in gedachten

In gedachten.

Beide tekeningen hebben hetzelfde onderwerp, dezelfde kleur, maar toch zit er verschil in. Bij de eerste tekeningen zijn de lijnen zacht, ze zijn licht om de figuur heen gewonden, maar geven nog voldoende bewegingsruimte voor lichaam en geest. En de lijntjes zijn zo dun dat ze zo kunnen worden verbroken zonder jezelf pijn te doen.
Bij de tweede tekening lijken de draden van prikkeldraad, de figuur zit letterlijk gevangen in zijn eigen gedachten en hoe meer hij worstelt om eruit te komen, hoe meer hij zichzelf pijn doet. Er kan slechts hulp van buitenaf worden geboden, iemand die één voor één de draden doorknipt, voorzichtig verwijdert en zo de figuur weer levensruimte biedt. Want als je zo gevangen zit in je gedachten en weet dat je er zelf niet uit kunt komen, dan heb je geen levensruimte.
Nu zullen er spirituele meesters zijn die dat mogelijk zullen ontkennen: ‘de geest is altijd vrij om te gaan waar hij wil’ en ‘jij bent je gedachten niet’, maar die zitten niet op dat moment net als deze persoon zo gevangen in zichzelf.
Het is vreemd te bedenken dat zoiets onstoffelijks als gedachten iemand kunnen gijzelen, maar het gebeurt en niet alleen vandaag de dag, maar door alle eeuwen heen.

pauwblauw

Pauwblauw.

Als ik een mannetjespauw was, zou ik ook trots zijn op mijn kleuren en vooral op het ‘pauwblauw’. Ik zou mijn staart opheffen, de veren laten trillen om zo nog meer van mijn kleuren te profiteren, want waarom heb je anders zo’n staart? Toch niet om te laten hangen? Nee, je mogelijkheden gebruiken, daarvoor zijn ze aan je gegeven. Maar zo trots als een pauw, dat gaat dan net weer even te ver. Want waarom trots zijn op iets dat je zomaar is gegeven, dat niet jouw verdienste is? Nee, als je wat doet met je mogelijkheden, dan mag je trots zijn op jezelf omdat je er goed gebruik van maakt.

Er zullen mensen zijn die de mannetjespauwen uitslovers vinden, net zoals er mannen zijn die zo lopen te pronken. Maar altijd zijn er vrouwen die daar plezier aan beleven, zich gevleid voelen door die aandacht. En zo werkt het dus gewoon door: aantrekken en aangetrokken voelen. En dat is nodig om de soort in stand te houden. Het is ook de reden waarom mannetjesdieren zoveel mooier zijn dan de vrouwtjes. De vrouwtjes moeten, met hun jongen, niet teveel opvallen want dat kan gevaarlijk zijn.

Begeerd worden kan dus ook gevaarlijk zijn, vooral als je als prooi begeerd wordt. En dat kan dus ook voor mensen gelden. Ik denk opeens aan de jonge meisjes die vallen voor een loverboy. Mogelijk voelen zij zich voor het eerst van hun leven begeerd en dan nog wel door zo’n ‘aantrekkelijke’ jonge man. Gelukkig ken ik uit mijn omgeving niemand van wie de dochter dit is overkomen. Wel worden onze dochters begeerd, maar dan door de juiste man. Dat geluk hebben wij.

woorden

Solarfri betekent in het IJslands: ‘zomaar een dag vrij omdat de zon schijnt’. Zou de zon daar zo weinig schijnen dat je daar een dag vrij voor krijgt en dat het een eigen woord heeft? En is het al een oud woord of nog jong? Dat stond er niet bij.

De Nederlandse tegenhanger zou ‘ijsvrij’ kunnen zijn.

Het is grappig om over woorden na te denken, erover te lezen en dan te fantaseren hoe ze zijn ontstaan en wanneer. En wie heeft dat woord als eerste bedacht? Er worden nog altijd nieuwe woorden bedacht, maar Koot en Bie waren er in hun tijd meesters in. Soms maak ik in gedichten ook nieuwe woorden en dan hoor ik wel eens als commentaar: ‘dat woord bestaat niet.’ ‘Hoezo’, zeg ik dan, ‘het staat er toch? Dan bestaat het’.
Benieuwd of er nu met die lang droogte ook nieuwe woorden gaan komen om dat aan te duiden.

blauw

Afgelopen zaterdag sloten Nel en ik ons kleurenproject af met de kleur blauw. De komende maand sudderen alle kleuren nog wat na, maar officieel is het klaar. Het was een bijzondere kleurenreis en we inspireerden en verrasten elkaar met onze oogsten aan kleuren, woorden, beelden. Benieuwd wat het najaar ons gaat brengen.

