ouder worden

Uit het al  eerder genoemde boek ‘ De kunst van ouder worden’ kies ik dit citaat van Democritus (460-370 v.Chr):

‘De ouderdom is een verminking waarbij het lichaam geheel intact is: hij bezit alles maar overal ontbreekt wel iets aan’.

Wat een bijzonder gedachte, maar hij gaat niet voor iedereen op. Mensen die een lichaamsdeel of een stuk daarvan missen zijn niet geheel intact. Of zouden sommigen dat zo niet ervaren?
Wat bijna iedereen voelt die tot de ouderen behoort is dat het lijf niet meer zo functioneert als vroeger. Gewrichten die niet zo soepel meer buigen, vel en spieren die verslappen, ogen die een bril nodig hebben, oren een gehoorapparaat.
Maar is dat erg? Ik vind van niet. Het hoort bij het afscheid nemen, bij het loslaten. Want dat betekent ouderdom ook: afscheid nemen en loslaten.
Dromen die niet meer vervuld worden, liefdes die uitgedoofd zijn, geliefden die er niet meer zijn: het is voorbij.

Maar ouderdom betekent voor mij ook het tellen van mijn zegeningen, het terugkijken op mijn leven met een goed gevoel en nu genoegen nemen met kleinere genoegens. Die blijf ik opzoeken en ervan genieten, anders ontbreekt er meer dan alleen het verlies van lichaamskracht.
Mag ik dit een verminking noemen, dat minder kunnen? Het woord min zit er wel in maar ik zou het toch voor mij niet zo willen benoemen. Maar ik heb dan ook geen MS, parkinson, kanker of dementie. Daarbij past het woord verminking wel vind ik. Maar zelfs daarmee weten mensen toch nog dagelijkse lichtpunten te vinden en te koesteren.

blijmoedigheid

Vanochtend pakte weer eens het boek “De kunst van ouder worden’ en zag daar wat uitspraken van Democrites die leefde van ongeveer 460-370 voor Christus. Hij werd ook wel de lachende filosoof genoemd. Stel je voor dat onze teksten over zo’n 2500 jaar nog gelezen zouden worden. Het handigst is denk ik dus belangrijke teksten toch maar in boekvorm te bewaren. Ik bleef hangen bij de zin: ‘Blijmoedigheid is een zielstoestand waarin de atomen van de ziel in evenwicht zijn.’

Moet je nagaan dat zo lang geleden men al sprak van atomen als kleinst mogelijke deeltjes waaruit iets opgebouwd was, in dit geval de ziel.
Kan iets dat niet stoffelijk is zijn opgebouwd uit atomen? Zag hij de ziel dus als iets stoffelijks, iets tastbaars? Of bedoelde hij het overdrachtelijk?
Ik vind het wel een mooi beeld. Blijmoedigheid geeft iets luchtigs, ontspannends, opgewekts, vreugdevols waardoor je even ontsnapt aan de zwaarte van het leven. En dat kan alleen als alles in balans is, in evenwicht dus.
Geen uitslaan naar uitzinnige vreugde of naar de andere kant: droefenis.

Kun je die gevoelstoestand zelf oproepen of is daar iets van buitenaf voor nodig? Als dat helemaal uit jezelf kan komen dan is dat een groot goed want dan kun je, waar je ook bent, dat gevoel oproepen. En ik denk ook eigenlijk dat echte blijmoedigheid niet door oorzaken van buitenaf opgewekt kan worden. Ze kunnen een aanleiding zijn maar slechts de blijmoedige ziet daarin het goede, mooie, bijzondere.
Het is dus een groot cadeau als je als blijmoedig mens geboren wordt. Je hebt dan altijd een voorsprong op geluk ten opzichte van anderen die dit niet hebben.

Als ik het woord uit elkaar haal zie ik: blij- moedig- heid. Heid is een Duitse meisjesnaam en betekent: vriendelijk. Prachtige combinatie.

strijken 3

Via Nel kreeg ik de spreuk:

Bij een huwelijk krijg je geen garantie.
Als je daarnaar op zoek bent,
kun je beter gaan samenwonen
met een strijkijzer.


De enige garantie die je in het leven krijgt is dat je dood gaat. Verder krijg je nergens garantie op, behalve soms op materiële dingen.
Maar niet op gezondheid, niet op liefde, niet op werk, niet op kinderen. En hoewel je op bepaalde materiële zaken garantie krijgt is dat soms toch geen 100% garantie.
Daarom is het beter je leven te leven zoals dat goed voor jou is en voor je naasten. Blij zijn met de goede momenten want je weet niet of het zo blijft. Dus geniet in het nu en doe je best. ‘De akela doet de rest’ komt direct daarna in mijn hoofd.
Al begint (bijna) iedereen aan een huwelijk met het idee: dit is voor de rest van mijn leven, het kan veranderen en zodanig dat je blij bent dat het niet voor de rest van je leven is.
Zo kan de liefde van anderen voor jou en van jou voor anderen veranderen.
Het alternatief voor zekerheid: gaan samenwonen met een strijkijzer, lijkt me niet echt aantrekkelijk.
Of te koud, of te heet.

alles mag er zijn

Van de week ging ik schrijven naar aanleiding van de zin: als alles er mag zijn.

