oranje 2

Oranje is als een man, overtuigd van zijn eigen kracht”.

Wassily Kandinsky

Grappig, ik vind oranje een vrouw die zich aanpast aan omgeving en emoties. Soms neigt ze naar rood als ze opgewonden of blij is. Soms trekt zij naar het geel als ze wat nijdig is of als ze ferme stappen wil zetten.

En in een wat sombere of melancholische bui schurkt ze aan tegen het zachte bruin. Maar altijd houdt ze een soort warmte in zich en die straalt ze uit naar haar omgeving.

Kan ik oranje ook als man zien? Ja, in de uitdossing van oranjesupporters, in de waarschuwingshesjes en borden in het verkeer. Daar is niet veel zachts te vinden.
Het oranje van afrikaantjes vind ik soms vrouwelijk: de wat donkergetinte bloemblaadjes. Soms mannelijk: de ouderwets felle oranjetinten.

Voor mij bergt oranje dus meerdere kanten in zich. En zonder deze oranje oktobermaand was ik daar nooit achter gekomen. Maar terugdenkend aan de kleur oranje staat de vrouwelijke kant boven de mannelijke.

Wat waardering voor de kleur betreft, oranje is voor mij vooral: warmte, gloed, omarming, vrolijkheid. Maar zo mooi als Kandinsky het oranje beschreef, dat heb ik niet bereikt. Daarom leen ik ter afsluiting zijn woorden over oranje:

Rood dat door geel dichter bij de mensheid wordt gebracht”.

fantasie

Met fantasie kun je alle kanten op. Je hebt er eigenlijk niets concreets voor nodig, alleen je hoofd en in je hoofd je gedachten. En die kunnen naar overal voeren. Naar nooit bevaren zeeën, naar nooit bezochte landen, naar mensen die ooit hebben bestaan of nooit. Tot nu toe want jij hebt ze nu bedacht, dus zijn ze er, alleen door jou te zien en te horen.

Of je verbeeldt je dat je zelf de hoofdpersoon bent in dat verre land, die eindeloze zee. En wat voor hoofdpersoon: een die nergens bang voor is, die voor elke tegenslag de oplossing weet.

En heb je er genoeg van, wil je weer gewoon thuis op je kamer zitten spelen met wat voor je ligt, dan kan dat binnen een seconde. Magisch is ons brein, ons denken, onze fantasie. En wat een geluk als je veel fantasie hebt gekregen. Je hebt dan maar weinig nodig om je gelukkig te kunnen voelen want je kiest je eigen dagdroomwegen om over te gaan en weer terug te komen.

cirkel

Als ik aan een cirkel denk, is het eerste dat in me opkomt: de cirkel van het leven. Het levenswiel dat begint te draaien en uiteindelijk weer stopt. Maar ik zie ook de cirkel voor me waarbinnen de mandala wordt getekend, van leeg naar vol, voltooid en weer opnieuw beginnen met een lege cirkel.

Ben je veilig binnen de zelf getrokken cirkel rond je eigen leven? Nee, nergens krijg je de garantie van veiligheid.

In een cirkeltje blijven ronddraaien in gedachten brengt je niet verder. Soms moet je eruit breken, andere inzichten krijgen, frisse lucht brengen in stoffige gedachten die maar rond blijven spoken.

Een cirkel kan rust brengen maar als je er niet af en toe uitstapt, kun je ook te veel op je eigen-ik gericht blijven. Dan krimpt je wereld in. Droog je op.

ronddraaien
binnen een
cirkel van gedachten
brengt je geen oplossing
loslaten

bloemlezen

Zoals een bij of hommel een bloem leest, zo bloemlees ik niet. Ik verzamel geen stuifmeel maar gedichten en citaten van verschillende schrijvers en ben al jaren van plan daar een boekje voor mezelf van te maken: mijn eigen top 50.

Dit vraagt vooral lezen met je hart en keuzes maken. Een bloemlezing vind ik vooral in bed heerlijk om te lezen vanwege

de korte stukken en de afwisseling. In bed lees ik trouwens andere boeken dan overdag, altijd al gedaan. Vooral dichtbundels vind ik heerlijk om in te bladeren, hap snap wat te lezen, te genieten van de opgeroepen beelden en te denken: die moet ik opslaan.

Sinds we hier wonen gaan we veel later naar bed, dus lang lezen, dat doe ik niet meer in bed. Dus bloemlees ik.

bloemlezen

is afwisselend
steeds iets anders
passend bij het nu
ontdekken

Beer

Deze kaart van Michael Sowa, getiteld ‘ Spaziergang’ ontroert me.


