de juiste weg

Vorige week zondag kreeg ik van Nel onderstaande spreuk om over te schrijven deze week.

Als de weg verdwenen is, loop je goed’.

Gezien op een paaltje in de Waterleidingduinen.

Zou je dus al je zekerheden moeten loslaten om het juiste levenspad te vinden? Je leest dat geregeld. Iemand verliest haar/zijn gezondheid, baan, huwelijk en zit helemaal vast. De weg is geblokkeerd, loopt dood.
Maar dan doemen er nieuwe wegen op. Niet met wegwijzers maar je moet ze op gevoel en instinct inslaan. En vaak blijkt dan wat men daar ontdekt waardevoller dan de gladgeplaveide, rechte weg daarvoor.
Daar is echter moed voor nodig en doorzettingsvermogen. En wanneer weet je dat de nieuwe richting de juiste is? Dat weet je als je je weer gelukkig en ontspannen voelt, maar ook zelfbewuster in het leven staat.

Het doet me denken aan de tijd dat het met mij steeds minder goed ging en het er naar uitzag dat ik meer dan af en toe in de rolstoel zou moeten. Arbeidsongeschikt geworden, down, denkend aan wat niet meer zou kunnen.
Maar dankzij mijn aangeboren optimisme begon ik ook andere mogelijkheden te zien. Ik ging bewuster fotograferen, schrijven en probeerde zo mijn talenten te gebruiken. En dat heeft me, tot op de dag van vandaag, veel gebracht.

Mijn lichamelijke actieradius mag dan beperkt zijn, mijn geestelijke kan nog alle kanten op.

Na het schrijven ging ik mijn tekst in beeld proberen te vangen, weer eens als vroeger met aquarelverf.

lente en herfst

Afgelopen week schreef ik naar aanleiding van deze mooie spreuk:

‘Uit de dromen van de lente wordt in de herfst jam gemaakt.’
Peter Bamm

Wat een positieve gedachte is dit. Dromen in de lente is vol verwachting zijn, uitkijken naar de toekomst maar ook genieten van het nu.Eerst moeten er bloemen zijn, kleur, geur, verleiding: het lentefeest. Zo zou de jeugd van ieder kind moeten zijn. En dat feest van de jeugd is de bron voor later. Het is investeren in jezelf, het goede opslaan en jezelf uitbouwen, als een bloem die transformeert tot vrucht waarin al het goede ligt opgeslagen.
Het tere van de lentebloesen wordt een stevige vrucht met zaden in zich die weer verspreid gaan worden.

Maar de vruchten geven ons ook in de herfst van ons leven de tijd om te genieten van wat het leven ons gegeven heeft: jam.
Het is de beloning van investeren in jezelf, jezelf ontplooien. En bij het rijpen van de jaren wordt de vrucht zachter, dieper van kleur en steeds beter eetbaar.
Al die mooie herinneringen, gevoelens, geven een zoete troost om de komende winter aan te kunnen.

parachute

Onlangs schreef ik bij deze spreuk: ‘Onze geest is als een parachute. Hij werkt alleen als hij open is’.

En dan kan alles opgenomen worden wat langs komt. Je voelt opeens hoe lucht voelt, wat even gewichtsloos zijn met je gemoed doet, dat angst de parachuut kleiner doet lijken, dat lekker gillen van plezier je lichter doet voelen en meer open.
In het dagelijks leven, met een open geest, voel, ruik, hoor, proef je meer en intenser. Kortom: je leeft meer intens.

Maar het kan ook tegen je werken. Mensen die geen afsluiting hebben tegen prikkels, die als het ware altijd helemaal open staan, die kunnen overprikkeld raken en er ziek van worden. Lichamelijk en geestelijk.

Één open parachuut en verschillende gevolgen.

de kus

Omdat we al een jaar lang bijna niemand meer een kus geven, aanraken, geen culturele uitstapjes meer maken, kijk ik weer wat langer naar deze foto.

Het herinnert me aan een heerlijke zonnige augustus dag in 2018. Ton en ik waren in beeldentuin Mariënheem, in de buurt van Ootmarsum. We liepen ieder in eigen tempo rond want ik wilde ook fotograferen en dat vraagt een ander tempo dat een looptempo.

Dit beeld van Hieke Meppelink viel me direct op, het raakte me. Het heet ‘kus’ maar is het nog niet. En we weten ook niet of het een echte kus zal worden. Mooi is de ruimte in het beeld en de omsluiting van de rest van het gezicht door de steen.

