herdenken

Gisteravond was in de Janskliniek een herdenkingsbijeenkomst voor de overledenen van het afgelopen half jaar. Wij zijn er met elkaar heen geweest en het was goed, mooi, verdrietig. Over iedere overledene werd iets verteld, de familie deed een rode roos in een vaas die zich langzaam vulde. Een zaal vol verdrietige mensen, maar ook mensen met mooie en liefdevolle herinneringen aan degenen die nu alleen nog in gedachten bij ons zijn.

Omdat we niet vergeten maar gedenken
wie je was, wat je betekende,
hoe je zelf licht bracht:
daarom ontsteken we dit licht.”

En zo brandden er kaarsen, waren er bloemen en woorden en was er ook stilte in dit samenzijn.

Er is een tijd van troosten
en een tijd van getroost worden”.

weekend

Dit was een heerlijk weekend. Zaterdag met vriendin C. naar het textielmuseum in Tilburg. Twee, of liever drie vliegen in een klap. De eerste klap is dat we elkaar weer zien en lekker bijpraten, de tweede is dat ik nu eindelijk in het textielmuseum kom en de derde is dat we ieder heerlijk hebben staan fotograferen. Dit is voor herhaling vatbaar, alle drie de klappen.

Behalve het ambacht van weven door de tijden heen tot en met nu, was er ook een prachtige tentoonstelling. We hadden nog wel uren kunnen doorgaan, maar ons hoofd was vol en mijn lijf moe.

Vanmorgen op de computer de foto’s bekeken, verbeterd indien nodig en ermee gespeeld. En vanmiddag weer eens ouderwets langs de lijn gestaan, of eigenlijk gezeten, langs het hockeyveld. A. moest uit bij Bloemendaal en HI Bloemendaal speelde nog en het was er druk, heel druk, maar zo gezellig. Het team van A. deed  het beter dan Feyenoord, want bij de rust was het 1-0 voor HBS en heeft A. o.a. een strafbal gehouden. In de rust zijn we weer weg gegaan want koud en te harde banken. Kortom, heerlijk weekend.

voorlezen

Mocht je in de buurt van Heemstede zijn, kom kijken en luisteren naar Annemarie. Eigenaar Arno Koek van boekhandel Blokker is er al klaar voor.

citaat

Lang geleden las ik in de column van Sylvia Witteman over de Amerikaanse columnist Dave Barry. Ik dacht direct aan die zanger van vroeger die geheel in het zwart was gekleed.

Maar ik denk niet dat dit dezelfde personen zijn. Ik haal uit het stuk van Witteman twee citaten van Barry:

Leven is alles wat sterft als je erop stampt ‘ en

Het is een bekend feit dat mannen nooit de weg zullen vragen. Dat is biologisch. Het verklaart waarom er miljoenen zaadcellen nodig zijn om een vrouwelijke eicel te vinden, ondanks het feit dat die eicel, in verhouding, even groot is als Spanje’.

Blij dat ik het nu snap.

leermoment

Je bent nooit te oud om te leren, dat bleek van de week maar weer. Mijn computer begaf het plots. ‘ “Je hebt toch wel overal een backup van gemaakt he?”, vroeg schoonzoon. Nee dus. En het zag er niet goed uit, hij wist niet of hij mijn gegevens kon redden. Maar gelukkig kon hij dat grotendeels. Ik heb een leencomputer nu en kan bij mijn externe schijf. Daar is het een rommeltje, zoiets van een kast: gooi maar in, zoek ik later wel uit en het is uit het zicht. Maar soms gaat die kast uitpuilen en moet je toch aan de opruim. Nu is het buiten niet zo aangenaam geweest de laatste dagen, dus was binnen wat rommelen niet onaangenaam. Toch eigenlijk ook een soort voorjaarsschoonmaak. En net als bij het echte opruimen kom je van alles tegen waarvan je niet meer wist dat je het had en dat kost tijd, want voor je weggooit wil je het nog wel even bekijken want je weet maar nooit. Maar het kan heel goed dat wat ik nu heb uitgezocht ook op mijn andere harde schijf staat, maar dan net weer anders ingedeeld. Toch wel handig als je dingen gelijk goed opruimt, maar ja, mijn goede wil is er wel altijd, maar dan komt er wat tussen of ik bedenk wat anders. ” U zult ermee moeten leren leven” is het advies van de doktoren als zij geen oplossing hebben. En dat zal ik dan blijven doen: ermee leven. Leren hoeft niet want onderhand heb ik het wel onder de knie.

jarige dochter

Voor onze jarige oudste dochter deze tekst van Tagore.

Mijn kind

Als ik je gekleurd speelgoed breng, mijn kind!
dan begrijp ik waarom er zulk kleurenspel is op wolken, op water,
en waarom bloemen veelvervig zijn
als ik gekleurd speelgoed geef aan jou, mijn kind.


Als ik zing om je te laten dansen,
dan weet ik waarlijk waarom er muziek is in de bladeren
en waarom de golven hun stemmenkoor zenden tot het hart der luisterende aarde
als ik zing om je te laten dansen.


Als ik zoetigheid breng in je gretige handjes,
dan weet ik waarom er honing is in de bloemenkelk
en waarom de vruchten heimelijk gevuld worden met zoet sap
als ik zoetigheid breng in je gretige handjes.


