AC4

Gelukkig was ik de afgelopen maanden geen thuizenaar al was ik meer thuis dan uit. Maar ik was niet alleen en ging elke dag even naar buiten en sprak andere mensen, op afstand, jawel, maar een stem overbrugt die anderhalve meter makkelijk. Als pensionado ben je een niet-vitaaltje. Een vitaaltje is iemand met een vitaal beroep en daar klappen we voor. Of klapten, het hoort allemaal al bijna bij ‘het nieuwe normaal’. Maar wat is normaal en is dat voor ieder hetzelfde? Zeker niet. Als ik al die weggegooide handschoentjes in de berm zie dan denk ik: doe eens normaal, je weet wat voor ellende dat plastic teweeg brengt. Maar mijn normaal is niet het normaal van de weggooier. En dat maakt het samenleven zo ingewikkeld. Jaren geleden maakte ik deze tekening voor iets anders maar dat past mooi bij dit stukje van nu: de thuizenaar in coronatijd.

AC 3

Tot nu toe doen de kinderen en wij alleen nog aan deurbezoek of raamvisite een zogenaamd raamdez-vous. Al zijn we nog geen dor hout en zullen we dat in hun ogen nooit worden, ze zijn voorzichtig met ons. Een druppeloverdracht is zo gebeurd. Deden wij in het begin nog aan de ellebooggroet, nu wordt die elleboog alleen nog gebruikt om in te hoesten of te niezen, de nieuwe hoesthygiëne raakt al aardig ingeburgerd. Hoewel ik kan hoesten als een verkouden zeehond, heb ik geen hoestschaamte als ik op straat hoest. Nu ik af en toe weer in een winkel kom zie ik overal kuchschotten bij de kassa. Zouden die blijven als de corona voorbij is? Zou de corona echt voorbij kunnen zijn? Ik ben bang van niet.

AC 2

Veelal bemondkapt gingen ouders met kleine kinderen op berenjacht in de buurt. Leuk voor binnenblijvers en buitenlopers. Ben je een besmetteling, dan mag je niet naar buiten. Anders mag je wel een blokje om. Je moet dan geen last hebben van buitenschaamte anders is het buiten lopen geen pretje. Maar daar hebben wij geen last van. Wel krijg ik wat last van een coronabuikje met al dat binnenzitten en mezelf een beetje troosten met een heerlijk stuk chocola. En vooruit, een glaasje wijn erbij voor de gezelligheid.

Ton had last van een coronakapsel maar met behulp van de tondeuse van schoonzoon R. ziet het er weer wat beter uit en over 10 dagen kunnen we bij de kapper terecht.

Wij worden coronaoudjes genoemd maar voelen ons niet zo, gelukkig maar. Omdat we weinig buiten zijn hebben wij ook geen coronahanden gekregen.

Vanmiddag in de auto hoorde ik opeens een heel hard geluid, ik dacht :wat is dat nou? Was het een laag overkomend vliegtuig. In de coronastilte was ik dat geluid even helemaal kwijt. Die stilte, wat is dat heerlijk. Inderdaad, weer het voordeel van het nadeel.

Inmiddels hebben we mondkapjes voor als het moet en die hebben we even uitgeprobeerd. Ik kreeg het er Spaans benauwd van en dan moet er nog een beschermdoekje in. Maar misschien is het een kwestie van wennen, maar mijn blik spreekt boekdelen.

AC

Leven in de 1,5 metersamenleving levert sommigen het 1,5metersyndroom op. Ik raak niet in paniek als iemand mijn denkbeeldige cirkel instapt, vergeet het zelf af en toe. Probeer er wel op te letten. Er is duidelijk een BC tijd en AC tijd. Niet before Christ en After Christ maar Before Corona en After Corono.

Voorheen had ik nog nooit van een afhaalfile gehoord, maar nu weet ik dat het de file bij een afhaalrestaurant is.

