daags schrijfproject waarbij ik iedere dag hetzelfde rondje in de buurt moet lopen en er daarna met allerlei opdrachten over schrijven. En dan bof ik, en met mij de vele andere deelneemsters, dat het zulk mooi weer is. Dat is dus dubbel genieten. De opdracht tijdens het wandelen was deze keer goed te letten op de struiken en planten vlak naast me. Gisteren keek ik vooral omhoog naar de verkleurde bomen, nu meer naast me met af en toe toch een blik omhoog.
En zo zag ik een groot stuk gras dat bedekt leek met een zilveren waas. Aan alle grastopjes hingen dauwdroppels die glinsterden in de zon. Betoverend mooi. En, hoewel ik er al tig keren had gelopen, ontdekte ik nu ‘gootplantjes’.  Grassen, duizendblad, paardenbloemen andere plantjes die groeiruimte hadden gevonden in het gootje tussen het asfalt en de stoeprand.

ik schreef ook na de woorden :zien- moet- je- leren:

zien is anders dan kijken, je
moet je aandacht bewust richten
je moet even stilstaan in het nu
leren zien is leren beleven

eigen aroma

Ik las het volgende citaat van Carl Jung:’ We worden in een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats geboren en evenals wijnranken behouden wij we het aroma van onze oorsprong’.
Denkend daaraan kwamen bij mij de volgende gedachten naar boven:

Direct moet ik denken aan al die geadopteerde kinderen uit verre culturen. Hun eerste geuren en geluiden zullen ze in hun nieuwe omgeving niet meer vinden. Alles is anders voor ze en vaak zijn ze uiterlijk ook anders dan hun nieuwe omgeving. Ondanks lieve adaptieouders kan ik me het gevoel van ontheemd zijn goed voorstellen.
Ze doen hun best maar het aroma van hun afkomst, de familie, het land, dat is voor hen verloren gegaan.
Ik denk ook aan wat ik vaak lees en hoor, en zelf heb ervaren, dat als je op een nieuwe plek aankomt, vaak ver van huis, dat je je daar direct thuis voelt. Of je er al eens bent geweest. Alles klopt dan en je denkt: laat mij hier maar een tijdje. Even de wortels in de grond.

Maar om op de wijnranken terug te komen, die zijn soms naar andere continenten verpoot en doen het goed in de nieuwe grond. Ze behouden hun aroma, hun smaak. Met mensen is het soms anders. Die moeten zich aanpassen aan de nieuwe omgeving, hun eigen aroma loslaten, voor zover dat kan, en opgaan in de nieuwe omgeving om geaccepteerd te worden. Anders blijven ze altijd ‘ de vreemdeling’.
Wat een geluk heb ik dat ik mijn aroma mocht behouden omdat ik geworteld bleef in dezelfde grond als mijn ouders en voorouders.

verdere dichtregels

Het derde stuk naar aanleiding van het gedicht ‘Zo is liefde’ van Kris Gelaude gaat over de regels 6 t/m 11:
En daarom zeggen:
doe maar,
ga maar,
zo lang, zo ver
als nodig is.
Kijk maar niet om.

Maar theorie en praktijk zijn twee verschillende dingen. In de jaren 50 gingen veel jonge mensen, ook oudere trouwens, een nieuw bestaan opbouwen ver weg over zee.
Veel ouders dachten toen ze de boot zagen vertrekken (enkele, zoals mijn schoonzus en zwager, gingen met het vliegtuig) : die zien we nooit meer terug.
Telefoneren was heel duur en gebeurde sporadisch en dan nog heel kort, brieven gingen soms wekelijks heen en weer. Geld om de kinderen op te zoeken was er zeker in het begin niet.
Nu kunnen we makkelijk bellen, zelfs beeldbellen en de reis is voor de meesten nu te betalen. Maar het gemis van niet even langs kunnen gaan voor een knuffel, een kop koffie, de kleinkinderen zien, dat blijft.