Als ik je gezichtje kus om je te doen lachen, mijn lieveling!
dan weet ik stellig wat de vreugde is,
die van de hemel stroomt in morgenlicht,
en wat het genot is dat de zomerkoelte aan mijn lichaam brengt
als ik je gezichtje kus om je te doen glimlachen.

Tagore

poetsen

Ik poets niet graag, dat is duidelijk aan mijn zilverwerk te zien. Vroeger kwam mijn moeder af en toe een dagje zilver poetsen. Vond zij gezellig, ik ook. En mijn spullen konden er weer een tijdje tegen. Ik heb jaren geleden een dienblad van mevrouw S. gekregen en ik dacht dat de rand van koper was. Toen zij een keer bij ons op bezoek was vertelde zij dat het zilver was en dat zij dat vroeger iedere week moest poetsen. Ik laat het gewoon doorgaan voor koper, ik ga liever schrijven, lezen dan poetsen. Maar poets ik dan helemaal niets? Jawel hoor, mijn tanden, drie keer per dag.

Opeens denk ik eraan dat vroeger iedere zaterdag alle vrouwen uit de straat de koperen deurbel, deurknop en brievenbus poetsten, de ramen aan de straatkant werden gelapt en het sop werd over het stoepje gegooid dat dan geschrobd werd. Ik vond dat laatste leuk om te doen, dat weet ik nog. Dit alles zie ik nu nooit meer, laat staan een hele straat tegelijk aan de wekelijkse schoonmaak. Duidelijk andere tijden.

kwijt

Gisteravond, terwijl Ton zich zat te ergeren bij de voetbal, zat ik heerlijk op mijn kamer achter de pc. daar heb ik een aparte bril voor. Toen ik afsloot en mijn gewone bril wilde pakken, zag ik die niet. Dan zal hij wel in de kamer liggen. Ook niet. Overal gekeken. Niet een, twee, maar wel drie keer. Ton daarna en nergens konden wij mijn bril vinden. Dat kan toch niet, maar het kon wel. Vanmorgen kwam nichtje M. op bezoek. Ha, dacht ik, jonge ogen. Ook zij ging het huis door maar niets te vinden. Vlak voor we weggingen liepen we nog een keer mijn kamer in, zij wees zo van’ daar was hij ook niet’ en toen zag ik hem liggen tussen allerlei draden. Gelukkig. En nu nog onze winterdekbedden, die hebben we nog steeds niet gevonden.

Ik weet dat er vroeger bij ons thuis ook dingen verdwenen die we nooit meer terug vonden. Kan niet, denk je. Kan wel, dat bleek.

Verder een heerlijke wandeling gemaakt en eindelijk de bon voor pannenkoeken verzilverd. En nu zo dadelijk Boer zoekt vrouw. Ik weet niet of het aan mij ligt, maar mijn belangstelling is tanende. Misschien ga ik wel afhaken. Genoeg andere leuke dingen te doen. Maar ik geef het vanavond nog een kans.

popelen

Popelen. Ik vind dit een leuk woord. Net of je een beetje staat te stuiteren van opwinding en dat is ook zo, al zie je dat niet altijd aan de buitenkant.
Bij jonge kinderen zie je dat aan hun ogen, gezichtsuitdrukking en bewegingen.
En ik? Wanneer popel ik? Popel je minder als je ouder wordt? Ik enigszins, maar als ik weer iets nieuws oppak met schrijven of fotograferen, dan popel ik om eraan te beginnen. Er zit dan een leuk soort spanning in me, vol verwachting. Maar ook met wat onzekerheid en dat is goed. Dan denk je er nog beter over na.

Popelen, ik hoop dat het nog heel lang bij me blijft horen.

Dit schreef ik gisteren in het schrijfcafe en dacht daaraan terug toen ik gisteravond naar het geweldige tv-programma keek over het geheime leven van vierjarigen. Daar zag ik kinderen popelen om aan een taart te komen, maar dat mocht niet. Heel hun lichaam seinde: ik wil een hap. Maar op een enkeling na bleven ze ervan af. Maar wat kostte dat een moeite. Prachtige tv.

anders

Vanmorgen zou ik gaan sporten maar het lijf zei even: stop. Dus lekker op mijn kamer aan de letter van de week zitten werken, de T. En tijdens het verplaatsen van een stapeltje papier kwam ik de volgende tekst tegen die ik graag wil delen. Het doet me denken aan de mensen die dromen van iets en het daarbij laten en de mensen die het verwezenlijken. Dat zie ik iedere zondag bij “Floortje naar het einde van de wereld”.

DE STEEN WAS IK.

Ik wilde iets anders worden.
Misschien me een pijl en boog aanschaffen, of iets snijden
met mijn mes. Wilde niet leven als er nog meer suikerbollen zouden
komen. Wilde dat overhemd met blauwe strepen niet hebben. Liep
de tuin in en schopte om mij heen. Hoopte dat ik mij zou snijden en
dat er bloed zou komen. Pakte een blad om het te pesten. Vroeg me
af of alles zwart kon worden. Vroeg me af of worst een aardappelen
kinderen konden krijgen, en of ze even aangebrand zouden zijn.
Hield mijn hand voor de zon totdat hij stierf. Wilde een gat graven en er
een steen in leggen. En de steen was ik.
En daar zou hij groeien.
En de steen was ik, en hij groeide uit tot een man.

Thomas Tidholm

Verder kijken »