als een vlinder

Soms komen dingen opeens bij elkaar en blijken ze voor dat moment precies bij elkaar te horen. Zo maakte ik onlangs foto’s van vlinders in een kas in de Hortus in Utrecht, las ik in bed het gedicht ‘Oud’ van Chris J. van Geel en nam ik afscheid van Ivonne.

De vlinder staat voor de overgang naar een ander leven, het leven na de dood. Maar ook denk ik voor: uit iets niet zo fraais (de rups en pop of een slechte ervaring) kan iets prachtigs ontstaan, als je het maar de tijd geeft.

Oud

Als vlindervleugels voelt ze aan
zo zacht en aan gewicht ook licht
is wat ze geeft, een hand, een speld
van pijn-

wij worden vlinders tot
in ons gewricht en ogen in
het stof getekend, droog, voor wij
doorstoken in het donker gaan.

Chris J. van Geel
uit: Het mooiste leeft in doodsgevaar.

kleuren

Op de vraag aan mezelf: ‘wat geeft kleur aan mijn leven’, hoefde ik niet lang na te denken.

Het zijn de vooral mensen om mij heen.

Mijn kinderen geven een rode gloed van liefde en aandacht en groen van frisheid.
Ton geeft een oudgouden glans op mij af. Net als een koperen voorwerp dat weer gaat glimmen als het opgepoetst moet worden, zo moet je de liefde voor elkaar steeds weer tevoorschijn halen en koesteren in zijn volle glans. Dat gaat zo als je elkaar al meer dan 50 jaar kent.
Mijn vriendinnen en familie geven geel aan mijn leven: warmte, vrolijkheid, ruimte en liefdevolle aandacht.

En er zijn mensen die mij in zwart dompelen door hun kwetsende woorden en houding. Maar het rood, oudgoud, geel en groen van de anderen om mij heen, maakt dat ik blij ben dat ik leef.

Zet daarnaast de kleuren uit de steeds veranderende natuur en je snapt dat ik genoeg heb om over te schrijven en foto’s van te maken, iedere dag weer.

waarom bloemen geel zijn

Waarom de bloemen geel zijn

Het was heel lang geleden toen de wereld nog geen echte dag en nacht had en het soms tijden donker op aarde was en dan weer even licht. Er waren al plantjes maar die groeiden niet hard want er was te weinig licht om te groeien. De planten zochten naar manieren om het licht langer vast te houden en ook om het wat warmer te hebben. ‘Zouden we niet wat zonlicht kunnen vasthouden als je zon zon schijnt’, vroegen zij zich af. Als eerste probeerde het speenkruid het. Zij zetten hun witte bloemblaadjes open toen de zon scheen en namen het gele zonlicht in zich op.

De volgende dag schenen in het schemerlicht gele lichtpuntjes op de bodem. Dat gaf de paardenbloemen de moed om het ook te proberen. Zij spreidden ook hun bloemblaadjes wijd naar buiten om zoveel mogelijk zonlicht te vangen. Dat voelde goed, dat voelde warm en zij riepen naar het koolzaad: ‘de volgende keer jullie, dan komt het licht steeds wat hoger terug’. De dotters wilden dat ook wel en ook zij nemen het geel in zich op om het over het water uit te spreiden. Steeds meer bloemen sloten zich aan: plomp, narcissen, lis, boterbloem, brem, stinkende gouwe, muurpeper en verschillende klaversoorten. De zon zag hoe graag de planten licht en warmte wilden hebben en hij sprak met het donker af dat zij ieder de helft van de tijd aan de hemel zouden zijn. En zo is het ritme van dag en nacht ontstaan, dankzij de planten.

marisca

het stellen van de vraag

Uit het gedicht:’ Iemand stelt een vraag’ van Remco Campert kies ik om over te schrijven de regels:
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet’.

De vraag stellen vereist moed want je weet eigenlijk al dat het antwoord leidt naar verandering en dat zal niet makkelijk zijn. ‘Ben ik nog gelukkig in mijn relatie? In mijn werk? Ben ik wie de mensen denken dat ik ben?
Ik denk dat je die vraag niet stelt als het antwoord ‘ja’ is. Er knaagt iets aan je en je probeert erachter te komen wat dat is door het stellen van een ’simpele’ vraag: ‘wil ik zo verder met mijn leven of wil ik iets anders met de rest van mijn leven?’
De laatste vraag bevestigend beantwoorden kan angstgevoelens oproepen, hartkloppingen, hoofdpijn. En ik vraag me af: als je die vraag hebt gesteld en eerlijk hebt beantwoord, hoe ga je dan verder? Deel je je gevoelens, angsten, verwachtingen of verwerk je eerst alles alleen en als je het voor jezelf hebt uitgewerkt, gooi je dan alles er ineens uit? Is er dan nog een weg terug? Of een weg om samen nog verder te gaan?

