wonderen bestaan

Gisteren was een dag die we nooit meer hopen mee te maken. Vroeg in de ochtend kreeg ik een telefoontje dat onze zwager de dag daarvoor niet was teruggekeerd van zijn dagelijkse fietstocht. Hij is dementerend maar fietste iedere dag hetzelfde stuk door de duinen richting Noordwijk en terug en dat ging nog steeds goed. Maar maandag kwam hij niet terug. Voor het donker en in het donker is de politie met alle macht aan het zoeken gegaan en dinsdag werd via social media oproepen geplaatst naar hem uit te kijken. Dat hebben heel veel mensen gedaan. Ik was bij mijn schoonzusje en zag de politie geregeld langskomen om nog meer vragen te stellen, te zeggen wat ze hadden gedaan en nog gingen doen, maar geen verlossend telefoontje. Wel van vele belangstellenden en dat deed mijn schoonzus goed.
Nadat hij 24 uur was vermist dachten we niet dat hij nog in leven zou zijn. Geen eten en drinken bij zich, overnachten in de buitenlucht, misschien gevallen. Er ging zoveel door ons heen, maar toch bleef er een sprankje hoop. En dat was niet voor niks want na 26 uur kwam het telefoontje van de politie uit Leiden: we hebben hem in redelijke conditie gevonden en brengen hem naar huis. Weer als ik aan dat moment denk, schiet ik vol.
En wat een vreugde voor mijn schoonzus en haar zoon om hem weer in de armen te sluiten. En wij deden daar graag aan mee.

Wonderen bestaan dus.

even stil

Het was even stil op Fluweelbloem, maar dat kwam omdat ik weer even in de ziekenboeg bivakkeerde. Geen bronchitis dit keer maar een ontstoken divertikel in mijn dikke darm. Dus zondag geen voetbal met schoonzoon voor Ton, maar samen met mij in het ziekenhuis. Na echo en scan bleek ik niet geopereerd te hoeven worden en mocht ik thuis verder opknappen. En vanochtend dacht ik: het gaat nu de goede kant op dus even een stukje schrijven. Blij dat wij nu geen dringende dingen op de agenda hebben zodat ik lekker bed en bank kan afwisselen en misschien morgen een rondje buiten lopen. ‘Mam, doe het nou eens echt rustig aan he’ kreeg ik gisteren van onze dochter te horen. Doe ik, want vlug gaat toch niet. Ik zocht iets anders en kwam toen deze tekening tegen die ik vorig jaar maakte en die wel toont hoe je in elkaar kruipt bij de pijnaanvallen die bij deze aandoening horen. Maar hopelijk kan ik nu weer fier rechtop door het leven gaan.

ik was

Deze prent kreeg ik van mijn dochter doorgestuurd. Ik ben en ik was.

bijkomen

Eindelijk weer even achter de computer na bijna een week in bed en op de bank. Bronchitis speelde op en is nu weer aan het afnemen. Zo zittend op de bank dacht ik vandaag: ‘het gaat weer goed’, maar als je dan wat gaat doen, merk je: nog niet helemaal. Maar wel weer zin even achter de pc te kruipen voor een stukje. En de hele dag de deur naar het balkon open, heerlijk. Misschien morgen een stukje lopen. Voor ik ziek werd was ik bezig met oude foto’s uit mijn voorraad te verknippen/verscheuren tot collage en daar weer nieuwe foto’s van te maken. Onderstaande foto voldoet niet aan de eisen van de foto-opdracht, maar ik was wel blij met het resultaat, dus nu op Fluweelbloem gezet. Leuk om oude foto’s waar je niets meer mee doet en die niet belangrijk zijn voor het familiearchief anders te gebruiken. Ik ben het nog steeds aan het uitproberen en hoop dat ik weer een keer denk: ja, dit is het! Zover ben ik nog niet, maar soms is de weg ergens heen leuker dan het aankomen, dus blijf ik knippen en plakken.

verjaardag

Vandaag is de verjaardag van mijn moeder en als ze nog zou leven zou ze 96 jaar zijn geworden. We hebben er vorig jaar een traditie van gemaakt ieder jaar rond haar verjaardag haar te gedenken, maar ook mijn vader, Mink en Frank. We praten over ze, halen herinneringen  op en houden ze zo ‘levend’. Ook foto’s kunnen daarbij helpen. Deze foto is gemaakt rond 1930 denk ik.

pijpenstelen

Vandaag mijn vrije reis naar Enkhuizen en net als vorige week regent het pijpenstelen. Nu kunnen pijpenstelen krom, recht, lang, kort, dik of dun zijn, maar ik denk dat de uitdrukking slaat op de ouderwetse Goudse pijpen van witte gebakken klei. Zou dat slaan op de regen die in lange slierten omlaag komt? Als ik zo in de trein zit, zal ik het eens opzoeken.