Als alles er mag zijn mag ik er dus ook zijn met al mijn hebbelijk- en onhebbelijkheden. Heb ik een functie in de wereld die alleen door mij vervuld kan worden.

Mag dus ook het kwade, het slechte er zijn. Wat is daar het nut van? Wie wordt er beter van het slechte behalve degene die het slechte verspreidt? Niemand.

Mogen dus ook de familievetes er zijn die gezinnen uit elkaar trekken. Wat is het nut hiervan behalve het genoegen van een enkeling de zich boven alles plaatst?

Mag ook de dood er zijn. Op zich heb ik vrede met de dood na een vol leven. Maar als de dood vroeg komt, bij kinderen of jong volwassenen, dan vind ik dat die dood er niet mag zijn.

Mag ieder mens er zijn, goed of slecht. Er wordt gezegd dat niemand helemaal slecht is. En dan komt het voorbeeld dat Hitler van zijn honden hield en SS’ers van hun kinderen.

Als alles er mag zijn vind ik dat onrechtvaardig. Maar wie maakt de keuze van wie of wat er wel of niet mag zijn? Volgens mij een onmogelijke keuze en is het daarom dat: alles er mag zijn?

binnenkant

Deze foto maakte ik ooit in het Dolhuys en deze week gaf ik daar antwoord op.

Hoe kan ik dat als ik niet weet hoe het er daar uitziet? Ik heb wel eens foto’s en films over ons brein gezien maar hoe is dat bij mij? Is er al veel dichtgeslibd, verkalkt? En zijn de verbindingen nog zonder knikken of afknellingen?
En waar zit mijn creatieve stukje? En mijn emotiedeel? Mijn agressiedeel?
Ik zal een poging wagen om te beschrijven hoe ik denk dat het er bij mij van binnen uitziet:

Een grijze brij met roze stukjes nieuwe aanwas in het creatieve deel. Het knettert af en toe in het woordgedeelte als ik met een nieuw gedicht bezig ben of een column schrijf.
Het emotiedeel ligt soms heel stil maar kan opeens in beweging komen als ik blij of verdrietig ben. Dat in beweging komen gebeurt vaker dan dat het stil ligt.
Soms is het of er vuurwerk wordt afgeschoten in het agressiedeel als ik driftig word in de auto, als thuis iets of iemand niet doet zoals ik het wil. Soms strekken stukjes brein zich samen in het spanningsgedeelte als ik een thriller op tv kijk of een boek lees.

En al die stukjes die bij mijn ik horen veranderen voortdurend. Ze krimpen in, dijen uit, verkleuren, knetteren alsof er kortsluiting is, maar alles werkt nog redelijk voor mijn leeftijd.
Het vergeetdeel groeit langzaam wat meer uit, maar krimpt af en toe ook weer in. Het angstdeel is wat geggroeid maar is flexibel en kan dus ook weer inkrimpen.
Ook mijn emotiedeel is gegroeid en gloeit geregeld zacht op als ik samen ben met familie of vrienden/vriendinnen of als ik aan ze denk.

Kortom: voor een 73 jarige ziet het er nog goed uit van binnen en daar ben ik blij om.
En zie: mijn emotiedeel glimt even op.

boeken

Gisteren schreef ik dat voor mij een huis boekenkasten moet hebben want voor mij vormen boeken een deel van de ziel van het huis en zijn bewoners. Zij weerspiegelen de interesses van de mensen die er wonen en geven ook een kijkje in hun geschiedenis. Soms zijn ze aan vervanging toe, soms nooit.
Er zijn boeken die je met genoegen leest maar een tweede keer hoeft niet. Die boeken kunnen op een gegeven moment vervangen worden. Maar er zijn ook boeken die meer bieden: mooie zinnen om te herlezen, interessante gedachtes om over te mijmeren of over te schrijven. Sommige boeken zijn soms gewoon een kijkgenot of pure nostalgie. En al die boeken samen vormen een kostbaar bezit voor de huidige bewoners.
Of dat ook geldt voor de komende generatie zal in de toekomst moeten blijken. Och arme kinderen als ze eens al die boeken moeten uitzoeken en opruimen. Maar ik denk dat zij het makkelijker kunnen dan wij want zij hebben niet de verbinding met die boeken die wij hebben. Ik weet het uit ervaring. Hieronder de boekenkast in de huiskamer en in mijn kamer. En dan hebben we ook nog Ton zijn kamer. Ik weet het, het is veel en het einde is nog niet in zicht want met sinterklaas komt er weer nieuwe aanvoer.

huis

Uit het boek: ‘Klaar Heden’ maak ik een lijstje bij:
wat een huis behoort te hebben.