Dat kleine meisje in het onschuldige blauw die een grote bruine beer begeleidt.
Het is heel vroeg in de morgen, de hele wereld slaapt nog, behalve zij tweetjes.
Heel lang was Beer haar begeleider, beschermer, knuffel, haar veiligheid.
Waar zij ging, ging Beer.
Maar zij werd ouder, kon en dorst steeds meer en op een dag wist zij: nu kan ik het zelf.
Tijd om Beer weer zijn vrijheid te geven, terug te brengen naar waar hij vandaan kwam.
Maar al lopend gaat ze steeds meer twijfelen: wil Beer dit wel?
Moet zij dit beslissen of Beer zelf?

Beer gaat steeds langzamer lopen, wil steeds langer rusten.
‘Wil je wel bij mij weg Beer’?
Beer zegt niets, kijkt haar aan, draait zich om en loopt, met het meisje naast zich, terug naar waar zij vandaan kwamen: thuis.

Marisca


aanvaarden

Met vriendin N. heb ik onlangs het letterschrijfproject afgesloten en nu kan ik wel wat teksten laten lezen. Wij kozen iedere week bij een letter een of twee woorden om over te schrijven en gaven elkaar ook de woorden. Mijn woord bij de A was ‘aanvaarden’.

In het woord ‘aanvaarden’ voel ik een overgave aan het onvermijdelijke, het onontkoombare, zonder dat er iets van tegenstand in zit. Je aanvaardt de situatie omdat het is zoals het is. Je kunt het niet veranderen, althans, zo ervaar ik het. Maar ik kan me ook voorstellen dat er voor anderen een soort gedoemdheid in zit: Dit is mijn lot en dat heb ik te aanvaarden. Daar komt dan geen initiatief bij om de situatie om te buigen naar iets positiefs. In het woord ‘ aanvaarden’ zit geen blijde boodschap. Je zegt niet ‘ ik aanvaard mijn goede toekomst’. Maar waarom eigenlijk niet? Omdat aanvaarden hoort bij iets dat er al is of dat voorbij is.

Bij mijzelf zit in het woord een soort ‘zoals het was zal het niet meer worden, maar ik ga wel proberen iets positief te maken van de nieuwe situatie.’ Ik ervaar aan het eind het woord wel zwaarder dan bij de eerste regel.

aanvaarden
is accepteren
dat iets essentieels
vanaf nu anders is
minder

bermvissers

Vanmorgen in het schrijfcafe was het thema’ mijmeren’. Uit vele kaarten koos ik deze kaart. De opdracht erbij luidde: aan wie zou je deze kaart willen sturen?

Ik dacht direct aan vriendin N. waarmee ik onlangs ook over het woord mijmeren heb geschreven. Zij vond zichzelf te ongedurig om te gaan zitten mijmeren. Maar als ze nu eens in een bootje zou gaan zitten met een hengel zonder haak, misschien dat het dan zou lukken?

Ik bedenk opeens, door deze kaart, dat bermvissers volgens mij de grootste mijmeraars zijn. Uren in stilte naar een dobber zitten staren. Als die eens hun gedachten op zouden schrijven, zouden ze dan achteraf verbaasd zijn? Of zijn de meesten gewoon met het dagelijkse bezig? Met datgene dat nog gedaan moet worden als ze thuiskomen?
Het lijkt me wel een ervaring om eens zo helemaal alleen in zo’n bootje te zitten, net als Jopie Huisman. Het is namelijk een zelfportret van hem. Geen afleidende spullen bij je hebben, nergens heen gaan, alleen zitten in stilte in de stilte. Wat een mijmerplek.

Ik snapte nooit zo de lol van het bermvissen, maar zie nu de mogelijkheden ervan. Even geen thuis, geen werk, niets anders doen dan kijken naar je dobber.
Maar waarom gaan ze zo vaak vlak langs de weg zitten terwijl ze aan de overkant van het water in alle rust kunnen zitten? Bang voor een te grote stilte?

bermvissers
zitten stil
en kijken slechts
op als de dobber
beweegt

neonwoorden

Afgelopen dinsdag in het schrijfcafé zocht ieder een ansichtkaart uit. Maar inplaats dat we daarover gingen schrijven, kregen we de kaart van de buurvrouw. Ik kreeg dus deze kaart van Jeppe Hein waarop zijn ontwerp, genaamd ‘please’.