Rechts is denk ik een man, links een vrouw, maar het kan ook een man zijn. Mooi dat hier zoveel weggelaten wordt en dat het moment van spanning zo is vastgelegd op een ogenschijnlijk eenvoudige manier.
Je wilt het aanraken en het lijkt of dat ook gedaan is omdat de huis glanst. Is het eigenlijk wel steen? Nu ik nog beter naar het gezicht kijk denk ik dat het brons is.

Ik geniet na via de foto van het spanningsveld binnen dit beeld. De kus is op vele manieren in de kunst afgebeeld, maar deze is toch een van mijn favorieten. Vanwege het nog niet weten.

hulp vragen

Vanochtend schreef ik over de uitspraak :’Om hulp vragen betekent niet dat je opgeeft, zei het paard.
Het betekent dat je weigert op te geven.

Uit: ‘De jongen, de mol, de vos en het paard.’ van Charlie Mackesy

Wat een mooie spreuk is dit. Hulp geven is vaak veel makkelijker dan hulp vragen. Je voelt je dan de mindere van de ander want die moet jou helpen.
Maar die ander denkt misschien: zo wat knap, ik weet niet of ik dat zou durven.
Hulp vragen betekent dus dat je door wilt, niet stoppen, maar even niet alleen verder maar samen. En soms is die hulp alleen een hand, een woord en je kunt weer verder. We zouden eigenlijk in onze opvoeding moeten leren dat hulp vragen eigenlijk samenwerken is en juist goed.
De onzekerheid, schaamte, verlegenheid moet eraf. Je toont juist je kracht en mag daar trots op zijn.

Hulp vragen is eigenlijk samenwerken, dat is een hoopvolle gedachte. Want nu zijn beiden gelijk en dat geeft zelfvertrouwen, rust, en maakt het makkelijker die hulp nog een keer te vragen.

Want de eerste keer is moeilijk, maar om nogmaals openlijk te erkennen dat je het nog steeds niet alleen kunt, dat is nog moeilijker.
Maar als je je door deze opstelling niet de mindere voelt, durf je dat nogmaals te doen. Wat een verrijking.

Vanochtend schreef ik naar aanleiding van de spreuk:

Lachen mag van god.

Graag zelfs. Levensvreugde is essentieel. Het maakt je een blijer mens. Je geeft die blijdschap bewust of onbewust door en als een positief virus gaat het verder.
Maar wat is het toch gek dat mensen al duizenden jaren spreken namens een god zonder die ooit daadwerkelijk gezien of gesproken te hebben.
Ja, in gedachten en in dromen. Maar dat zijn dan jouw gedachten, jouw dromen, dat heeft niets met een god te maken. En zou god dan in mensenwoorden spreken?

Ik vind het moeilijk god te omschrijven. Als ik aan mijn godsbeeld denk die zie ik het als de oerkracht, de bron waaruit materie en geest zijn ontstaan. Maar of die oerkracht ooit gesproken heeft, laat staan regels opgelegd, daar geloof ik niets van.

Maar ik heb wel geprobeerd dat godsbeeld dat veel mensen hebben uit te beelden:

geven

Wat je weggeeft, verlies je niet’.

Hoe zit dat dan? Weggeven heeft dus een totaal andere lading dan kwijtraken want dan ben je iets verloren. Als je iets weggeeft dus niet.
Komt dat omdat er goedheid, liefde, mededogen zit in weggeven? Dat je dan wel letterlijk iets kwijt bent maar vanwege de emotie van het geven er iets anders voor terugkrijgt? Kun je je dan rijker voelen met minder?

Als de stelling hierboven klopt wel dus.
Hoe zit dat met mij? Het ligt eraan wat ik weggeef denk, hoewel ik graag iets aan anderen geef. Als ik merk dat de ander daar blij mee is. Al snel ben ik dan vergeten wat ik kwijt ben maar het prettige gevoel blijft langer hangen.

Toch is het denk ik wel belangrijk aan wie je iets geeft, of niet? Ik denk van niet. Iets geven aan een onbekend iemand die blij is met wat hij/zij krijgt geeft (bijna) net zo’n goed gevoel als dat ik het aan een bekende geef. ‘Het is zaliger te geven dan te ontvangen’.

Opeens denk ik: is geven hetzelfde als weggeven?

geen tijd

Ooit zei een vriendin: ‘we hebben allemaal even veel tijd, maar ieder vult die anders in’, of iets in die strekking. Dat heeft me toen zo goed gedaan. Lichamelijk kon ik toen niet zoveel en was daardoor creatief bezigen en ontdekte de mogelijkheden van de computer.