Als ik aan blauw denk, denk ik aan al die donkerblauwe kleren die ik altijd gedragen heb. Keurig, netjes, een beetje sportief en tegelijk klassiek. Dat past bij donkerblauw, zoals de uniformen van gezagsdragers waardigheid en vertrouwen in de drager uitstralen.
En sinds mijn haren grijzer zijn geworden maar mijn geest niet, val ik vaker op lichtblauw of zelfs kobaltblauw.

Heb ik mijn waardigheid achter me gelaten? Ben ik frivoler geworden? Zou best kunnen, maar ik denk het niet.

Je past je onbewust toch aan bij het modebeeld, want dat bepaalt wat er in de winkels hangt, maar ook hoe je op dat moment in het leven staat is bij je keuze van invloed.

Er was een periode dat ik steeds donkere kleding droeg.

Tot vriendin A. zei: ‘nu moet je eens vrolijke kleuren gaan kiezen, stoppen met die sombere kleuren’.

En het werkt wel want als ik weer eens bij grijs, zwart of donkerblauw sta hoor ik een stemmetje: ‘vrolijke kleuren’.

En nu vult mijn kast zich met lichtblauw, roze, lila, rood en wit. Maar het hangt wel van mijn stemming af voor welke kleur ik die dag ga. En soms heb ik behoefte aan donker en dan doe ik dat ook. Ik ben tenslotte baas in eigen kast.

troost

Troost is wat je wilt geven aan je geliefden als die verdriet of pijn hebben. Je wilt je armen om hen heen slaan, de kou, de pijn, de angst wegnemen en liefde en warmte teruggeven.

Maar dat kan niet altijd. Soms wil de ander (nog) niet getroost worden. Verdriet moet zijn tijd krijgen.

Soms is het er gewoon zijn al een troost, of een kaart of bloemetje. Laten weten dat je er bent voor de ander kan al troostend werken.

Kun je ook iemand troosten die je niet of nauwelijks kent? Zeker. Als je hart geraakt wordt door de nood van de ander kun je jezelf openstellen en jouw warmte, aandacht, liefde schenken, wie die ander ook is.

Mensen die beroepsmatig anderen ontmoeten met verdriet, pijn, wanhoop, moeten, denk ik, er voor waken dat zij die nood niet in zich opnemen. Dan slaat de balans na een tijd de verkeerde kant op en is er geen ruimte meer om de armen te spreiden en het hart te openen om de ander te troosten.

Maar wat een moeilijke opgave lijkt me dat.

groen en geel ergeren

Zich groen en geel ergeren.

Waar komt deze uitdrukking vandaan? En waarom die kleuren die toch best vrolijk zijn?
Al in de zeventiende eeuw werd deze uitdrukking gebruikt in ‘Mijn ogen zien groen’, in de betekenis van: het duizelt me en daardoor kan ik geen voorwerpen en kleuren meer onderscheiden. In 1612 schreef Bredero: ‘ Hoe swindelt (duizelt) my myn hooft? Myn ooghen sien al groen’. Vanaf 1700 wordt geel aan het spreekwoord toegevoegd, mogelijk vanwege de alliteratie. Werd het aanvankelijk alleen voor een lichamelijke toestand gebruikt, rond 1900 werd er ook een emotionele toestand mee bedoeld: zich groen en geel ergeren. Ook in Friesland kennen ze deze uitdrukking:
‘it waard him grien en blau foar de eagen’. Alleen is geel daar voor blauw verruild.

Groen en geel, van ouds de kleuren die in verband worden gebracht met afgunst, jaloezie en woede, dus niet zo gek dat zij samen in dit spreekwoord terecht zijn gekomen. “Geel van nijd zien’ past hier ook goed bij.

Al in de middeleeuwen werd in Europa de kleur geel voor gevaar gebruikt. De gele vlag werd uitgehangen als er in een stad de pest heerste en nog altijd betekent op een schip de gele vlag: besmettelijke ziekte aan boord. En in het vlaggenalfabet staat de Q voor Quarantaine.

In de middeleeuwen was de kleur geel ook de kleur van de uitgestotenen, verraders. En prostituees, beulsknechten, huursoldaten en joden waren verplicht geel te dragen om te laten zien wie ze waren. En zelfs in de 20e eeuw, tijdens de tweede wereldoorlog, werd het geel misbruikt voor de gele jodenster.

