evenwicht

Evenwicht binnen een relatie is van belang. De een kan groter zijn, de ander kleiner, de een kan emotioneel zijn, de ander rationeel, er kunnen allerlei verschillen zijn binnen een relatie, maar als de een de ander niet domineert, als ieder kan zijn zo hij of zij, is zonder steeds op zijn tenen te lopen, dan ontstaat er een evenwicht. Dat kan betekenen dat de balans soms naar de ene soms naar de andere kant opslaat, maar net als zo’n schommelpoppetje, komt hij uiteidelijk tot rust in het midden.

Belangrijk is wel dat er beweging blijft, dat de een de ander uitdaagt, toegeeft, dat ieder zich eens belangrijk voelt om wat wat hij doet en wat hij is, maar het evenwicht zorgt ervoor dat hij weer met beide benen op de grond tot rust komt.

Evenwicht ontstaat na beweging, het heen en weer gaan en dan weer tot rust komen. Slaat de balans steeds de ene kant op, dan komt er een misbalans en dat kan een grote verstoring in de relatie teweeg brengen.

Evenwicht is soms balanceren op een dunne draad, soms op een dikke balk maar het gaat om de voeten die daarop rusten en de geest die de spanning weet te beheersen. Als ook daar disharmonie optreedt gaat het mis, een val en van evenwicht is geen sprake meer.

de nabijheid van woorden

Het is vreemd, maar ik houd er zo van om zinnen, brokstukken enz., die me zeer treffen, over te schrijven; ik ben dan a.h.w. in de lichamelijke nabijheid van die woorden, het is alsof ik ze streel met m’n vulpen, al klinkt dat ietwat plat.

Etty Hillesum.

Wat een apart beeld: woorden strelen met je vulpen. Ook ik houd van brokstukken tekst, van stukjes zin die me treffen en schrijf die dan over. Soms met vulpen, soms met balpen, maar het liefst met vulpen. Dat glijdt lekker over het papier. Ook dat is een soort strelen. Ik vind het niet plat klinken: ‘de lichamelijke nabijheid van die woorden’, juist niet eigenlijk. Door het zo te zeggen voel je het als het ware zelf ook. Want woorden die je iets doen en die je opschrijft komen tot je, zijn je nabij.

Zo schreef ik ooit de volgende zin van Anselm Grün over: ‘Iedereen kan een licht worden in de duisternis van een ander’.

Als ik dit lees en daarna overschrijf zie ik het voor me: een mens die licht uitstraalt in een donkere omgeving. En die mens kan iedereen zijn, als hij/zij maar wil en er oog voor heeft. Daarbij is het ook belangrijk dat je hebt ervaren wat het betekent als een ander voor jou een licht is geweest in een donkere tijd. Pas als je iets zelf hebt ervaren kun je begrijpen wat het ook voor een ander zou kunnen betekenen.

Maar zelfs zonder dat iemand aanwezig is kan hij/zij door geschreven woorden een lichtpuntje of zelfs een vuurtoren zijn voor degene die de woorden leest en ze laat binnenkomen. Dan zijn woorden nabij, kun je bijna voelen wat de schepper van de woorden je wil zeggen, je wil laten voelen.

Daarom is het zo belangrijk dat er schrijvers, denkers, filosofen zijn en dat er nog steeds boeken en kranten gedrukt worden. Dat er overal bibliotheken en boekwinkels zijn waar niet de staat bepaalt wat er te lezen valt maar dat ieder vrij mag kiezen wat te schrijven en wat te lezen. Dan pas kunnen wij ons als mens verder ontplooien want hoe meer je van een ander weet, hoe beter je de ander kunt begrijpen. En de ander kunnen begrijpen betekent dat je de ander niet haat, niet op neerkijkt, maar ziet als medemens. Alleen zo kan er vrede blijven in de wereld.

blauwsel

Als ik aan blauw denk

denk ik aan al die donkerblauwe kleren die ik altijd gedragen heb. Keurig, netjes, een beetje sportief en tegelijk klassiek. Dat past bij donkerblauw, zoals de uniformen van gezagsdragers waardigheid en vertrouwen in de drager uitstralen.
En sinds mijn haren grijzer zijn geworden maar mijn geest niet, val ik vaker op lichtblauw of zelfs kobaltblauw.
Heb ik mijn waardigheid achter me gelaten? Ben ik frivoler geworden? Zou best kunnen, maar ik denk het niet.
Je past je onbewust toch aan bij het modebeeld, want dat bepaalt wat er in de winkels hangt, maar ook hoe je op dat moment in het leven staat is bij je keuze van invloed.

Er was een periode dat ik steeds donkere kleding droeg.
Tot een vriendin zei: ‘nu moet je eens vrolijke kleuren gaan kiezen, stoppen met die sombere kleuren’.
En het werkt wel want als ik weer eens bij grijs, zwart of donkerblauw sta hoor ik een stemmetje: ‘vrolijke kleuren’.
En nu vult mijn kast zich met lichtblauw, roze, lila, rood en wit. Maar het hangt wel van mijn stemming af voor welke kleur ik die dag ga. En soms heb ik behoefte aan donker en dan doe ik dat ook. Ik ben tenslotte baas over eigen kast.

