oude keukenkast

De oude keukenkast

Eens werd ik gemaakt voor een keuken in een groot grachtenpand. Het was er in de winter koud en in de zomer koel. Het was er vaak gezellig druk met een kokkin die iedere dag druk in de weer was met de maaltijden voor de familie en de vele gasten die er kwamen. Verder at het huispersoneel ook in de keuken en zo werd de sleutel in mijn slot heel wat rond gedraaid. Mijn kleur was toen groen, maar mijn slot is altijd van koper gebleven. Al moet ik zeggen dat het vroeger wel meer glom dan nu.

Ik ben nu al ruim dertig jaar bij deze mensen en ben gelukkig met ze mee verhuisd. Ik heb een nieuwe kleur gekregen maar merk dat ze nog net zo blij met me zijn als in het begin. Mijn slot wordt niet heel vaak gebruikt, al is daar de laatste tijd wat vaker gebruik van gemaakt. Dat komt omdat de huisheer iedere avond zijn ‘neutje’ uit een mooi glaasje drinkt en de mooie glaasjes staan in mij. Zo ook bijzonder bordjes die nog van het trouwen van de moeder van mijn mevrouw zijn.

Ik ben van gewone keukenkast veranderd in een soort schatkast en dat vind ik wel leuk. Zo heeft iedere tijd zijn eigen inhoud in mij gelegd en getoond. Maar of de generatie hierna ook nog zo blij met me is? Ik hoop het van harte want ik ben nog lang niet uitgeleefd.

De mensen waar deze kast over spreekt zijn wij en de kast hebben we ooit gekocht bij kweekschoovriendin Wil en haar man Hans. De tekst is ontstaan door het project waar Nel en ik mee bezig zijn en vorige maand was het thema: slot/sloten.

de J

Ik zocht een tekst die ik geschreven heb waarin de letter J ( van januari) belangrijk is. Toen kwam ik op mijn j-woord: ja.

Mijn woord is JA

Is er een krachtiger en positiever woord dan ‘ ja’ ? Je zegt het bij het trouwen vol vertrouwen en goede hoop.

Je zegt als je gevraagd wordt iets moeilijks te doen, waar je al je mogelijkheden bij moet gebruiken: ja, ik doe het.

Er zijn ook wat zwakkere varianten, die worden dan wat vragend gezegd. Dan ontbreekt de overtuiging van het eerste ja.

Bij een krachtig ‘ja’ voel je de energie door je heen stromen, je tintelt van verwachting en bibbert misschien wat van vrees. Maar je doet het en gaat er volledig voor.

Toch kan ‘nee’ zeggen van net zoveel moed getuigen. Het kan soms nog moeilijker zijn dan ja zeggen. Je wijst bewust iets of iemand af, je kent de gevolgen en je accepteert die.

ja                                    ja
ik wil                               krachtig en
zei ik toen                       vol overtuiging gezegd
en ik wil nog                    roept energie op en
steeds                             verwachting

eenvoud

Ooit schreef ik over de vraag: welke aantrekkingskracht heeft ‘eenvoud’ op mij?

Als ik aan het woord ‘eenvoud’ denk, dan zie ik iets simpels voor me, iets eerlijks. Het is wat het laat zien: een steen/ doosje/ kom. Het is de eerlijkheid die me treft. Geen opsmuk, het is goed zo het is, je hebt het ‘echte’ in de hand. Je kunt niet teleurgesteld worden want het is wat het is. Hier, in deze vorm, zit alles.

Eenvoud van hart vinden, doe je niet door te zoeken met je ogen, maar door je hart open te zetten. Vergeet het lichaam, voel de ziel. Bij sommige mensen is het moeilijk daar te komen want op allerlei manieren hangen ze er decorstukken voor. En net zoals je in de bergen achter elke berg weer een nieuwe berg vindt, zo hangt er hier weer een nieuwe doek voor. Je komt niet bij de kern.

Bij een eenvoudige van hart, en daar bedoel ik geen simpele ziel mee, weet je dat het hart open staat voor ontvangst. Je hoeft niet eens aan het touwtje te trekken dat door de brievenbus naar buiten hangt, de deur staat al open en op de mat staat: welkom. Je trekt je schoenen uit want straatvuil hoort hier niet. Hier is het zuiver. Geen luchtje uit het stopcontact.

