hardop lezen

Het hardop lezen van mijn eigen tekst ontroert me soms. Het adem geven aan mijn woorden laat ze dieper binnenkomen dan als ze alleen zijn opgeschreven en in mijn hoofd gelezen.
Adem brengt dingen tot leven. Als je je laatste adem uitblaast, blaas je het laatste restje leven uit jezelf en is het leven voorbij.
Het is soms een bijzonder gevoel mijn eigen tekst hardop te lezen en dan ontroert te worden door dezelfde woorden die mij even daarvoor nog niet ontroerden. Zelfde woorden, ander gevoel. De klank roept mogelijk een emotie op die onderdrukt was, weggeredeneerd, ontkend.
Iets durven uitspreken vereist soms moed. Je stelt jezelf open, bent dus kwetsbaar. Maar soms kan iets uitspreken niet alleen jezelf maar ook de ander kwetsen.
Wat is dat toch bijzonder met taal. Woorden zijn niet eenduiding. Je kunt er goed en kwaad mee doen, aan ons de keuze.

Onlangs vroeg iemand mij waarom ik nog steeds op Fluweelbloem publiceer als er bijna nooit een reactie op is. Nicht Joke reageert vaak en dat vind ik fijn, maar ik weet dat er een vaste groep lezers is die ook genieten van mijn blog maar niet of op een andere manier reageren. Maar zelfs als er maar een handvol lezers zou zijn zou ik blijven publiceren. Gewoon omdat ik het leuk vind dat teksten en foto’s niet in mappen in de computer blijven maar verspreid worden. Al is het verspreidingsgebied beperkt, dat beperkt mij niet.

vuist

We kregen de zin: ‘Wie een vuist maakt kan geen hand geven’ om daar een aantal minuten over te schrijven. Dit kwam er in mij op:

Bij een vuist denk ik direct aan gebalde woede. Woede verkrampt, stoot af, laat de ander niet toe. Open je hand, open je hart en laat de ander binnen.
Laat woede niet je weg blokkeren maar probeer het pad naar jezelf en de ander open te houden.
Soms moet je even pas op de plaats maken om gevoelens boven te laten komen, te voelen, beoordelen en weer loslaten. Dan kun je weer verder.
Er zullen altijd opstoppingen zijn op je levenspad, opgekropte gevoelens die de voortgang blokkeren, maar gun jezelf een opening naar buiten, naar verder, naar de ander.

Toen de anderen hun stukje voorlazen dacht ik geregeld: wat mooi, daar heb ik niet aangedacht. En dat is het leuke van met elkaar schrijven dat je blikveld wijder wordt en je attent gemaakt wordt op dingen waar jezelf niet aan had gedacht. Maar vanaf nu dus wel. En dat geldt voor ieder aan tafel denk ik.

thuis

Als ik aan thuis denk dan voel ik veiligheid, warmte. Een plek waar ik kan zijn wie ik ben. Ik heb er mijn eigen plek om me terug te trekken, de woonkamer waar we samen zijn, het balkon waar ik steeds weer die mooie luchten fotografeer.
Gezegend voel ik me met dit thuis. Zovelen op deze aarde hebben geen thuis of zijn er niet veilig.Ik heb het voorrecht gehad altijd een eigen kamertje te hebben gehad. Vroeger speelde ik er schooltje of was ik de juffrouw van de bibliotheek met stapels boeken van mijn ouders op mijn bed en ik op mijn knie
ën erachter.
Door de jaren heen heb ik gemerkt hoe belangrijk het voor mij is een eigen plek te hebben. Om alleen te zijn in stilte, omringd door dingen die belangrijk voor mij zijn. Dat stimuleert mij. Hier kan ik creatief zijn of gewoon maar zijn, al gebeurt dat naar mijn idee te weinig. Ik wil steeds nog doen, tastbare dingen maken. Maar gewoon alleen maar zijn is ook zo belangrijk om mezelf te voeden.

