een foto

Deze week weinig op Fluweelbloem vanweg een paar lichamelijke mankementen. Gaat nu weer stuk beter. Wel van de week geschreven bij een foto van Jan Tito die ik in een fotoblad zag. Het is iedere keer weer een verrassing wat er uit mijn pen komt en wat ik vooraf totaal niet bedacht heb.

De bel gaat. Wie komt er nu nog langs? Ik heb geen zin in bezoek. Heb nergens zin in.
Geen bloemen op tafel, geen lekkere maaltijd, alleen een glas water.
Het is warm, ik heb mijn overhemd uitgedaan.
En weer gaat de bel. Ik loop langzaam naar de voordeur en roep:’ ja, ja, rustig . Ik kom er al aan.’ Door het glas van de deur zie ik een kleine gestalte. Wie zou dat zijn?
Als ik de deur van het slot heb en hem open zie ik mijn buurmeisje staan. Ze kijkt me aan en vraagt:’ mag ik bij je komen spelen?’
ik weet niet wat ik moet zeggen. Niemand komt bij me spelen. Er valt hier niets te spelen. En zo’n kind moet niet zomaar bij buren binnen gaan. Bars zeg ik: ‘nee, dat mag je niet’, en wil de deur dicht doen. Vlug zegt ze, voor ze zich omdraait:’ je bent een chagerijn. Mijn moeder zei het al’.
En nu zit ik weer alleen aan tafel en voel me afgewezen terwijl ik dat zelf heb gedaan.
Een oude chagerijn, dat is alles wat er van me over is gebleven.

bakermat

Ik zit lekker op het balkon te lezen en wissel dat af met wat puzzelen. Ik moest een ander woord vinden voor ‘plaats van oorsprong’. Nadat ik wat letters had kwam er eerst baker en toen wist ik dat er mat achter moest.

Bij dat woord ging er van alles door mijn hoofd. Ik zag een vrouw die moest bevallen en geholpen werd door een baker. Toen het kind was geboren werd het op een speciaal matje neergelegd, eigendom van de baker: de bakermat.
Het is een wat saai ogend matje dat snel gewassen kan worden want iedere baker heeft maar één bakermat en ze weet nooit wanneer het volgende kind het nodig heeft.
Het matje gaat van moeder op dochter, mits die dochter ook baker wordt.
Werd in de winter de mat te heet verwarmd, dan werd het kind, helaas voor de ouders, te heet gebakerd.

Behalve een bakermat had de baker ook bakerpraatjes die ze te pas en te onpas bezigde. De meeste mensen wisten dat die praatjes op bijgeloof berustten maar toch waren er genoeg mensen die ze voor waar aannamen.

Enkele van die bakerpraatjes waren:
Worden je ribben blauw geschopt? Een jongen. Meisjes schoppen lager.
Draag je je baby hoog? Een meisje.
Zijn je handen zacht? Een meisje.

Dat is toch zo leuk als je over woorden die je gebruikt soms wat langer gaat nadenken en je fantasie de loop laat.
Ik tik het woord ‘baker’ in om naar een plaatje te zoeken en dan zie ik hoe onze taal al vol engels zit want ik krijg allerlei plaatjes van bakkers en hun spullen en George Baker. Maar ik heb er een gevonden en duidelijk is de bakermat te zien.

even alleen

Een paar weken geleden schreef ik met twee vriendinnen bij een aantal foto’s. We lieten onze fantasie erop los en moesten ons in de afgebeelde persoon verplaatsen. Dit schreef ik bij deze foto:

Eindelijk is iedereen weg naar werk en school. Heerlijk een paar uur alleen. Ik ga liggen zonnen in de tuin. Niemand die mij ziet dus durf ik wel mijn badpak aan te doen.
Wat zou het heerlijk zijn als ik eens alleen op vakantie zou kunnen gaan. En dan niet kamperen maar in een luxe hotel aan zee helemaal verzorgd te worden. Ik zou mijn mooiste kleren meenemen, sieraden, schoenen met hoge hakken en eten en drinken wat ik wil.
Niemand die iets van me wil of me stoort, helemaal alleen. Heerlijk zou dat zijn.
Buurvrouw, kom je een koppie koffie drinken? Ik wil je wat vragen’, klinkt het over de schutting.
Weg is het heerlijke gevoel. Waarom kan ik nu niet eens een uurtje voor mezelf hebben?

bewust

Dagelijks ben ik me bewust wat een geluk ik heb dat ik niet in een land woon waar oorlog is. Dat ik een veilig dak boven mijn hoofd heb, dat ik ontspannen naar een museum kan, gewoon buiten kan lopen zonder bang te zijn door een bom of sluipschutter te worden gedood. Tegenover ons zijn mensen uit Oekraïne gehuisvest en vanmiddag hoorde ik vrolijke kinderstemmen van kleintjes die buiten speelden. Even niet denken aan wat ze achter zich moesten laten. Stel je toch voor, alles wat je mee kunt nemen moet passen in een tas of koffer.
Wat neem je dan mee? En steeds denken: kan ik nog terug en hoe ziet mijn huis, mijn stad er dan uit? En leeft mijn man, mijn zoon nog?
Ik stel me ook de mensen voor die niet weg konden komen en in schuilkelders zitten en buiten horen hoe hun leefwereld wordt verwoest. Verschrikkelijk  en nog erger is dat het op zoveel plekken op de wereld gebeurt. In deze tekening die ik  al eerder maakte zie ik de angst van de mensen in de schuilkelders.

vastleggen

Schrijven bij het gedicht:’ Goede reis’ van Dorien Dijkhuis.

