overdenking

Uit het gedicht ‘Blad’ van Toon Hermans kies ik de regels:

‘nooit zou het blad bewegen
als de wind er niet was.’

Tja, wat heb je van jezelf en wat kun je vanuit jezelf zonder beïnvloed te zijn door afkomst en opvoeding? Vanaf je ontstaan ben je al een mengeling van twee mensen met al hun hebbelijkheden en onhebbelijkheden. De omgeving waarin je opgroeit kan bepalen of jij langzaam mag groeien, rijpen. Of dat je beschadigd wordt of heel mag blijven. Of er een zacht briesje van liefde is dat je laat dansen of dat er een storm van woede raast die je doet wankelen.
Wat hebben wij eigenlijk echt zelf in de hand in ons leven? Vrij weinig denk ik, al hebben wij vaak het idee alles zelf in de hand te hebben. Altijd is er iets of iemand om ons heen die gewild of ongewild invloed op ons uitoefent, vaak zonder dat wij er erg in hebben.
En wat te denken van een hogere orde die wij niet kunnen zien maar die veel invloed op mensen uitoefent. Niet omdat die hogere orde dat eist, maar omdat er mensen zijn die zeggen te weten wat die hogere orde van ons verwacht.
Dit alles had ik niet overdacht als ik vanochtend in het schrijfcafe niet deze regels had gekozen uit het ons uitgereikte gedicht.

gitaar

Als ik een gitaar was, zou ik trillen en zingen door de aanraking van vingers. Die heb ik nodig om tot leven te komen. Dat vind ik wel jammer. Soms, als ik stil in mijn hoes lig en wat mijmer en mooie muziekmomenten in mijn buik herspel zou ik ze ook echt willen voelen maar ik mis de vingers.
Klanken sla ik in me op, trillingen voel ik na in mijn klankkast maar kan ze niet tot leven wekken, want ik mis de vingers. Zou mijn leven heel anders zijn als ik alleen al door mijn gedachten mijn snaren zou kunnen laten trillen? Zeker, maar mogelijk zou ik minder rijk aan klank zijn als het alleen uit mij zou komen. Juist het samenspel tussen mijn snaren en de vingers van een ander geven iedere keer weer een andere beleving.

foto van internet.

mooi woord

De hemelbodem, een woord van Remco Campert uit het gedicht  ’Ik wil wel’ kwam tijdens het schrijven met de groep naar boven. Omdat we het allemaal zo’n mooi woord vonden gingen we er een minuut over schrijven. Dit kwam bij mij op:

Wat een prachtig woord. Daar kun je niet doorheen zakken, daar ben je veilig. Er is diepte, warmte, genegenheid, eeuwigheid. Nooit het gevoel: de grond zakt onder me weg. Integendeel. De grond draagt me, laat me verten zien die ik nog niet zag. Geeft me een basis die onvoorwaardelijk is.
De hemel spiegelt zich en verdubbelt zich. Zoveel hemel voor mij en de mensen om mij heen. Dat moet toch genoeg zijn voor allen?

woordvonds

Uit het voorgaande gedicht kies ik de woorden:
opgeblonken minuskule kleine kistjes.

Wat een prachtige taalvonds. De napjes van de beuk beschrijven als houten kistjes is prachtig, vooral omdat er zo een link gelegd wordt naar de eerder genoemde kleine dood. Alleen het woord opgeblonken vind ik niet terug in het doffe napje van de beuk. Past voor mij meer bij de glimmende kastanje.
Mooi ook dat een vreemde droefheid niet alleen bij mensen voorkomt maar ook bij bomen. Ik weet inmiddels dat bomen veel meer kunnen dan ooit gedacht. Ze geven elkaar informatie door, communiceren dus met elkaar.
Zouden ze zeggen:’ jongens, de herfst komt eraan, nog even volop energie erin en dan kunnen we de hele winter uitrusten’? Al miljoenen jaren volgen zij een vast ritme en zorgen er zo voor dat mens en dier kunnen genieten en gebruik maken van hun vruchten, stammen of takken en hun schoonheid. Dankzij dat achteloos rondstrooien van hun houten kistjes met kostbare inhoud.

spiraal

SPIRAAL

Spiraal, het roept direct het woord spiritueel in me op. Maar ik denk ook aan ‘het spiraaltje’ als anticonceptiemiddel. Dit laatste houdt tegen, het eerste nodigt uit naar binnen te komen zoals het labyrint. Ik denk aan de dans van de derwisj die in een steeds kleiner cirkeltje naar binnen treedt.

De spiraal kan van allerlei materiaal zijn, van allerlei groottes, maar leidt altijd in evenwijdige cirkelgang van buiten naar binnen en vanuit het centrum weer naar buiten. Wat is het praktische nut van een spiraal eigenlijk? Weet ik niet zo snel. Wel het louterend gevoel dat een getrokken spiraal op het strand, getekend op steen of op papier je kan geven als je er open ingaat. Maandag mag ik weer, ik kijk er naar uit.

ouder worden

Ouder worden.