Werkende vriendinnen zeiden toen: ‘ik wou dat ik daar tijd voor had’. Dat deed me pijn want het was geen vrije keuze van me maar een poging op een andere manier mijn talent te gebruiken en zinvol bezig te zijn. De woorden van de vriendin sterkten me: als zij dat echt zouden willen zouden ze het ook kunnen doen.

Later heb ik die woorden als een soort zelfverdediging vaak gebruikt.
Als iets echt belangrijk voor je is moet je er de tijd voor nemen en keuzes maken wat wel en niet te doen. En dat betekent ook kritisch naar jezelf kijken en eerlijk naar jezelf zijn.
Ik snap vaak niet dat mensen die niet vastzitten aan kleine kinderen, werk en andere vaste verplichtingen zeggen: ‘daar heb ik jammer genoeg geen tijd voor’. Als je dat jammer vindt, doe er dan iets aan.
Maar mogelijk willen ze gewoon niet veranderen en gebruiken ze de tijd als excuus.

letters spinnen

Wie letters spint,
die taal verzint’.

Mary Heylema, uit: Wie


Vorige keer liet ik het gedicht ‘Wie’ helemaal lezen en schreef toen dat ik er vast wat uit zou citeren. Dat doe ik vanochtend met bovenstaande zinnen omdat het me doet denken aan al die mannen, vrouwen en kinderen die het plezier kennen van met losse letters woorden maken en met die woorden zinnen en met die zinnen een verhaal.
Ik denk aan het schrijfcafé waar ik jarenlang met andere vrouwen heb geschreven, met plezier en ook voldoening. Aan het schrijven voor en na het labyrintlopen en wat een verdieping woorden op papier dan kunnen geven, vaak totaal onverwacht.
Ik denk aan de projecten met Nel waar zij en ik geregeld verbaasd zijn wat er uit onze pen komt als we een sprintje schrijven zonder na te denken of te stoppen. Later als ik stukken herlees denk ik vaak: dat ik dat geschreven heb, hoe kwam ik erop?
Ik denk aan onze jongste die bezig is het derde deel van De Berries af te ronden. Een familie onstaan uit haar fantasie, omgezet in woorden die een eigen taal kregen, de taal van de schrijfster.
Het is iets dat ieder mens kan, mits zij/hij zich ervoor open wil zetten en goed begeleid wordt. Het is iets magisch: eerst is er alleen een wit vel, blauwe inkt en als die twee elkaar gaan ontmoeten ontstaat er een verzonnen wereld, gesponnen uit woorden die alle kanten op kunnen gaan maar aan de teugels van de schrijver.

Toen ik dacht: hoe beeld ik dat woorden spinnen uit, ging mijn pen vanzelf zo:

ouder worden

Uit het al  eerder genoemde boek ‘ De kunst van ouder worden’ kies ik dit citaat van Democritus (460-370 v.Chr):

‘De ouderdom is een verminking waarbij het lichaam geheel intact is: hij bezit alles maar overal ontbreekt wel iets aan’.

Wat een bijzonder gedachte, maar hij gaat niet voor iedereen op. Mensen die een lichaamsdeel of een stuk daarvan missen zijn niet geheel intact. Of zouden sommigen dat zo niet ervaren?
Wat bijna iedereen voelt die tot de ouderen behoort is dat het lijf niet meer zo functioneert als vroeger. Gewrichten die niet zo soepel meer buigen, vel en spieren die verslappen, ogen die een bril nodig hebben, oren een gehoorapparaat.
Maar is dat erg? Ik vind van niet. Het hoort bij het afscheid nemen, bij het loslaten. Want dat betekent ouderdom ook: afscheid nemen en loslaten.
Dromen die niet meer vervuld worden, liefdes die uitgedoofd zijn, geliefden die er niet meer zijn: het is voorbij.

Maar ouderdom betekent voor mij ook het tellen van mijn zegeningen, het terugkijken op mijn leven met een goed gevoel en nu genoegen nemen met kleinere genoegens. Die blijf ik opzoeken en ervan genieten, anders ontbreekt er meer dan alleen het verlies van lichaamskracht.
Mag ik dit een verminking noemen, dat minder kunnen? Het woord min zit er wel in maar ik zou het toch voor mij niet zo willen benoemen. Maar ik heb dan ook geen MS, parkinson, kanker of dementie. Daarbij past het woord verminking wel vind ik. Maar zelfs daarmee weten mensen toch nog dagelijkse lichtpunten te vinden en te koesteren.

Verder kijken »