Heerlijk als dat ‘goede reis’ tegen je gezegd wordt. Het betekent dat je klaar staat om naar elders te gaan. Het voelt zo vrolijk, het einddoel is iets om naar uit te kijken. En ook rondkijken tijdens de reis. Dan is het lekker om met de trein te reizen want dan heb je alle tijd om rond te kijken. Als je zelf in de auto rijdt moet je alert kijken, niet ontspannen.

Een mooi beeld wordt geschetst hoe in de tijd voor de fotografie het beeld van de vertrekkende werd vastgelegd: ‘ men trok op de muur met kalk een lijn rond het lichaam van degene die op reis ging’. Zo kun je later nog steeds degene die er niet meer is aanraken, erbij gaan staan. Daarom houd ik niet van cremeren en uitstrooien maar van begraven.

Mensen willen dingen vasthouden om niet te vergeten. Heb je geen foto van een geliefde die vertrekt, hoe houd je dat beeld dan levendig? Zoals in het gedicht staat: de contouren vastleggen met (denkbeeldig) krijt. We zoeken naar hetgeen dat ons blijft verbinden met degene die vertrekt. We kunnen erover praten, schrijven, maar zien en aanraken maakt de herinnering dieper. Het voelt weer even samen en in gedachten zie je de ander binnen de contouren van het lichaam. Het lichaam dat je mist, de humor, de geest die bij houden van horen.

Trek een lijn om een leven, vul het in en kleur het in, steeds weer en zo kun je wat verloren is gegaan toch nog oproepen.
Ik moet ook denken aan het programma ‘Volle zalen’ van gisteren over Jan Rot. Mooi voor zijn vrouw en jonge kinderen om dat na zijn dood keer op keer weer terug te kijken. Even weer die verbinding voelen met degene die je zo mist.

goede voornemens

Nel en ik zijn vandaag aan onze laatste spreuk begonnen. 52 weken schrijven over een spreuk, ik heb het heerlijk gevonden. Vorige week koos ik voor een spreuk van een van mijn favoriete beeldhouwers: Henry Moore.

Ik denk in goede voornemens voor de dag, niet voor het jaar.’
Henry Moore.


Jarenlang nam ik mij in januari voor om een dagboek bij te houden. En ieder jaar mislukte het voor de maand januari voorbij was. Geen discipline, hekel aan vaste dingen die moeten, vergeetachtigheid, noem het maar.
Dus dat mooie nieuwe, nog bijna lege boek werd voor iets anders gebruikt.
Dan past het thema van deze spreuk beter bij me. Iedere dag een nieuwe kans. Iedere dag kunnen beslissen: doe ik iets speciaals of niet. En doe ik iets speciaals, is het dan erg als het om de een of ander reden anders uitpakt dan bedacht?

Iets in hapklare brokjes tot je nemen geeft bij mij meer kans op een goede uitkomst. Vandaag neem ik me voor mijn kamer op te ruimen (voor de zoveelste keer). Maar dan lokt de zon me naar buiten en schuif ik mijn voornemen gewoon door naar de volgende dag. Het voornemen blijft even het voornemen, de uitvoering is alleen uitgesteld.

Het heeft iets beloftevols, iedere dag je iets voornemen. Het kan van iets kleins gaan tot iets groots. En altijd is daar de geruststellende gedachte bij: lukt het vandaag niet, dan probeer ik het morgen gewoon.
Totaal geen frustratiegevoelens maar een ontspannen gevoel.
Nu neem ik me voor om morgen geen voornemens te hebben maar gewoon te bekijken wat er langskomt en of ik daar iets mee wil of niet.

Eindelijk mijn zenpunt bereikt!

groot en klein

‘Een groot mens is iemand bij wie je je niet klein voelt, maar groot.’

Chesterton

Mooi die verschillen in letterlijk groot en figuurlijk. Zo kan een klein iemand groot zijn en een groot iemand klein. En ook een groot iemand groot en een klein iemand klein.
Bij de spreuk moet ik opeens denken aan sommige ouders en leerkrachten die een kind belachelijk maken, kleineren, vaak terwijl andere kinderen daarbij zijn. De grote volwassene voelt zich dan groeien als omstanders meelachen, maar in feite verschrompelt hij/zij eigenlijk tot een minderwaardig stukje mens.

Wat een verschil met andere grote mensen die kinderen, of ondergeschikten of mensen die ze toevallig ontmoeten juist complimenteren, ze wijzen op hun wijze woorden, daden en zeggen dat ze een voorbeeld voor anderen zijn. De aangesproken mensen groeien figuurlijk boven hun eigen zelfbeeld uit.