En direct na binnenkomst voel je de energiestroom op gang komen tussen twee wezens die open staan voor elkaar. Geen gesloten vizier, geen belemmerende doeken, maar elkaar in de ogen kijken en daar de ander zien. Daar vindt de echte ontmoeting plaats en dan zijn er weinig woorden nodig. Je voelt alles en weet dat het goed is in al zijn eenvoud.

aandacht

Aandacht besteden aan iemand of iets betekent dat je de ander/het andere echt wilt zien, wilt leren kennen, begrijpen. En als dat gebeurt krijgt het waarde voor je. Kun je het op waarde schatten. En ben je het er niet mee eens, ben je er zelfs op tegen, dan is dat een weloverwogen mening, niet gestoeld op slechts kijken naar de buitenkant.
Je kunt dan de ander, het andere, mogelijk in zijn waarde laten en er dan afstand van nemen.

Aandacht geven aan betekent: luisteren naar. Niet je eigen mening eerst geven, maar eerst de ander aan het woord laten. De ander de gelegenheid te geven zich te tonen met zijn zeker- en onzekerheden.

Ook in de kunst is het belangrijk dat, voor je iets direct afwijst omdat het ‘je smaak niet is’ of ‘je er niets van begrijpt’ je eerst het werk met aandacht bekijkt, beluistert en er zo probeert achter te komen wat de kunstenaar ermee zou willen zeggen en dan denken: wat kan het mij zeggen?

Aandacht geeft waarde aan alles.

Mijn voornemen voor 2019: proberen nog meer  oprechte aandacht aan mens, dier en cultuur te geven. Maar omdat ik ook ‘maar eens mens’ ben zal dat vast niet altijd lukken. Geeft niet, als ik er maar alert op blijf. En heilig worden is nooit mijn streven geweest.

afscheid

Afscheid

Het afscheid komt er alweer aan
op hele oude benen.
De treden van de dagen
worden dagelijks hoger.

Judith Herzberg

uit: Doen en laten.

In eerste instantie dacht ik aan Oud- en Nieuwjaar, maar die twee laatste regels veranderen dat beeld. Want waarom zijn die laatste dagen van het jaar hoger, en dus zwaarder te beklimmen dan eerder in het jaar?

Nadat ik het geheel had gelezen was ik er nog niet uit en dat komt door het woordje ‘alweer’ in de eerste regel. Dat duidt op een terugkerend afscheid, zoals ieder jaar het oude jaar. Maar ja, de rest dan?
Ik vind het wel een mooi beeld, die treden die met steeds meer moeite beklommen moeten worden. Ik zie me mezelf dan aan de trapleuning omhoog trekken, been voor been. Uitpuffend na ieder trede, mijn oude lijf even rust gunnend voor de volgende stap. Nu is het al wel een bekend fenomeen voor mij, omdat mijn lijf geregeld ouder voelt dan het is. Maar dan toch komt dat woordje ‘alweer’ om de hoek.
Raadselachtig gedicht in al zijn ogenschijnlijke eenvoud. Gevolg? Je blijft het herlezen.

kerstgedachte

Vandaag, rustig samen met Ton op eerste kerstdag, snuffel ik wat rond in mijn teksten en komt er een tegen die past bij vandaag. We vieren tenslotte de geboorte van een mensenkind dat welkom was bij zijn ouders al waren de omstandigheden, zacht gezegd, niet optimaal. Mijn overpeinzing is ontstaan nadat ik een tekening had gemaakt en daarin een ouderpaar zag, liefdevol gebogen naar hun kind.

Liefde

In deze tekening zie ik de koesterende liefde die ouders voor een kind kunnen hebben. Zij slaan de armen om elkaar heen als een beschermende muur en daartussen, in de luwte kan het kind opgroeien. Maar de muur is niet rondom, er is ruimte om naar buiten te gaan, de eigen weg te zoeken, maar altijd zijn daar die armen die als een warme steun zijn, een beschutting, maar niet vastklampen. Het kind mag de eigen weg gaan. Er wordt vertrouwen aan het kind gegeven. Een veilige start om het leven te gaan ontdekken, fouten te maken, te vallen, maar bij het opstaan wacht daar een helpende hand. Hoeft niet aangenomen te worden, maar is er wel.

Liefde is zo belangrijk voor een kind dat opgroeit. Te weten dat je geliefd bent, welkom, dat je altijd thuis mag komen, wie je ook wordt, welke weg je ook ingaat.

Onvoorwaardelijke liefde is het mooiste wat er is op aarde. En of dat voor een mens, dier of plant is, dat is niet belangrijk. Vanuit een bron van liefde de ander aanvaarden en niet willen veranderen of gebruiken.