Je stelt jezelf de vraag: accepteer ik nog dat er op me neergekeken wordt omdat ik anders ben? Zo nee, dan breekt er een moeilijke tijd aan, vol strijd, tegenwerking, soms haat, omdat je niet meer accepteert wat anderen goed voor jou vinden.
Kortom: het stellen van de vraag vereist moed omdat je weet dat daarna het leven nooit meer hetzelfde zal zijn.

cirkels

een vis springt uit het water op
en duikt onder
steeds wijder kringen laat hij na

Willem Hussen

Ja, zo kan het gaan. Je springt op, laat jezelf zien, toont wie je bent en wat je wilt. Dan verdwijn je. De indruk die je hebt achtergelaten dijt uit, vervormt en vervaagt tenslotte. Eenmalig jezelf tonen is niet genoeg om een blijvende indruk achter te laten, daar is meer voor nodig.
Geschreven woorden kunnen lang voortleven, mits ze gelezen blijven. In een gesloten boek verstommen de woorden. Maar woorden die een echte waarheid in zich dragen verdwijnen niet als de cirkels in het water. Zij blijven cirkelen omdat de waarheid niet vluchtig is maar vasthoudend.
Woorden van waarde zijn niet weerloos, vergankelijk, maar zijn als het ware in steen gebeiteld.

kringen
ontstaan, verdwijnen
in het water
na onrust komt rust
stilte

open of gesloten

Gesloten en open types.

Als je een gesloten type bent, laat je dan niets binnen komen of naar buiten gaan? En als je een open type bent, is het dan precies andersom? En hoe gesloten ben je? Laat je nog een kiertje open, een hele spleet of komt er echt niets binnen en gaat er niets uit?

Kun je leven als je helemaal op slot zit? Maar ook: kun je leven zoals je zou willen als je helemaal open bent en alles binnen laat komen?

Ik denk dat als je niet af en toe de toegang afsluit en even helemaal alleen met jezelf bent, met je eigen gedachten, overpeinzingen, angsten, vreugde, je van jezelf vervreemdt. Al die informatie die van alle kanten op ons afkomt, dat kan je innerlijk totaal ontregelen.

Af en toe het slot erop geeft rust, tijd tot reflectie of als je dat niet wilt, tijd om te bedenken waarom je dat niet wilt. Is dus eigenlijk ook reflectie.

Waarom is iemand een gesloten type? Ben je dat omdat het in je aard zit of heb je dingen meegemaakt waardoor je de boel afsluit om niet weer gekwetst te worden? Ik denk dat beide het geval kan zijn.

Ikzelf ben soms open, soms gesloten, maar toch ben ik meer open dan gesloten. Heb wel momenten nodig dat de deur naar de buitenwereld op slot gaat. Geen indrukken van buitenaf meer, het wordt dan te druk in mijn hoofd en hart. Even tot rust komen door bijvoorbeeld te schrijven over gesloten zijn, open en dicht. En dit allemaal naar aanleiding van het thema ’slot/ sloten’.

Wanneer ga je echt op slot? En als je dan helemaal op slot bent, wie kan je dan nog bereiken? Kun je dan om hulp vragen? Hulp aanvaarden om weer wat meer open te durven zijn? Te durven voelen?

Als ik aan een gesloten type denk komt me direct een afstandelijk, wat koel individu voor ogen. En bij een open type denk ik aan een gezellig mens, vrolijk en in voor van alles wat er zich aandient. Maar wie weet is dat eveneens een vlucht om de echte werkelijkheid niet te hoeven voelen. Net zoals een gesloten type dat kan doen, maar dat komt dan heel anders bij de buitenwereld over. Ingewikkeld en moeilijk te doorgronden waarom iemand soms is zoals hij/zij is. Daarom is het wijs niet te snel te oordelen over iemand, maar ja, soms gebeurt het voor je er erg in hebt en kun je je daar laten best ongemakkelijk over voelen.

oude keukenkast

De oude keukenkast

Eens werd ik gemaakt voor een keuken in een groot grachtenpand. Het was er in de winter koud en in de zomer koel. Het was er vaak gezellig druk met een kokkin die iedere dag druk in de weer was met de maaltijden voor de familie en de vele gasten die er kwamen. Verder at het huispersoneel ook in de keuken en zo werd de sleutel in mijn slot heel wat rond gedraaid. Mijn kleur was toen groen, maar mijn slot is altijd van koper gebleven. Al moet ik zeggen dat het vroeger wel meer glom dan nu.

Ik ben nu al ruim dertig jaar bij deze mensen en ben gelukkig met ze mee verhuisd. Ik heb een nieuwe kleur gekregen maar merk dat ze nog net zo blij met me zijn als in het begin. Mijn slot wordt niet heel vaak gebruikt, al is daar de laatste tijd wat vaker gebruik van gemaakt. Dat komt omdat de huisheer iedere avond zijn ‘neutje’ uit een mooi glaasje drinkt en de mooie glaasjes staan in mij. Zo ook bijzonder bordjes die nog van het trouwen van de moeder van mijn mevrouw zijn.