En nu veel jongeren na hun studie een tijdje gaan rondtrekken, het liefst in verre streken, moet je als ouder ook slikken als je je kind alleen met wat bagage door de douane van het vliegveld ziet gaan.
Wat waren wij blij toen onze oudste na de middelbare school naar Australië ging en zij veilig bij familie introk.

Als ouder weet je dat je de kinderen hun eigen pad moet laten gaan maar eigenlijk zouden we dat pad het liefst dicht in de buurt hebben. Dat geluk hebben wij en daar genieten we ook van.

dichtregels

Ik ga verder met enkele regels uit het gedicht’ Zo is liefhebben’ van Kris Gelaude.

Regel 4 en 5:

ruimte scheppen
in tijd en eeuwigheid

Dat gebeurde bij de schepping in het onmetelijke, eeuwige heelal. Daarin is uitsterven, uitdoven en nieuw ontstaan een constante.
Zo is het ook in een mensenleven. Vriendschappen ontstaan en doven soms uit. Nieuw leven wordt geboren en krijgt de ruimte zich te ontwikkelen, meestal.
De omgeving moet die ruimte bieden, het nieuwe leven de tijd voor ontwikkeling geven. En al leven wij gelukkig niet eeuwig, wij zijn wel een schakel in een ketting van eeuwigheid.

loslaten

Vorige week kwam vriendin M. gezellig op bezoek en zij vertelde dat haar twee kleinkinderen zelfstandig met de trein weg geweest waren. We hadden het over kinderen het vertrouwen geven dat ze iets kunnen, ze los durven laten.
Omdat toeval niet bestaat pak ik een paar dagen later een doosje gedichten en welk gedicht valt me op? ‘Zo is liefhebben’ van Kris Gelaude. Dat gaat daar helemaal over.

Ik besluit erover te gaan schrijven naar aanleiding van het gedicht en begin met de eerste drie regels:
liefhebben
is beschutten
zonder vast te houden

Maar wat kan dat soms moeilijk zijn want waar je van houdt wil je beschermen, vasthouden zodat je weet dat ze veilig zijn.
Maar in gedachten voel ik twee armpjes die me wegduwen, het is te benauwd. Ze willen de vrijheid en dat betekent dat je als ouders ze los moet laten, moet accepteren dat ze hun eigen gang willen gaan om zich te ontwikkelen, ondanks de risico’s die daaraan vast kunnen zitten.
Het ene kind wil van jongs af aan ‘zelf doen’, het ander blijft graag wat langer binnen de beschermende armen. Maar ieder kind zal die stap moeten maken, die zelfstandige stap. Soms vastberaden, soms aarzelend, soms pas op de plaats. Maar het leven moet voorwaarts geleefd worden dus die stap naar voren hoort erbij.
Maar wat een geluk hebben die kinderen die weten dat er altijd twee armen zijn op de achtergrond die klaar staan om ze op te vangen als het even niet gaat.
Dat zou voor ieder kind zo moeten zijn. Maar helaas is de werkelijkheid anders.

Kleur

Wat zou het leven eentonig, mooi woord hier, zijn zonder de kleuren en al hun nuances. Jaargetijden zouden hun specifieke kleuren missen, vogels zouden bijna niet herkenbaar zijn, fruit niet aantrekkelijk. Alles in een kleur grijs. Is grijs eigenlijk een kleur?

Geen blozende wangen bij een verliefd meisje. Maar ook geen verschil in huidskleur tussen de verschillende mensrassen. Dat zou wel eens voordelig kunnen zijn. Niemand voelt zich door zijn huidskleur meer minder of meer dan de ander. Nadeel is dat de wereld er een stuk saaier uitziet.