Geloof, hoop en liefde, maar de mooiste is de liefde.

rust

In het altijd weer lezenswaardige boekje ‘Duizend wegen naar rust’ van David Baird staat het volgende:

Er wordt veel verwarring teweeggebracht
door degenen die erop staan
je ‘uit jezelf te halen’, terwijl de rust
die wij zoeken vaak alleen
kan worden gevonden door
in onszelf te kruipen.

En daar kunnen de donkere dagen van december en januari ons bij helpen. Gordijnen dicht, lampje aan, kachel op warm, iets lekkers te eten en drinken en dan verder even niets moeten, niets doen. Gewoon de gedachten hun gang laten gaan, ze volgen op hun soms warrige wegen, komen op (on)bekende plekken en zelf beslissen of je daar wilt blijven of niet. De rust ervaren van het loslaten van alle dwang, ‘gewoon’ door in jezelf te kruipen. Je hoeft er de deur niet voor uit, alleen de telefoon op stil zetten en jezelf de tijd gunnen van dat zo belangrijke ‘niksen’.

loslaten

Al schrijvend dacht ik na over het begrip ‘loslaten’.

Loslaten van belemmeringen van anderen over hoe je zou moeten leven. En na het loslaten komt het zicht vrij op wat je wilt, echt wilt, op wie je bent, echt bent.

Door los te laten wat je belemmert en te koesteren wat je houvast en vertrouwen geeft, geef je jezelf weer nieuwe mogelijkheden. Nieuwe wegen liggen klaar, grenzen verdwijnen.

Er is zoveel meer mogelijk dan je ooit hebt kunnen vermoeden als je je vrij voelt om te doen wat goed voor jou is. En dan wordt het houden van steeds dieper. Houden van jezelf en de mensen waarmee je je verbonden voelt en waarmee je soms een eind samen loopt maar die je ook de vrijheid geven zijwegen in te slaan.

verwachting

We gaan weer richting kerst en dan komt het verhaal van de zwangere Maria en haar man Jozef die op weg waren naar Betlehem.

Maria was ‘in verwachting’ en dat slaat dan op het lichamelijke deel. Maar zij keek waarschijnlijk ook vol verwachting uit naar de nieuwe baby, en dan is het verlangen geestelijk, emotioneel.
Verwachting, als ik dat woord hardop zeg denk ik toch aan het niet stoffelijke, het uitzien naar iets in de toekomst. ‘Vol verwachtingen klopt ons hart’, zingen de kinderen rond sinterklaas.

Soms zijn onze verwachtingen te hoog gespannen (opeens zie ik een waslijn voor me met allerlei verwachtingen wapperend in de wind). Soms durf je amper nog verwachtingen te koesteren want je bent te vaak teleurgesteld. Maar een leven zonder verwachtingen lijkt me uitzichtloos. Er sprankt dan ook geen hoop meer aan de horizon. Nee, dan kun je beter hoopvolle verwachtingen hebben. En of ze uitkomen, dat is van later zorg. Koester je in het moment van nu, koester die warme gevoelens die bij dit verlangen horen.

Maar verlangen kan ook veel simpeler zijn: ‘ik verlang zo naar mijn bed, ik ben doodop’; ‘weet je waar ik nu naar verlang? Naar een broodje kroket’. Het hoeft niet altijd, tja hoe zal ik dat zeggen, van een hogere orde te zijn, het gewone dagelijkse heeft ook zijn verwachtingen in zich: ik verlang naar de wind door mijn haar, naar het optuigen van de kerstboom, naar de boerenkoolmaaltijd van P., naar het rondleiden van belangstellenden op de tentoonstelling. Soms kan een mens bijna overlopen van verlangens en als die, deels, te realiseren zijn, voel je je gelukkig, heel gelukkig.

vallend blad 2

Naar aanleiding van het gedicht’ Blad’ van gisteren, kwam bij mij de volgende herinnering:

Ik liep alleen door het herfstbos op een zondagochtend. Onder mijn voeten knisperden de al wat gedroogde bladeren. Af en toe zag ik een blad van een boom afkomen. Rustig, soms wat wervelend dalend, en soms weer een beetje terugkerend. Maar de weg omlaag is onherroepelijk.

Ik heb geen blad opgevangen voor het op de grond viel. Wel veel bladeren van de grond opgeraapt omdat iets in die bladeren mij trof. Meestal de kleur, maar ook vaak de al vergane bladeren waarin de nerven al waren bloot gekomen.
Het skelet van het blad dat sterker is dan gedacht.

Ik hoop niet dat ik opgepakt word als ik al half vergaan ben want de schoonheid van zo’n blad bezit ik dan zeker niet.
Maar ik hoop wel dat, mocht ik eens diep vallen, er een hand is die mij opvangt.

Verder kijken »