Ik ben van gewone keukenkast veranderd in een soort schatkast en dat vind ik wel leuk. Zo heeft iedere tijd zijn eigen inhoud in mij gelegd en getoond. Maar of de generatie hierna ook nog zo blij met me is? Ik hoop het van harte want ik ben nog lang niet uitgeleefd.

De mensen waar deze kast over spreekt zijn wij en de kast hebben we ooit gekocht bij kweekschoolvriendin Wil en haar man Hans. De tekst is ontstaan door het project waar Nel en ik mee bezig zijn en vorige maand was het thema: slot/sloten.

de J

Ik zocht een tekst die ik geschreven heb waarin de letter J ( van januari) belangrijk is. Toen kwam ik op mijn j-woord: ja.

Mijn woord is JA

Is er een krachtiger en positiever woord dan ‘ ja’ ? Je zegt het bij het trouwen vol vertrouwen en goede hoop.

Je zegt als je gevraagd wordt iets moeilijks te doen, waar je al je mogelijkheden bij moet gebruiken: ja, ik doe het.

Er zijn ook wat zwakkere varianten, die worden dan wat vragend gezegd. Dan ontbreekt de overtuiging van het eerste ja.

Bij een krachtig ‘ja’ voel je de energie door je heen stromen, je tintelt van verwachting en bibbert misschien wat van vrees. Maar je doet het en gaat er volledig voor.

Toch kan ‘nee’ zeggen van net zoveel moed getuigen. Het kan soms nog moeilijker zijn dan ja zeggen. Je wijst bewust iets of iemand af, je kent de gevolgen en je accepteert die.

ja                                    ja
ik wil                               krachtig en
zei ik toen                       vol overtuiging gezegd
en ik wil nog                    roept energie op en
steeds                             verwachting

eenvoud

Ooit schreef ik over de vraag: welke aantrekkingskracht heeft ‘eenvoud’ op mij?

Als ik aan het woord ‘eenvoud’ denk, dan zie ik iets simpels voor me, iets eerlijks. Het is wat het laat zien: een steen/ doosje/ kom. Het is de eerlijkheid die me treft. Geen opsmuk, het is goed zo het is, je hebt het ‘echte’ in de hand. Je kunt niet teleurgesteld worden want het is wat het is. Hier, in deze vorm, zit alles.

Eenvoud van hart vinden, doe je niet door te zoeken met je ogen, maar door je hart open te zetten. Vergeet het lichaam, voel de ziel. Bij sommige mensen is het moeilijk daar te komen want op allerlei manieren hangen ze er decorstukken voor. En net zoals je in de bergen achter elke berg weer een nieuwe berg vindt, zo hangt er hier weer een nieuwe doek voor. Je komt niet bij de kern.

Bij een eenvoudige van hart, en daar bedoel ik geen simpele ziel mee, weet je dat het hart open staat voor ontvangst. Je hoeft niet eens aan het touwtje te trekken dat door de brievenbus naar buiten hangt, de deur staat al open en op de mat staat: welkom. Je trekt je schoenen uit want straatvuil hoort hier niet. Hier is het zuiver. Geen luchtje uit het stopcontact.

En direct na binnenkomst voel je de energiestroom op gang komen tussen twee wezens die open staan voor elkaar. Geen gesloten vizier, geen belemmerende doeken, maar elkaar in de ogen kijken en daar de ander zien. Daar vindt de echte ontmoeting plaats en dan zijn er weinig woorden nodig. Je voelt alles en weet dat het goed is in al zijn eenvoud.

aandacht

Aandacht besteden aan iemand of iets betekent dat je de ander/het andere echt wilt zien, wilt leren kennen, begrijpen. En als dat gebeurt krijgt het waarde voor je. Kun je het op waarde schatten. En ben je het er niet mee eens, ben je er zelfs op tegen, dan is dat een weloverwogen mening, niet gestoeld op slechts kijken naar de buitenkant.
Je kunt dan de ander, het andere, mogelijk in zijn waarde laten en er dan afstand van nemen.

Aandacht geven aan betekent: luisteren naar. Niet je eigen mening eerst geven, maar eerst de ander aan het woord laten. De ander de gelegenheid te geven zich te tonen met zijn zeker- en onzekerheden.

Ook in de kunst is het belangrijk dat, voor je iets direct afwijst omdat het ‘je smaak niet is’ of ‘je er niets van begrijpt’ je eerst het werk met aandacht bekijkt, beluistert en er zo probeert achter te komen wat de kunstenaar ermee zou willen zeggen en dan denken: wat kan het mij zeggen?

Aandacht geeft waarde aan alles.

Mijn voornemen voor 2019: proberen nog meer  oprechte aandacht aan mens, dier en cultuur te geven. Maar omdat ik ook ‘maar eens mens’ ben zal dat vast niet altijd lukken. Geeft niet, als ik er maar alert op blijf. En heilig worden is nooit mijn streven geweest.

Verder kijken »