-Muren die het overeind houden als het stormt
-Een dak dat de regen afvoert en niet binnenlaat
-Een kachel om samen omheen te zitten en de kou uit het lijf houdt
-Genoeg kamers om je terug te kunnen trekken
-Een keuken waar ruimte is om samen te koken. Als er ook nog een tafel in kan is dat helemaal geweldig.
-Boekenkasten vol boeken die de interesses en de levens van de bewoners weerspiegelen
-Kunst die blij maakt
-Genoeg kasten om overbodige spullen nog even in te bewaren
-Spelletjes, teken- en schrijfspullen
-Mensen die in harmonie met elkaar leven
-En dat alles geeft een ziel aan het huis

En dan denk ik aan al die vluchtelingen die dit alles hebben moeten opgeven. Aan mensen die door tegenslag huis en haard verliezen en nu op straat wonen. En dan voel ik me intens dankbaar dat ik iedere dag warm, droog en veilig in ons eigen huis kan wonen.

kijkje in de toekomst

Als het mogelijk zou zijn, een kijkje in de toekomst nemen, zou ik dat dan willen?
Absoluut niet.
Ik wil niet weten wanneer ik alleen kom te staan of dat ik misschien wel eerder dood ga dan Ton. Kan natuurlijk altijd, al is de kans dat het andersom is, vele malen groter.
Ik wil niet weten of ik dan nog zelfstandig kan wonen of dat ik geestelijk of lichamelijk zo achteruit ben gegaan dat ik in een tehuis moet wonen.

Maar stel dat ik een optimistische kijk in de toekomst zou kunnen maken. Dan zie ik mezelf nog lekker rondscharrelen in en rond de flat. Misschien rijd ik nog auto of heb ik zo’n handig 45 km. autootje. En ik schrijf nog steeds stukjes op Fluweelbloem, doe nog projectjes met Nel want we willen contact houden en onze geest blijven aktiveren met nieuwe opdrachten aan elkaar.

De kinderen wonen nog steeds vlak naast elkaar en hebben het nog goed met hun R. en P. en zijn nieuwe wegen ingeslagen met hun beroep. Ook zij willen zich blijven ontwikkelen. We gaan nog eens per jaar met elkaar naar een boshuisje en genieten van de natuur en elkaar. Doen spelletjes, P. bakt pannenkoeken, R. vertelt mij nu over de natuur en M. en A. kletsen er nog steeds op los met elkaar en willen nog steeds winnen met hun eigen kaartspel.

Als dat mijn toekomst zou zijn, dan teken ik daarvoor. Maar er zijn geen inschrijfformulieren dus wacht ik mijn toekomst gewoon in vertrouwen af.

laten

Naast de nobele kunst om dingen voor elkaar te krijgen,
is er de nobele kunst om dingen te laten voor wat ze zijn.

Lin Yutang

En dat is soms een heerlijk gevoel. Even geen verandering en daar verantwoordelijk voor zijn. Het is goed zoals het is, of niet, maar als er geen kans op verbetering is, dan is accepteren heel rustgevend.
Tot januari geen nieuwe kleren kopen, had ik afgesproken met M. Geen impulsaankopen.
Kijken wat je al hebt en dat gebruiken. Geeft rust maar toch ook wat onrust want als ik langs een etalage loop met leuke vesten dan moet ik me bedwingen niet naar binnen te gaan. Soms ga ik toch naar binnen en ben dan blij dat ik niets zie dat de moeite waard is om de weddenschap te verliezen.

Maar bij ouder worden en ouder zijn past deze spreuk ook. Niet persé nog willen doen wat je altijd deed maar eigenlijk niet meer kan. Laat het los. Je hebt er jaren van genoten, meer jaren dan de jaren dat je het niet meer kunt. Focus op wat binnen je bereik ligt en wees daar tevreden mee.
Zoek de uitdaging in het kleine en blijf die zoeken want je geest moet bezig blijven, ook als het lichaam het af laat weten. Daarom schrijf ik zo graag stukjes voor Fluweelbloem.

evenwicht

Evenwicht binnen een relatie is van belang. De een kan groter zijn, de ander kleiner, de een kan emotioneel zijn, de ander rationeel, er kunnen allerlei verschillen zijn binnen een relatie, maar als de een de ander niet domineert, als ieder kan zijn zo hij of zij, is zonder steeds op zijn tenen te lopen, dan ontstaat er een evenwicht. Dat kan betekenen dat de balans soms naar de ene soms naar de andere kant opslaat, maar net als zo’n schommelpoppetje, komt hij uiteidelijk tot rust in het midden.

Belangrijk is wel dat er beweging blijft, dat de een de ander uitdaagt, toegeeft, dat ieder zich eens belangrijk voelt om wat wat hij doet en wat hij is, maar het evenwicht zorgt ervoor dat hij weer met beide benen op de grond tot rust komt.

Evenwicht ontstaat na beweging, het heen en weer gaan en dan weer tot rust komen. Slaat de balans steeds de ene kant op, dan komt er een misbalans en dat kan een grote verstoring in de relatie teweeg brengen.

Evenwicht is soms balanceren op een dunne draad, soms op een dikke balk maar het gaat om de voeten die daarop rusten en de geest die de spanning weet te beheersen. Als ook daar disharmonie optreedt gaat het mis, een val en van evenwicht is geen sprake meer.

Verder kijken »