spiraal

SPIRAAL

Spiraal, het roept direct het woord spiritueel in me op. Maar ik denk ook aan ‘het spiraaltje’ als anticonceptiemiddel. Dit laatste houdt tegen, het eerste nodigt uit naar binnen te komen zoals het labyrint. Ik denk aan de dans van de derwisj die in een steeds kleiner cirkeltje naar binnen treedt.

De spiraal kan van allerlei materiaal zijn, van allerlei groottes, maar leidt altijd in evenwijdige cirkelgang van buiten naar binnen en vanuit het centrum weer naar buiten. Wat is het praktische nut van een spiraal eigenlijk? Weet ik niet zo snel. Wel het louterend gevoel dat een getrokken spiraal op het strand, getekend op steen of op papier je kan geven als je er open ingaat. Maandag mag ik weer, ik kijk er naar uit.

ouder worden

Ouder worden.

Ouder worden gebeurt op allerlei manieren, positief en negatief, duidelijk of sluipenderwijs. Zo merk ik dat ik door de jaren heen wijzer ben geworden, maar ook dat ik nog altijd niet wijs genoeg ben om ‘een wijze vrouw’ genoemd te worden. Ik weet niet of ik milder geworden ben, mogelijk was ik dat al redelijk en is dat hetzelfde gebleven. Maar misschien ben ik wel minder mild geworden, zonder dat ik dat zelf gemerkt heb. In mild zijn zit ook mededogen. Als je soms een woord eens langer bekijkt of hardop uitspreekt kan het iets vreemds krijgen terwijl het zo vertrouwd is. Mededogen. Ik zie ‘mede’ erin en dat begrijp ik. Bij ‘dogen’ denk ik aan gedogen en dat heeft iets van de ander tolereren en dat zie ik weer niet in mededogen. In het synoniemenwoordenboek staat medelijden/compassie/medegevoel/barmhartigheid/erbarmen. Bij dat laatste woord moet ik direct aan het ‘Erbarme mich’ uit de Mattheus Passion van Bach denken. Zo’n prachtig lied. Het is een woord dat denk ik niet meer gebruikt wordt in de spreektaal, maar misschien was het altijd al een woord dat in de schrijftaal thuis hoorde. Er zit ‘barm’ in, net als in barmhartigheid. Geen idee wat dat woord betekent maar ik zoek het even op.

Het kan een vis of vogel zijn, een berm of strook grond aan de voet van een muur tot de gracht, een hoge golf of baar, en de schoot ( van het lichaam). Ik ga voor de laatste optie wat het woord erbarmen betreft.

Maar ouder worden betekent ook strammer worden, minder kunnen dan een aantal jaren geleden en dat betekent weer loslaten. En uiteindelijk kan dat zo maar tot meer vrijheid leiden. Maar dat gaat niet vanzelf, daar moet aan gewerkt worden en werken gaat langzamer als je ouder wordt. Maar we hebben geen haast meer in het 70+ leven, althans, ik probeer mijn dagen te slijten met leuke dingen zonder me te haasten. Mijn broer Frank zei vroeger al tegen me: ‘Zij die langzaam gaan, zien veel meer.’ En met deze wijze woorden sluit ik dit stukje af. Tijd voor een middagdutje.

mezelf

mezelf

wanneer ben ik mezelf?
het klinkt af en klaar
wil ik dat echt
of juist niet?

niets meer te vormen
te ontdekken
af en toe een beetje
mezelf zijn kan dat?

maar als ik mezelf
dan even niet ben
ben ik dan een ander?
of een ander deel van mezelf
dat nog onontgonnen is?

kan ik mezelf echt
helemaal leren kennen
en wil ik dan mezelf
nog wel zijn?

marisca

Luchtdeur

Uit het gedicht ‘Reis’ van Bert Voeten kies ik de strofe:

Maar de deur van de lucht waait dicht                                                                             en de regen gaat er voor staan

Wat een bijzonder beeld. De deur van de lucht, is die tussen de wolken, achter de wolken of in het blauw verborgen? En als die open staat, waait het dan? En de wind die dan ontstaat, slaat die dan later die deur weer dicht en verdwijnt de wind er dan weer achter?