Daar schreef ik het volgende over:

Een zwart vlak met wat vage neonwoorden en bovenaan: “please”.

Wat willen ‘ze’ dat ik doe?
In ieder geval niet stelen, niet roken, niet eten, geen neon aanraken en niet flitsen. Maar wat wel mag is vele malen groter. Ik mag genieten en me ontspannen, dansen, aanraken en flirten, zingen, luisteren, praten en vragen stellen. Om me heen kijken, communiceren, de ander aanraken en een camera gebruiken zonder flits.
Kortom, hier staat: LEEF ! GENIET! Deel dit met anderen en stel het positieve boven het negatieve. Ga genieten en laat genieten. Sta midden in je leven en kijk om je heen en zie hoe goed je het kunt hebben als je je ervoor openstelt.
Zo kun je leven, ondanks de verboden en negatieve invloeden. Stel het positieve, het goede bovenaan. En leef!

oude brief

Het bijzondere aan het weerzien met neven en nichten is dat je samen een familiegeschiedenis deelt en dat zij je vader en moeder van jongs af aan hebben gekend. Zij weten nog dingen die ik niet meer weet. Zo zeiden twee nichten onlangs dat zij het zo bijzonder vonden als zij bij ons logeerden dat mijn moeder zich opmaakte voor zij uit ging. Ze had dan een make-up-doos en dan poederde zij haar gezicht, kleurde haar lippen, maakte het haar mooi en altijd had ze dan gelakte nagels. Dat laatste kan ik mij wel herinneren, maar van die doos? Niets.

En nu kreeg ik van de week een speciaal cadeau: een brief van mijn vader aan zijn oudste broer en diens vrouw, geschreven op 12 december 1943. Gevonden bij de spullen van mijn onlangs overleden tante.

Mijn vader schrijft dat hij blij is dat de tabak die hij had opgestuurd goed aangekomen is. Zelf vraagt hij om een boek, een pijp en een mondorgel ‘ om ’s avonds een moppie muziek te maken en een oud leesboek want er is hier niets te lezen en ja dat is rot hoor‘.

En zijn handschrift te zien, de brief geschreven met een kroontjespen, gewoon een stukje vader terug.

Later thuis zat mijn vader altijd te lezen, vooral geschiedenisboeken. En hij zat ook, met een been onder zich gevouwen, vaak op zijn mondorgel te spelen. Ik heb nog een foto dat hij zit te spelen. Het is op de Ramplaan, ik denk half jaren 60. Heerlijk even daar terug te zijn in gedachten en gevoelens.

vogelvrij

Vogelvrij, zo vrij als een vogel. Maar hoe vrij is een vogel? Gevangen in een aangeboren ritme van trek, leg, zorg, zoeken naar voedsel en alert zijn op gevaar. Noem dat maar vrij.
Een vogelvrije mens is gevangen in angst omdat er een prijs op zijn hoofd staat en iedereen hem aan kan houden, op wat voor wijze dan ook en de hoofdprijs is dan meestal de dood. De outlaw uit de cowboyfilms, de man buiten de wet, nergens recht op, nergens veilig.

Dit schreef ik, zittend in de trein tijdens mijn vrije reis. Vrij als een vogeltje dacht ik, ik kon uitstappen waar ik wil. Maar al direct werd er omgeroepen: deze trein gaat niet verder dan Rotterdam. Ik werd dus direct al gedwongen een beslissing te nemen: uitstappen en blijven of verdergaan met een andere trein. Het werd dus verdergaan.
Ik las toen een boek van en over Lodewijk van Deyssel waarin een zin me opviel: ‘ Een museum lijkt altijd wat op een kerkhof’.

Ja, je kijkt inderdaad naar dingen die geweest zijn, soms eeuwen terug, soms vers van de pers. Je leest inderdaad de bordjes als op de graven, kijkt naar de werken zoals je naar bijzondere grafstenen kijkt, spreekt zacht en soms is de sfeer gewoon eerbiedig. Maar tegenwoordig zijn er ook andere tentoonstellingen. Er wordt hardop over gesproken, gelachen, kritiek op gegeven, kinderen lopen rennend rond, doen een speurtocht langs de werken en zijn er actief mee bezig.

Voor beide is wat te zeggen, maar zelf vind ik af en toe een wat eerbiedige sfeer wel fijn, in stilte iets tot je laten komen en laten indalen. Rijker naar huis gaan dan je gekomen bent, dat is eigenlijk een museum voor mij.

Verder kijken »