Maar ook geen lokkende etalages die met kleuren je aandacht trekken, geen boeiende kunst die een feest voor het oog is. Zelf kleur in je leven aanbrengen door de dingen te doen waar je blij van wordt zonder dat het echt om kleur gaat is belangrijk. Het gaat dan om de gloed die je hart verwarmt. Wat zou het mooi zijn als ieder mens dat in zich zou hebben. Die innerlijke warmte die je tevreden laat zijn met wie je bent.

En zelfs als je dat hebt bereikt kunnen oorzaken van buitenaf, een oorlog, een regime, je daarvan beroven. Ik denk dat de vluchtelingen overal weinig kleur in hun leven kunnen vinden. Helemaal niet als het asielland ze buiten in de kou laten liggen.

een foto

Deze week weinig op Fluweelbloem vanweg een paar lichamelijke mankementen. Gaat nu weer stuk beter. Wel van de week geschreven bij een foto van Jan Tito die ik in een fotoblad zag. Het is iedere keer weer een verrassing wat er uit mijn pen komt en wat ik vooraf totaal niet bedacht heb.

De bel gaat. Wie komt er nu nog langs? Ik heb geen zin in bezoek. Heb nergens zin in.
Geen bloemen op tafel, geen lekkere maaltijd, alleen een glas water.
Het is warm, ik heb mijn overhemd uitgedaan.
En weer gaat de bel. Ik loop langzaam naar de voordeur en roep:’ ja, ja, rustig . Ik kom er al aan.’ Door het glas van de deur zie ik een kleine gestalte. Wie zou dat zijn?
Als ik de deur van het slot heb en hem open zie ik mijn buurmeisje staan. Ze kijkt me aan en vraagt:’ mag ik bij je komen spelen?’
ik weet niet wat ik moet zeggen. Niemand komt bij me spelen. Er valt hier niets te spelen. En zo’n kind moet niet zomaar bij buren binnen gaan. Bars zeg ik: ‘nee, dat mag je niet’, en wil de deur dicht doen. Vlug zegt ze, voor ze zich omdraait:’ je bent een chagerijn. Mijn moeder zei het al’.
En nu zit ik weer alleen aan tafel en voel me afgewezen terwijl ik dat zelf heb gedaan.
Een oude chagerijn, dat is alles wat er van me over is gebleven.

bakermat

Ik zit lekker op het balkon te lezen en wissel dat af met wat puzzelen. Ik moest een ander woord vinden voor ‘plaats van oorsprong’. Nadat ik wat letters had kwam er eerst baker en toen wist ik dat er mat achter moest.

Bij dat woord ging er van alles door mijn hoofd. Ik zag een vrouw die moest bevallen en geholpen werd door een baker. Toen het kind was geboren werd het op een speciaal matje neergelegd, eigendom van de baker: de bakermat.
Het is een wat saai ogend matje dat snel gewassen kan worden want iedere baker heeft maar één bakermat en ze weet nooit wanneer het volgende kind het nodig heeft.
Het matje gaat van moeder op dochter, mits die dochter ook baker wordt.
Werd in de winter de mat te heet verwarmd, dan werd het kind, helaas voor de ouders, te heet gebakerd.

Behalve een bakermat had de baker ook bakerpraatjes die ze te pas en te onpas bezigde. De meeste mensen wisten dat die praatjes op bijgeloof berustten maar toch waren er genoeg mensen die ze voor waar aannamen.

Enkele van die bakerpraatjes waren:
Worden je ribben blauw geschopt? Een jongen. Meisjes schoppen lager.
Draag je je baby hoog? Een meisje.
Zijn je handen zacht? Een meisje.

Dat is toch zo leuk als je over woorden die je gebruikt soms wat langer gaat nadenken en je fantasie de loop laat.
Ik tik het woord ‘baker’ in om naar een plaatje te zoeken en dan zie ik hoe onze taal al vol engels zit want ik krijg allerlei plaatjes van bakkers en hun spullen en George Baker. Maar ik heb er een gevonden en duidelijk is de bakermat te zien.

Verder kijken »