Zo ontstonden ook de regels:

mezelf is nog deels
ongekend terrein
ik zal blijven ontginnen

thuis

Gisteren bij het schrijfcafé koos ik bij het thema ‘thuis’ deze kaart van Piet Mondriaan. Het is een afbeelding van een boerderij nabij Duivendrecht en is geschilderd in 1916. Dit waren mijn gedachten hierbij:

Zo’n huis als je thuis hebben lijkt me heerlijk. Een huis in de ruimte en toch omsloten. Ruimte en veiligheid, wat kun je je nog meer wensen.
De bomen als buren, het water als je spiegel. Het maakt de ruimte nog ruimer.
De lucht kleurt zacht door het avondlicht. Hier is het goed toeven. Hier kun je jezelf openen en weer sluiten.
De prachtige kleuren geven warmte en geborgenheid af. Ik voel de stilte die niet bedreigend is maar koesterend, omarmend. Zelfs de wind is stil. Het water rust in zichzelf nu de avond is gekomen.
Ik zie mezelf bij een openhaardvuur. Hond naast me, kat op schoot, boek in de hand. Geen radio of televisie aan maar zittend in een stilte die niet verstoord wordt door houtgeknetter.

Nog even en alle kleur buiten verdwijnt, het donker neemt het over. Maar binnen blijft er licht, warmte, geborgenheid.
Thuis.

omsloten
door stilte
die warm aanvoelt
ruimte geeft aan mijn
welbehagen

schaduw

Ton is gelukkig weer thuis en moet nog even aan het infuus blijven, maar daar helpt de thuiszorg mee, ook als we laat op de avond steeds een vreemde piep uit het apparaat horen komen. Geweldige mensen zijn het.

En nu zijn we weer lekker samen thuis, Ton achter zijn krant, ik achter de computer. Ik herlees net een tekst die ik na het labyrintlopen heb geschreven naar aanleiding van enkele regels uit het gedicht van Mary Heyema: ‘365 dagen geldig’ en vind dat nu wel passend.

Vouw je schaduw op, wat een mooi beeld.
Ik vouw mijn schaduw op als een paraplu en zet hem weg. Nee, niet weggooien maar bewaren, want er zijn dagen dat je snakt naar een beetje schaduw.
Maar soms kan een schaduw groot en dreigend zijn, om je heen hangen en te groot zijn om hem alleen weg te krijgen. Daar heb je dan geliefden voor nodig om je daarbij te helpen.
En als de schaduw weer weg is en je je weer vrij en onbekommerd voelt, dan kun je je horizon spreiden als een badlaken op het strand. Meer dan je nodig hebt aan ligruimte, maar het voelt zo lekker.
En dan speelt tijd niet meer mee.
Ik knip de tijd door en laat gebeuren wat moet gebeuren op de tijd die daarvoor bestemd is en ik open mijn deur, mijn denken.

wolk in mijn hoofd

Soms heb ik het gevoel dat ik een wolk in mijn hoofd heb. Denken gaat traag of bijna niet, namen komen niet boven, woorden zijn verdwenen in de mist. Maar die trekt nog steeds op en dan wordt het weer helder en slaak ik inwendig een zucht van opluchting.
Maar wat als dat steeds minder gaat gebeuren? Ik zie om me heen wat dat met een mens doet. Verwarring, angst, terugtrekken in een veilige omgeving die later ook niet meer veilig blijkt.

Ik heb één geluk: ik heb dit al heel lang en het is niet veel erger geworden, dus maak ik me er ook geen echte zorgen om. Want, zorgen maken over iets waar je geen invloed op kunt uitoefenen is eigenlijk zinloos.

Af en toe is het grappig als ik met vriendinnen aan het praten ben en dan is het van ‘hoe heet die ook weer? Weet je wel, die met die krullen van toen? Oh ja, die, ik weet ook niet meer hoe die heet maar ik weet wie je bedoelt.’

Maar terugkomend op de wolk: het kan een wolk zijn die sombere dingen juist afdekt en de zonkant van het dagelijkse laat zien. Zo kan die wolk in het hoofd voor ieder een andere uitwerking hebben. Sommige worden angstig omdat zij de regie kwijtraken over hun leven, anderen worden boos en weer anderen worden juist vrolijker dan voorheen. Wolken in hoofden hebben enorme invloed op mensenlevens en lossen helaas vaak niet meer op.