Ouder worden gebeurt op allerlei manieren, positief en negatief, duidelijk of sluipenderwijs. Zo merk ik dat ik door de jaren heen wijzer ben geworden, maar ook dat ik nog altijd niet wijs genoeg ben om ‘een wijze vrouw’ genoemd te worden. Ik weet niet of ik milder geworden ben, mogelijk was ik dat al redelijk en is dat hetzelfde gebleven. Maar misschien ben ik wel minder mild geworden, zonder dat ik dat zelf gemerkt heb. In mild zijn zit ook mededogen. Als je soms een woord eens langer bekijkt of hardop uitspreekt kan het iets vreemds krijgen terwijl het zo vertrouwd is. Mededogen. Ik zie ‘mede’ erin en dat begrijp ik. Bij ‘dogen’ denk ik aan gedogen en dat heeft iets van de ander tolereren en dat zie ik weer niet in mededogen. In het synoniemenwoordenboek staat medelijden/compassie/medegevoel/barmhartigheid/erbarmen. Bij dat laatste woord moet ik direct aan het ‘Erbarme mich’ uit de Mattheus Passion van Bach denken. Zo’n prachtig lied. Het is een woord dat denk ik niet meer gebruikt wordt in de spreektaal, maar misschien was het altijd al een woord dat in de schrijftaal thuis hoorde. Er zit ‘barm’ in, net als in barmhartigheid. Geen idee wat dat woord betekent maar ik zoek het even op.

Het kan een vis of vogel zijn, een berm of strook grond aan de voet van een muur tot de gracht, een hoge golf of baar, en de schoot ( van het lichaam). Ik ga voor de laatste optie wat het woord erbarmen betreft.

Maar ouder worden betekent ook strammer worden, minder kunnen dan een aantal jaren geleden en dat betekent weer loslaten. En uiteindelijk kan dat zo maar tot meer vrijheid leiden. Maar dat gaat niet vanzelf, daar moet aan gewerkt worden en werken gaat langzamer als je ouder wordt. Maar we hebben geen haast meer in het 70+ leven, althans, ik probeer mijn dagen te slijten met leuke dingen zonder me te haasten. Mijn broer Frank zei vroeger al tegen me: ‘Zij die langzaam gaan, zien veel meer.’ En met deze wijze woorden sluit ik dit stukje af. Tijd voor een middagdutje.

mezelf

mezelf

wanneer ben ik mezelf?
het klinkt af en klaar
wil ik dat echt
of juist niet?

niets meer te vormen
te ontdekken
af en toe een beetje
mezelf zijn kan dat?

maar als ik mezelf
dan even niet ben
ben ik dan een ander?
of een ander deel van mezelf
dat nog onontgonnen is?

kan ik mezelf echt
helemaal leren kennen
en wil ik dan mezelf
nog wel zijn?

marisca

Luchtdeur

Uit het gedicht ‘Reis’ van Bert Voeten kies ik de strofe:

Maar de deur van de lucht waait dicht                                                                             en de regen gaat er voor staan

Wat een bijzonder beeld. De deur van de lucht, is die tussen de wolken, achter de wolken of in het blauw verborgen? En als die open staat, waait het dan? En de wind die dan ontstaat, slaat die dan later die deur weer dicht en verdwijnt de wind er dan weer achter?

Wie maakt de deur weer open? De wind die er net zo lang tegenaan beukt tot hij open vliegt of doet de lucht hem af en toe open als hij wil luchten? De regen houdt niet van de wind en staat als een wachter voor de deur waarachter de wind is opgesloten. Maar hoe sterk de regendruppels ook zijn, uiteindelijk wint de wind en waait de deur weer open en begint alles opnieuw zoals het al gaat sinds de geboorte van de lucht, de wind en de regen.

gedachten bij een leeg wulkenhuis

Uit een zak pak ik zonder te kijken een voorwerp: een wulkenhuis. Kijkend en voelend komt het volgende in mij op:

Een zwoele dag en dunne gordijnen wapperen in open ramen. Zand op de vensterbank en zand tussen mijn tenen. Zo dichtbij het strand verblijven is bijzonder. Op tafel al mijn meegenomen strandvondsten. Eén krijgt een ereplaats: het wulkenhuis.

Het doet me denken aan opwaaiende dunne zomerjurken, aan wapperende gordijnen, aan gratieuze bewegingen.
De lijnen over de schelp laten ook zien dat groeien soms littekens achterlaat.
De punt die omhoog wijst doet me denken aan de neus van een nieuwsgierig kind dat onderzoekend rondkijkt.
Verborgen is het gat waarin de slak woonde. Schoonheid is vaak uiterlijk en daaronder kan een leegte van verlies zitten die bedekt wordt.
Wat is het mooi als na je dood je schoonheid verder gaat in de handen en geest van anderen.
Nooit gedacht dat een leeg wulkenhuis me zo zou doen denken. Wat heerlijk dat de geest alle kanten op kan waaieren en wapperen, net als de gordijnen en de opwaaiende zomerjurken.

als een vlinder

Soms komen dingen opeens bij elkaar en blijken ze voor dat moment precies bij elkaar te horen. Zo maakte ik onlangs foto’s van vlinders in een kas in de Hortus in Utrecht, las ik in bed het gedicht ‘Oud’ van Chris J. van Geel en nam ik afscheid van Ivonne.

De vlinder staat voor de overgang naar een ander leven, het leven na de dood. Maar ook denk ik voor: uit iets niet zo fraais (de rups en pop of een slechte ervaring) kan iets prachtigs ontstaan, als je het maar de tijd geeft.

Oud

Als vlindervleugels voelt ze aan
zo zacht en aan gewicht ook licht
is wat ze geeft, een hand, een speld
van pijn-

wij worden vlinders tot
in ons gewricht en ogen in
het stof getekend, droog, voor wij
doorstoken in het donker gaan.

Chris J. van Geel
uit: Het mooiste leeft in doodsgevaar.

Verder kijken »