Ook met verf ben ik met blauw bezig geweest en dit is een van mijn favoriete maaksels.

nog meer blauw

Als ik een mannetjespauw was, zou ik ook trots zijn op mijn kleuren en vooral op het ‘pauwblauw’. Ik zou mijn staart opheffen, de veren laten trillen om zo nog meer van mijn kleuren te profiteren, want waarom heb je anders zo’n staart? Toch niet om te laten hangen? Nee, je mogelijkheden gebruiken, daarvoor zijn ze aan je gegeven. Maar zo trots als een pauw, dat gaat dan net weer even te ver. Want waarom trots zijn op iets dat je zomaar is gegeven, dat niet jouw verdienste is? Nee, als je wat doet met je mogelijkheden, dan mag je trots zijn op jezelf omdat je er goed gebruik van maakt.

Er zullen mensen zijn die de mannetjespauwen uitslovers vinden, net zoals er mannen zijn die zo lopen te pronken. Maar altijd zijn er vrouwen die daar plezier aan beleven, zich gevleid voelen door die aandacht. En zo werkt het dus gewoon door: aantrekken en aangetrokken voelen. En dat is nodig om de soort in stand te houden. Het is ook de reden waarom mannetjesdieren zoveel mooier zijn dan de vrouwtjes. De vrouwtjes moeten, met hun jongen, niet teveel opvallen want dat kan gevaarlijk zijn.

Begeerd worden kan dus ook gevaarlijk zijn, vooral als je als prooi begeerd wordt. En dat kan dus ook voor mensen gelden. Ik denk opeens aan de jonge meisjes die vallen voor een loverboy. Mogelijk voelen zij zich voor het eerst van hun leven begeerd en dan nog wel door zo’n ‘aantrekkelijke’ jonge man. Gelukkig ken ik uit mijn omgeving niemand van wie de dochter dit is overkomen. Wel worden onze dochters begeerd, maar dan door de juiste man. Dat geluk hebben zij en wij.

AC4

Gelukkig was ik de afgelopen maanden geen thuizenaar al was ik meer thuis dan uit. Maar ik was niet alleen en ging elke dag even naar buiten en sprak andere mensen, op afstand, jawel, maar een stem overbrugt die anderhalve meter makkelijk. Als pensionado ben je een niet-vitaaltje. Een vitaaltje is iemand met een vitaal beroep en daar klappen we voor. Of klapten, het hoort allemaal al bijna bij ‘het nieuwe normaal’. Maar wat is normaal en is dat voor ieder hetzelfde? Zeker niet. Als ik al die weggegooide handschoentjes in de berm zie dan denk ik: doe eens normaal, je weet wat voor ellende dat plastic teweeg brengt. Maar mijn normaal is niet het normaal van de weggooier. En dat maakt het samenleven zo ingewikkeld. Jaren geleden maakte ik deze tekening voor iets anders maar dat past mooi bij dit stukje van nu: de thuizenaar in coronatijd.

AC 3

Tot nu toe doen de kinderen en wij alleen nog aan deurbezoek of raamvisite een zogenaamd raamdez-vous. Al zijn we nog geen dor hout en zullen we dat in hun ogen nooit worden, ze zijn voorzichtig met ons. Een druppeloverdracht is zo gebeurd. Deden wij in het begin nog aan de ellebooggroet, nu wordt die elleboog alleen nog gebruikt om in te hoesten of te niezen, de nieuwe hoesthygiëne raakt al aardig ingeburgerd. Hoewel ik kan hoesten als een verkouden zeehond, heb ik geen hoestschaamte als ik op straat hoest. Nu ik af en toe weer in een winkel kom zie ik overal kuchschotten bij de kassa. Zouden die blijven als de corona voorbij is? Zou de corona echt voorbij kunnen zijn? Ik ben bang van niet.

AC 2

Veelal bemondkapt gingen ouders met kleine kinderen op berenjacht in de buurt. Leuk voor binnenblijvers en buitenlopers. Ben je een besmetteling, dan mag je niet naar buiten. Anders mag je wel een blokje om. Je moet dan geen last hebben van buitenschaamte anders is het buiten lopen geen pretje. Maar daar hebben wij geen last van. Wel krijg ik wat last van een coronabuikje met al dat binnenzitten en mezelf een beetje troosten met een heerlijk stuk chocola. En vooruit, een glaasje wijn erbij voor de gezelligheid.

Ton had last van een coronakapsel maar met behulp van de tondeuse van schoonzoon R. ziet het er weer wat beter uit en over 10 dagen kunnen we bij de kapper terecht.

Wij worden coronaoudjes genoemd maar voelen ons niet zo, gelukkig maar. Omdat we weinig buiten zijn hebben wij ook geen coronahanden gekregen.