Er zijn nu balkonconcerten, een zogenaamde balkonnade, en dat wordt gefilmd en verspreid. Geen beroemde artiesten maar gewoon de buurman of buurvrouw en dat andere contact met elkaar verbindt de buurt. Er wordt zelfs balkonbingo gespeeld. Mensen worden creatief als ze zich gaan vervelen en dat is juist de kracht van het geregeld jezelf vervelen: onverwachte gedachten poppen op en leveren onverwachte produkten als een lied, een gedicht een ode aan de nieuwe helden op. Of zelfs een coronawoordenboek. Via een podcast van de Taalstaat kwam ik hier achter. Dus opgezocht en de voor mij prikkelende woorden overgetypt en zo is dus dit stukje ontstaan. Mogelijk vervolgd.

muziek

Vanaf de eerste keer dat ik het bloemenduet uit Lakmé hoorde was ik ontroerd, kreeg er kippenvel van.

De zachte muziek aan het begin, de vrouwenstem die zich erin voegt, dan de iets donkerder vrouwenstem die het overneemt. Maar als ze samen gaan zingen dan schiet ik elke keer weer vol, vooral bij dat zachte ‘ensemble’.

Het lied staat op mijn lijstje voor mijn begrafenis. Misschien dringt er nog iets van door tot mijn ziel en neem ik die mooie klanken nog mee.

Ik keek en luisterde op youtube en zag de ondertiteling, weliswaar in het Frans dus het meeste ontgaat me, maar ik wil helemaal niet weten waar het over gaat, ik wil mijn eigen beelden erbij hebben.

Ik hoor door de muziek een zacht beekje murmelen, twee mensen die van elkaar houden en samen willen blijven maar helaas, dat kan niet. Wat overblijft is dit samenzijn in deze prachtige bloementuin als herinnering.

En dan zwellen hun stemmen weer op, voel je het verdriet van het afscheid moeten nemen. En heel zacht klinken de stemmen, liefkozend ten einde met hun ‘ensemble’.

Ik kan dit lied keer op keer achtereen horen en het blijft me raken.

Heel anders dan ‘Island in the stream’ van Dolly Parton en Kenny Rodgers. Maar dat kan ik ook keer op keer horen en dan lekker hard meezingen. Heel anders, maar ook heel lekker.

op reis in mijn kamer

Ik ga op reis in mijn kamer met een loep.

Blijf aan mijn tafel zitten en pak wat stenen en schelpen uit mijn schaal en bekijk ze door een loep. Het meest interessant vind ik de woestijnroos. Een stukje beige gesteente met plooien, verschillen in diktes, de openingen, de kronkellijnen en soms opschittering aan de zijkant.

Een schaal vol gevonden schatten, opgeraapt tijdens vakanties of gewoon tijdens het lopen in de omgeving. Hoe ik hieraan kom weet ik niet meer. Misschien van iemand gekregen die weet dat ik hiervan geniet. Ik denk het want de ene keer dat ik in de woestijn ben geweest heb ik dit niet gevonden.

Het is door de loep een miniatuurlandschap met scherpe kliffen, uitwaaierende plateaus, door de wind geschuurde vormen. De grilligheid van het ontstaan van een stuk natuur dat mogelijk vloeibaar begon maar verhardde door de tijd heen. En de tijd sleet het weer af, korrel voor korrel. Tot er een breukvlak ontstond en het losraakte van het grote geheel. Vrij om op reis te gaan met waterstromen mee of de wind of een mensenhand.

Wat voel je als je onverwachts zoiets moois vindt? Blijdschap, mogelijk ontroering of alleen verbazing over hoe zoiets moois op deze plek terecht is gekomen.

De vormen zijn uniek, niets op de aarde is gelijk aan dit stukje versteende woestijn. Wat een ervaring daarmee in contact te komen.

een schaal vol gevonden schatten
iedere vorm is uniek
een miniatuurlandschap
een schaal vol gevonden schatten
verhard door de tijd
geschuurd door wind en water
iedere vorm is uniek
een schaal vol gevonden schatten

het leven stoot je om

Ik kies de zin: ‘Het leven stoot je om en helpt je op‘ uit het gedicht ‘Het leven’ van Toon Hermans.

Dat is het bijzondere aan het leven dat we leiden. Er kan je iets overkomen of het overkomt je naasten maar je voelt de pijn en het verdriet met ze mee. Je zit heel diep in je verdriet, je angst, en dan kan het zo maar gebeuren dat een stukje muziek, een vogel die begint te fluiten of een aai over je hoofd, je doet opveren en je weer, soms even, een blij gevoel geeft.