En het is groots iemand te prijzen, in het zonnetje te zetten, zonder daarbij ook de aandacht op jezelf te richten.

Wat is het voor ieder mens van levensbelang te weten dat je goed bent zoals je bent. Dat je je veilig voelt, niet alsmaar het gevoel hebt tekort te schieten. Opvoeders die dat voor elkaar krijgen zijn groots. Velen zijn zich dat niet eens bewust, het is voor hen normaal zich zo te gedragen.

Jammer genoeg is dat niet besmettelijk zoals corona. Dan zou er geen pandemie zijn maar een hemel op aarde.

wacht niet te lang

‘ Als je wacht tot je er klaar voor bent,
wacht je de rest van je leven.’
N.N.

Wachten en uitstellen heeft soms met onzekerheid te maken. Durf je de eerste stap te maken, denk je dat je het aankunt? Al die vragen maken dat je het maken van de eerste stap uitstelt.

Maar er zijn ook mensen die eerst doen en dan pas denken. Beide manieren kunnen voor of tegen je werken, afhankelijk van het resultaat van je daad.
Maar de boodschap hier is eigenlijk: stel niet uit want straks is het te laat. Tijd gaat voorbij en zo ook je leven en wat voorbij is komt niet meer terug.

Neem het risico dat het niet gaat zoals gehoopt want zelfs als het misgaat, of anders gaat, is het toch weer een levenservaring.

En echt leven is toch door te doen. Zelf ben ik, zoals bij veel dingen, een tussenpersoon. Niet tèafwachtend en niet tè impulsief. Ik ben tenslotten een weegschaal. Maar het gevaar daarvan is dat je alles in balans wilt hebben en dat is eigenlijk een pas op de plaats, geen verandering. Maar dan ook geen vooruitgang, onverwachte inzichten, het plezier van het onbekende.

Dus is het goed stappen buiten je vaste ritme, vertrouwelijkheden ( ik wil het woord ‘comfortzone’ vermijden) te blijven nemen. Zolang de grond onder je voeten maar stevig is. Vermijd drijfzand want dan kom je, ondanks je gezette stappen, geen stap meer verder.

lezen

Wie een boek voor het eerst leest, leert een vriend kennen.
Wie het voor een tweede keer leest, ontmoet een oude vriend.

Chinees spreekwoord.

Ik moet direct denken aan het voorlezen aan de kinderen toen ze nog klein waren. Was het boekje uit dan zeiden ze direct:’ nog een keer’. En ze verkneukelden zich erop over wat er verteld zou worden en dat zij precies wisten wat en wanneer dat gebeurde. Een verwachtingsvolle spanning was het.

Zelf heb ik soms ook dat als ik een boek uit heb het bijna direct opnieuw wil lezen. Nu komt dat ook omdat ik de eerste snel en vluchtig lees vanwege de nieuwsgierigheid naar het verhaal. Daarna ga ik het langzamer herlezen om het beter binnen te laten komen of meer te genieten van mooie zinnen of beelden. Dan onderstreep ik die en herlees die later dan nog eens.

Gedichten lees en herlees ik vele malen en merk dan dat ik niet iedere keer dezelfde woorden onderstreep. Ik pik er dus iedere keer iets anders uit. Zo leer ik ‘mijn vriend’ steeds beter kennen.

Ik koop nog steeds boeken om de schrijvers en de boekwinkel in het dorp te ondersteunen, maar vooral voor mijn eigen plezier en nieuwsgierigheid. Soms leer ik dan een vriend kennen die een voorbijganger blijkt te zijn. Die wordt dan doorgegeven.
Maar soms leer ik een echte vriend kennen die mag blijven, meegaat op vakantie, zijn vaste plek heeft in de boekenkast en geregeld in mijn handen vertoeft. En die ik steeds beter doorgrond en ga waarderen en die nooit moppert als ik een tijdje meer aandacht aan andere vrienden schenk.

lichtvoetig

Lichtvoetig, wat een heerlijk woord. Je zou er bijna van gaan huppelen. Niet dat ik in werkelijkheid lichtvoetig ben, in gedachten soms wel. Eigenlijk te zwaar om in het woord te passen en daar schreef ik ooit een gedichtje over:

net als een boom in het voorjaar
bot ik naar alle kanten uit
groen en slank van binnen
mollig in de etalageruit

Ik stap niet lichtvoetig over een misstap heen, die blijft me nog een tijd achtervolgen, met lemen voeten, niks geen licht gedartel.
Wat lichtvoetigheid maakt het leven aangenamer. Je tilt niet zo zwaar aan de dingen om je heen en in je, maar huppelt gewoon even verder of springt over een obstakel op je weg heen.
Je gunt ieder mens om deze momenten van zwaarte achter je te laten en je even opgetild te voelen boven het aardse dat je zo omlaag houdt.
Misschien een mooi woord voor 2022: lichtvoetig.

Verder kijken »