Vanmiddag in de auto hoorde ik opeens een heel hard geluid, ik dacht :wat is dat nou? Was het een laag overkomend vliegtuig. In de coronastilte was ik dat geluid even helemaal kwijt. Die stilte, wat is dat heerlijk. Inderdaad, weer het voordeel van het nadeel.

Inmiddels hebben we mondkapjes voor als het moet en die hebben we even uitgeprobeerd. Ik kreeg het er Spaans benauwd van en dan moet er nog een beschermdoekje in. Maar misschien is het een kwestie van wennen, maar mijn blik spreekt boekdelen.

AC

Leven in de 1,5 metersamenleving levert sommigen het 1,5metersyndroom op. Ik raak niet in paniek als iemand mijn denkbeeldige cirkel instapt, vergeet het zelf af en toe. Probeer er wel op te letten. Er is duidelijk een BC tijd en AC tijd. Niet before Christ en After Christ maar Before Corona en After Corono.

Voorheen had ik nog nooit van een afhaalfile gehoord, maar nu weet ik dat het de file bij een afhaalrestaurant is.

Er zijn nu balkonconcerten, een zogenaamde balkonnade, en dat wordt gefilmd en verspreid. Geen beroemde artiesten maar gewoon de buurman of buurvrouw en dat andere contact met elkaar verbindt de buurt. Er wordt zelfs balkonbingo gespeeld. Mensen worden creatief als ze zich gaan vervelen en dat is juist de kracht van het geregeld jezelf vervelen: onverwachte gedachten poppen op en leveren onverwachte produkten als een lied, een gedicht een ode aan de nieuwe helden op. Of zelfs een coronawoordenboek. Via een podcast van de Taalstaat kwam ik hier achter. Dus opgezocht en de voor mij prikkelende woorden overgetypt en zo is dus dit stukje ontstaan. Mogelijk vervolgd.

muziek

Vanaf de eerste keer dat ik het bloemenduet uit Lakmé hoorde was ik ontroerd, kreeg er kippenvel van.

De zachte muziek aan het begin, de vrouwenstem die zich erin voegt, dan de iets donkerder vrouwenstem die het overneemt. Maar als ze samen gaan zingen dan schiet ik elke keer weer vol, vooral bij dat zachte ‘ensemble’.

Het lied staat op mijn lijstje voor mijn begrafenis. Misschien dringt er nog iets van door tot mijn ziel en neem ik die mooie klanken nog mee.

Ik keek en luisterde op youtube en zag de ondertiteling, weliswaar in het Frans dus het meeste ontgaat me, maar ik wil helemaal niet weten waar het over gaat, ik wil mijn eigen beelden erbij hebben.

Ik hoor door de muziek een zacht beekje murmelen, twee mensen die van elkaar houden en samen willen blijven maar helaas, dat kan niet. Wat overblijft is dit samenzijn in deze prachtige bloementuin als herinnering.

En dan zwellen hun stemmen weer op, voel je het verdriet van het afscheid moeten nemen. En heel zacht klinken de stemmen, liefkozend ten einde met hun ‘ensemble’.

Ik kan dit lied keer op keer achtereen horen en het blijft me raken.

Heel anders dan ‘Island in the stream’ van Dolly Parton en Kenny Rodgers. Maar dat kan ik ook keer op keer horen en dan lekker hard meezingen. Heel anders, maar ook heel lekker.

op reis in mijn kamer

Ik ga op reis in mijn kamer met een loep.

Blijf aan mijn tafel zitten en pak wat stenen en schelpen uit mijn schaal en bekijk ze door een loep. Het meest interessant vind ik de woestijnroos. Een stukje beige gesteente met plooien, verschillen in diktes, de openingen, de kronkellijnen en soms opschittering aan de zijkant.

Een schaal vol gevonden schatten, opgeraapt tijdens vakanties of gewoon tijdens het lopen in de omgeving. Hoe ik hieraan kom weet ik niet meer. Misschien van iemand gekregen die weet dat ik hiervan geniet. Ik denk het want de ene keer dat ik in de woestijn ben geweest heb ik dit niet gevonden.

Het is door de loep een miniatuurlandschap met scherpe kliffen, uitwaaierende plateaus, door de wind geschuurde vormen. De grilligheid van het ontstaan van een stuk natuur dat mogelijk vloeibaar begon maar verhardde door de tijd heen. En de tijd sleet het weer af, korrel voor korrel. Tot er een breukvlak ontstond en het losraakte van het grote geheel. Vrij om op reis te gaan met waterstromen mee of de wind of een mensenhand.

Wat voel je als je onverwachts zoiets moois vindt? Blijdschap, mogelijk ontroering of alleen verbazing over hoe zoiets moois op deze plek terecht is gekomen.

De vormen zijn uniek, niets op de aarde is gelijk aan dit stukje versteende woestijn. Wat een ervaring daarmee in contact te komen.

een schaal vol gevonden schatten
iedere vorm is uniek
een miniatuurlandschap
een schaal vol gevonden schatten
verhard door de tijd
geschuurd door wind en water
iedere vorm is uniek
een schaal vol gevonden schatten

Verder kijken »