Wie maakt de deur weer open? De wind die er net zo lang tegenaan beukt tot hij open vliegt of doet de lucht hem af en toe open als hij wil luchten? De regen houdt niet van de wind en staat als een wachter voor de deur waarachter de wind is opgesloten. Maar hoe sterk de regendruppels ook zijn, uiteindelijk wint de wind en waait de deur weer open en begint alles opnieuw zoals het al gaat sinds de geboorte van de lucht, de wind en de regen.

gedachten bij een leeg wulkenhuis

Uit een zak pak ik zonder te kijken een voorwerp: een wulkenhuis. Kijkend en voelend komt het volgende in mij op:

Een zwoele dag en dunne gordijnen wapperen in open ramen. Zand op de vensterbank en zand tussen mijn tenen. Zo dichtbij het strand verblijven is bijzonder. Op tafel al mijn meegenomen strandvondsten. Eén krijgt een ereplaats: het wulkenhuis.

Het doet me denken aan opwaaiende dunne zomerjurken, aan wapperende gordijnen, aan gratieuze bewegingen.
De lijnen over de schelp laten ook zien dat groeien soms littekens achterlaat.
De punt die omhoog wijst doet me denken aan de neus van een nieuwsgierig kind dat onderzoekend rondkijkt.
Verborgen is het gat waarin de slak woonde. Schoonheid is vaak uiterlijk en daaronder kan een leegte van verlies zitten die bedekt wordt.
Wat is het mooi als na je dood je schoonheid verder gaat in de handen en geest van anderen.
Nooit gedacht dat een leeg wulkenhuis me zo zou doen denken. Wat heerlijk dat de geest alle kanten op kan waaieren en wapperen, net als de gordijnen en de opwaaiende zomerjurken.

als een vlinder

Soms komen dingen opeens bij elkaar en blijken ze voor dat moment precies bij elkaar te horen. Zo maakte ik onlangs foto’s van vlinders in een kas in de Hortus in Utrecht, las ik in bed het gedicht ‘Oud’ van Chris J. van Geel en nam ik afscheid van Ivonne.

De vlinder staat voor de overgang naar een ander leven, het leven na de dood. Maar ook denk ik voor: uit iets niet zo fraais (de rups en pop of een slechte ervaring) kan iets prachtigs ontstaan, als je het maar de tijd geeft.

Oud

Als vlindervleugels voelt ze aan
zo zacht en aan gewicht ook licht
is wat ze geeft, een hand, een speld
van pijn-

wij worden vlinders tot
in ons gewricht en ogen in
het stof getekend, droog, voor wij
doorstoken in het donker gaan.

Chris J. van Geel
uit: Het mooiste leeft in doodsgevaar.

kleuren

Op de vraag aan mezelf: ‘wat geeft kleur aan mijn leven’, hoefde ik niet lang na te denken.

Het zijn de vooral mensen om mij heen.

Mijn kinderen geven een rode gloed van liefde en aandacht en groen van frisheid.
Ton geeft een oudgouden glans op mij af. Net als een koperen voorwerp dat weer gaat glimmen als het opgepoetst moet worden, zo moet je de liefde voor elkaar steeds weer tevoorschijn halen en koesteren in zijn volle glans. Dat gaat zo als je elkaar al meer dan 50 jaar kent.
Mijn vriendinnen en familie geven geel aan mijn leven: warmte, vrolijkheid, ruimte en liefdevolle aandacht.

En er zijn mensen die mij in zwart dompelen door hun kwetsende woorden en houding. Maar het rood, oudgoud, geel en groen van de anderen om mij heen, maakt dat ik blij ben dat ik leef.