Dan is er niets vrolijks aan de kleur geel.

boomstam

Vanmorgen werd in het schrijfcafé de vraag gesteld: ‘wat zou je als omhulsel willen hebben om de wereld op afstand te houden?’ Direct dacht ik: de stam van een boom.

Ik zou de stam van een boom als omhulsel nemen. Een populier met knoesten als ogen in de stam zodat ik naar alle kanten naar buiten kan kijken en grote poriën om genoeg lucht te krijgen. Ik beslis zelf wanneer ik uit mijn stam wil stappen om op pad te gaan. Want alleen leven binnen mijn stam is me te weinig. De wereld rondom met zijn natuur en cultuur is er niet voor niets. Maar daarna me weer terugtrekken binnen mijn bast, mijn haren als een kroon wapperend in de wind, mijn tenen gespreid in de aarde.
En als soms een andere stam wat te dichtbij komt, houd ik met mijn takken, mijn zelfgekozen afstand tot de ander in ere.

evenwicht

Met weegschaal als sterrenbeeld ben ik altijd op zoek naar evenwicht. Proberen alles in balans te houden. En ik heb gemerkt dat dat niet altijd lukt. Is het erg als de balans eens doorslaat? Het ligt eraan naar welke kant en wat het met je doet. Ik ben nooit iemand van extremen geweest, altijd in het midden, ook wat gedrag en kleding betreft. Maar dat is niet saai al klinkt het misschien wel zo. In het midden zitten ook allerlei nuances en mogelijkheden.
Ik voel mezelf daar prettig, veilig en kan me van daaruit ontplooien. Dat gaat niet vanzelf, ook dan moet je balanceren, maar op een kleinere schaal en met minder of bijna geen schokken.

Ik denk dat ik daarom ook de grote schokken in mijn leven heb kunnen opvangen zonder geheel uit balans te raken.
Ik ken mensen die van de ene kant van de balans naar de andere kunnen omslaan, maar volgens mij leven die heel wat moeilijker voor zichzelf en voor hun omgeving.

Dit overdenkend ben ik blij dat ik in het midden balanceer.

geluiden

Uit het gedicht ‘Vier manieren om op iemand te wachten’ van Joke van Leeuwen kies ik het beeld van iemand die al wachtend naar het raam loopt en er weer vanaf, hopend op een bekend geluid dat de komst van iemand aankondigt. Maar ‘het geluid buigt zich naar wat je wilt horen, maar het niet is.’

Je denkt een bekend fluitje te horen:’ ze komt thuis’, maar het is een ander die fluit. Je denkt autobanden op de oprit te horen: ‘hij komt thuis’, maar hij komt niet meer thuis.

In wachten zit verwachten. Je hoopt op iets of iemand. Maar in wachten zit ook teleurstelling, vergeefsheid. En toch zet je je oren open want het zou kunnen dat.

Maar net als gevoelens ons kunnen bedriegen, kunnen geluiden dat ook. Even denk je iets te herkennen, maar het blijkt niet zo te zijn. Het geluid heeft zich van je afgebogen.

Dit schreef ik gisteren in het schrijfcafe in Haarlem.

aanvaarden

In het woord ‘aanvaarden’ voel ik een overgave aan het onvermijdelijke, het onontkoombare, zonder dat er iets van tegenstand in zit. Je aanvaardt de situatie omdat het is zoals het is. Je kunt het niet veranderen, althans, zo ervaar ik het. Maar ik kan me ook voorstellen dat er voor anderen een soort gedoemdheid in zit: Dit is mijn lot en dat heb ik te aanvaarden. Daar komt dan geen initiatief bij om de situatie om te buigen naar iets positiefs. In het woord ‘ aanvaarden’ zit geen blijde boodschap. Je zegt niet ‘ ik aanvaard mijn goede toekomst’. Maar waarom eigenlijk niet? Omdat aanvaarden hoort bij iets dat er al is of dat voorbij is.

Bij mijzelf zit in het woord een soort ‘zoals het was zal het niet meer worden, maar ik ga wel proberen iets positief te maken van de nieuwe situatie.’

Ik ervaar aan het eind het woord wel zwaarder dan bij de eerste regel.

aanvaarden                    aanvaarden

is accepteren                 van verandering
dat iets essentieels        is niet makkelijk
vanaf nu anders is          je raakt iets kwijt
minder                          voorgoed

Verder kijken »