Het is als het bekende gezegde: als er een deur gesloten wordt, gaat er ergens anders een raam open. Maar helaas ziet niet iedereen dat raam of hoort het lied niet of kan zelfs de zachte aai niet meer verdragen. Dan stoot je alleen nog maar je hoofd, voet of hart aan het leven. En soms is het leven dan niet meer te leven.

Gelukkig heb ik een karakter gekregen dat juist open staat voor dat plotse lichtpuntje en zie ik vaak meer licht dan donker. Dat is een geluk. Daarom heb ik wel blauwe plekken van het stoten maar word ik er niet beurs van.

En ik hoop anderen weer op te peppen met een kaart, een briefje of een aai over de bol.

sprintjes

bulkt van letters die wachten op consumptie.

Kasten vol boeken in de bieb en de boekwinkel die vragen: lees mij.

Maar ook in de hoofden van schrijvers bulkt het van de letters die erom vragen: voeg ons samen tot woorden, tot zinnen, tot verhalen, tot overpeinzingen. We liggen klaar, geen last van corona, wij mogen eruit, vind ons.

En dat doen Nel en ik dan ook. Het bulkt, borrelt en duizelt soms in ons hoofd. Al die letters die eruit willen en alles goed vinden wat wij ermee doen.

Ik gebruik ze nu, zittend in de zon op het balkon, om een sprintje te schrijven. Even hiervoor voegde ik ze samen voor een condoleancekaart.

Corona, letters die opeens als een bedreigend woord steeds opduiken. Dat hadden ze vooraf ook niet gedacht. Maar letters zijn geen baas over zichzelf, zij voegen zich naar de wil van de gebruiker. En op dit moment naar mijn wil.

Dit schreef ik in een sprintje (achter elkaar doorschrijven) van vijf minuten naar aanleiding van een tekst van Bert Wagendorp over zijn werkkamer. Nel en ik hebben er ieder een aantal zinnen uitgehaald en hebben daar thuis over geschreven. Vanmiddag hebben we ze aan elkaar voorgelezen door de telefoon. Geen lijfelijk contact maar wel contact en dat behouden we zorgvuldig.

godsbeeld

Ik schrok vorige week toen ik las dat er een dominee is die tegen kinderen zei dat de coronacrisus komt door zonden die de mensen hebben begaan. Ik dacht dat zoiets al eeuwen achter ons lag maar nee, er zijn nog steeds mensen die geloven dat er een god bestaat die van bovenaf ons bekijkt en als het hem, het is altijd een hij, niet meer bevalt, hij dan een ziekte of andere straf op de aarde loslaat. In vroeger tijden kan ik me dat voorstellen. Niemand wist waar die plotselinge ziektes vandaan kwamen en dan zoek je een verklaring. En vond je die niet dan gaf je een minderheid in je land de schuld, of een vrouw die mensen genas met kruiden maar nu de vijand werd, of het was de straf van god. Maar nu weten we beter en dan nog kinderen belasten met dat vreselijke idee van zonden als bron van corona. Ik vind dit te erg voor woorden. Heb er daarom maar een afbeelding bij gemaakt van een wat lievere god. Niet dat ik geloof dat dit realiteit zou kunnen zijn, maar omdat ik als kind dit beeld van god voorgeschoteld kreeg en het in allerlei oude schilderijen nog altijd te zien is.

bonbon

Ik schreef al eerder over de dagelijkse kunstopdrachten van museum LAM uit Lisse. Een van de opdrachten was naar aanleiding van het kunstwerk van Peter Anton: een grote gevulde doos bonbons. Stel dat ik een van die bonbons zou zijn, welke zou ik dan zijn?

Ik wist het direct: deze bonbon ben ik.

De een na laatste in de doos dus bijna lest best.

Mijn weelderige vormen komen hier mooi uit. Ik verberg ze niet, ze mogen gezien worden. Ik ben zacht voor mijn omgeving en laat ze meesnoepen van mijn ervaringen.

Door heel mijn leven lopen rode draden die mij verbinden met familie, vriendinnen, creatieve clubjes en loslopers en ik houd altijd voldoende draad op de knot om nieuwe verbindingen aan te gaan. Want dat houdt mij bijeen, al die rode draden vol energie van geven en ontvangen. Dat maakt mij de smakelijke, goed gevulde bonbon die ook als ik op ben een zoete smaak achterlaat.

m’

Verder kijken »