Zet daarnaast de kleuren uit de steeds veranderende natuur en je snapt dat ik genoeg heb om over te schrijven en foto’s van te maken, iedere dag weer.

waarom bloemen geel zijn

Waarom de bloemen geel zijn

Het was heel lang geleden toen de wereld nog geen echte dag en nacht had en het soms tijden donker op aarde was en dan weer even licht. Er waren al plantjes maar die groeiden niet hard want er was te weinig licht om te groeien. De planten zochten naar manieren om het licht langer vast te houden en ook om het wat warmer te hebben. ‘Zouden we niet wat zonlicht kunnen vasthouden als je zon zon schijnt’, vroegen zij zich af. Als eerste probeerde het speenkruid het. Zij zetten hun witte bloemblaadjes open toen de zon scheen en namen het gele zonlicht in zich op.

De volgende dag schenen in het schemerlicht gele lichtpuntjes op de bodem. Dat gaf de paardenbloemen de moed om het ook te proberen. Zij spreidden ook hun bloemblaadjes wijd naar buiten om zoveel mogelijk zonlicht te vangen. Dat voelde goed, dat voelde warm en zij riepen naar het koolzaad: ‘de volgende keer jullie, dan komt het licht steeds wat hoger terug’. De dotters wilden dat ook wel en ook zij nemen het geel in zich op om het over het water uit te spreiden. Steeds meer bloemen sloten zich aan: plomp, narcissen, lis, boterbloem, brem, stinkende gouwe, muurpeper en verschillende klaversoorten. De zon zag hoe graag de planten licht en warmte wilden hebben en hij sprak met het donker af dat zij ieder de helft van de tijd aan de hemel zouden zijn. En zo is het ritme van dag en nacht ontstaan, dankzij de planten.

marisca

het stellen van de vraag

Uit het gedicht:’ Iemand stelt een vraag’ van Remco Campert kies ik om over te schrijven de regels:
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet’.

De vraag stellen vereist moed want je weet eigenlijk al dat het antwoord leidt naar verandering en dat zal niet makkelijk zijn. ‘Ben ik nog gelukkig in mijn relatie? In mijn werk? Ben ik wie de mensen denken dat ik ben?
Ik denk dat je die vraag niet stelt als het antwoord ‘ja’ is. Er knaagt iets aan je en je probeert erachter te komen wat dat is door het stellen van een ’simpele’ vraag: ‘wil ik zo verder met mijn leven of wil ik iets anders met de rest van mijn leven?’
De laatste vraag bevestigend beantwoorden kan angstgevoelens oproepen, hartkloppingen, hoofdpijn. En ik vraag me af: als je die vraag hebt gesteld en eerlijk hebt beantwoord, hoe ga je dan verder? Deel je je gevoelens, angsten, verwachtingen of verwerk je eerst alles alleen en als je het voor jezelf hebt uitgewerkt, gooi je dan alles er ineens uit? Is er dan nog een weg terug? Of een weg om samen nog verder te gaan?

Je stelt jezelf de vraag: accepteer ik nog dat er op me neergekeken wordt omdat ik anders ben? Zo nee, dan breekt er een moeilijke tijd aan, vol strijd, tegenwerking, soms haat, omdat je niet meer accepteert wat anderen goed voor jou vinden.
Kortom: het stellen van de vraag vereist moed omdat je weet dat daarna het leven nooit meer hetzelfde zal zijn.

cirkels

een vis springt uit het water op
en duikt onder
steeds wijder kringen laat hij na

Willem Hussen

Ja, zo kan het gaan. Je springt op, laat jezelf zien, toont wie je bent en wat je wilt. Dan verdwijn je. De indruk die je hebt achtergelaten dijt uit, vervormt en vervaagt tenslotte. Eenmalig jezelf tonen is niet genoeg om een blijvende indruk achter te laten, daar is meer voor nodig.
Geschreven woorden kunnen lang voortleven, mits ze gelezen blijven. In een gesloten boek verstommen de woorden. Maar woorden die een echte waarheid in zich dragen verdwijnen niet als de cirkels in het water. Zij blijven cirkelen omdat de waarheid niet vluchtig is maar vasthoudend.
Woorden van waarde zijn niet weerloos, vergankelijk, maar zijn als het ware in steen gebeiteld.

kringen
ontstaan, verdwijnen
in het water
na onrust komt rust
stilte

Verder kijken »