Wolken, ik heb er de afgelopen tijd over gelezen, ze bekeken en gefotografeerd en zelfs na twee maanden merk ik: ze vervelen me nooit want:

Niets zo veranderlijk
als een wolk
.

overdenking

Uit het gedicht ‘Blad’ van Toon Hermans kies ik de regels:

‘nooit zou het blad bewegen
als de wind er niet was.’

Tja, wat heb je van jezelf en wat kun je vanuit jezelf zonder beïnvloed te zijn door afkomst en opvoeding? Vanaf je ontstaan ben je al een mengeling van twee mensen met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. De omgeving waarin je opgroeit kan bepalen of jij langzaam mag groeien, rijpen. Of dat je beschadigd wordt of heel mag blijven. Of er een zacht briesje van liefde is dat je laat dansen of dat er een storm van woede raast die je doet wankelen.
Wat hebben wij eigenlijk echt zelf in de hand in ons leven? Vrij weinig denk ik, al hebben wij vaak het idee alles zelf in de hand te hebben. Altijd is er iets of iemand om ons heen die gewild of ongewild invloed op ons uitoefent, vaak zonder dat wij er erg in hebben.
En wat te denken van een hogere orde die wij niet kunnen zien maar die veel invloed op mensen uitoefent. Niet omdat die hogere orde dat eist, maar omdat er mensen zijn die zeggen te weten wat die hogere orde van ons verwacht.
Dit alles had ik niet overdacht als ik vanochtend in het schrijfcafe niet deze regels had gekozen uit het ons uitgereikte gedicht.

gitaar

Als ik een gitaar was, zou ik trillen en zingen door de aanraking van vingers. Die heb ik nodig om tot leven te komen. Dat vind ik wel jammer. Soms, als ik stil in mijn hoes lig en wat mijmer en mooie muziekmomenten in mijn buik herspel zou ik ze ook echt willen voelen maar ik mis de vingers.
Klanken sla ik in me op, trillingen voel ik na in mijn klankkast maar kan ze niet tot leven wekken, want ik mis de vingers. Zou mijn leven heel anders zijn als ik alleen al door mijn gedachten mijn snaren zou kunnen laten trillen? Zeker, maar mogelijk zou ik minder rijk aan klank zijn als het alleen uit mij zou komen. Juist het samenspel tussen mijn snaren en de vingers van een ander geven iedere keer weer een andere beleving.

foto van internet.

mooi woord

De hemelbodem, een woord van Remco Campert uit het gedicht  ’Ik wil wel’ kwam tijdens het schrijven met de groep naar boven. Omdat we het allemaal zo’n mooi woord vonden gingen we er een minuut over schrijven. Dit kwam bij mij op:

Wat een prachtig woord. Daar kun je niet doorheen zakken, daar ben je veilig. Er is diepte, warmte, genegenheid, eeuwigheid. Nooit het gevoel: de grond zakt onder me weg. Integendeel. De grond draagt me, laat me verten zien die ik nog niet zag. Geeft me een basis die onvoorwaardelijk is.
De hemel spiegelt zich en verdubbelt zich. Zoveel hemel voor mij en de mensen om mij heen. Dat moet toch genoeg zijn voor allen?

woordvonds

Uit het voorgaande gedicht kies ik de woorden:
opgeblonken minuskule kleine kistjes.

Wat een prachtige taalvonds. De napjes van de beuk beschrijven als houten kistjes is prachtig, vooral omdat er zo een link gelegd wordt naar de eerder genoemde kleine dood. Alleen het woord opgeblonken vind ik niet terug in het doffe napje van de beuk. Past voor mij meer bij de glimmende kastanje.
Mooi ook dat een vreemde droefheid niet alleen bij mensen voorkomt maar ook bij bomen. Ik weet inmiddels dat bomen veel meer kunnen dan ooit gedacht. Ze geven elkaar informatie door, communiceren dus met elkaar.
Zouden ze zeggen:’ jongens, de herfst komt eraan, nog even volop energie erin en dan kunnen we de hele winter uitrusten’? Al miljoenen jaren volgen zij een vast ritme en zorgen er zo voor dat mens en dier kunnen genieten en gebruik maken van hun vruchten, stammen of takken en hun schoonheid. Dankzij dat achteloos rondstrooien van hun houten kistjes met kostbare inhoud.

Verder kijken »