Zittend in een heel stille 1e klas coupé lees ik:

‘Het moet officieel pijpenstelen zijn, met een n, om aan te geven dat het flink regent. Geen klein buitje maar een langere periode waarin het water naar beneden komt’.
In ‘ Onze Taal’ lees ik dat het gezegde inderdaad komt van de Goudse pijpen. De steel daarvan is recht, lang en dun. De regen valt dus in lange, dunne stralen naar beneden.

Maar het regent niet alleen pijpenstelen in onze taal maar ook: koeienstaarten, mollenjongen (als de lucht zo zwart is als het vel van een mol), scheermessen, telegraafpalen, oude wijven en bakstenen.

Nadat ik dit heb opgeschreven ga ik lekker naar buiten kijken waar de regen nog steeds tegen de ramen slaat. Maar binnen is het warm en stil. In Enkhuizen loop ik onder mijn paraplu door de kronkelige straatjes op weg naar het Zuiderzee Museum waar het ook droog en warm is en waar ik tijdens het koffiedrinken luister (en velen met mij) naar folkmuziek. Dan dwaal ik door het museum, maak foto’s, lees opschriften, kijk rond en ga weer terug de regen en de trein in. En Ton, zit die zielig thuis? Nee hoor, hij is in goed gezelschap van zijn dochter en neemt haar mee uit lunchen. Beiden dus een fijne dag.

blij

Vandaag waren er heel wat mensen blij met het mooie weer. Fietspaden vol, parkeerplaatsen bij het strand vol, terrassen vol, volop wandelende en spelende mensen langs het strand, niet te vergeten de kinderen. En dat alles in februari terwijl het wel zomer leek.
Ton was met onze jongste naar zijn voetbalclub HBC en ook zij hebben genoten want het was een spannende wedstrijd en ze wonnen. Ik nam de gelegenheid waar om weer eens een stuk te fietsen, uiteraard met fototoestel. In de berm volop sneeuwklokjes en krokussen. Voor mijn gevoel waren vroeger de sneeuwklokjes veel eerder dan de krokussen en ander bollen, maar ik kan me vergissen. Ik stopte voor de sneeuwklokjes, zette ze op de foto, maar dat bracht niets nieuws. Toen ik weer stopte, nu voor de krokussen, zag ik in een van de bloemen een hommel, ik denk de net ontwaakte koningin want voor nakomelingen is het nog te vroeg. En het was net zoals een kind geniet in de ballenbak: op de kop stond ze, draaide zich rond, klom eruit en de volgende in, weer op de kop, over de kop, echt of ze aan het spelen was. Nu zijn dat natuurlijk mensengedachten, maar kijk maar even mee.

weer thuis

Vanmorgen dorst ik het nog niet te schrijven dat Ton vandaag naar huis mocht. Dat vind ik de goden verzoeken, maar nu hij heerlijk in zijn eigen stoel thuis voor de tv zit, mag ik het wel zeggen.

We zijn blij dat hij, met hulp van de thuiszorg, de komende vijf weken thuis medicatie via het infuus kan ontvangen. Het ziekenhuis is goed, maar thuis is beter.

weer

Afgelopen dinsdagmiddag is Ton heerlijk gaan bridgen. Maar dat heerlijke gevoel duurde niet lang want rond elf uur werd hij weer opgenomen in het ziekenhuis. Om moedeloos van te worden. Hopelijk mag hij volgende week naar huis en dan thuis zes weken antibioticum via het infuus. En dan maar hopen dat die tijd genoeg is om die nare bacterie te bestrijden.

Even een kleine gedicht van Lévi Weemoedt ter opvrolijking:

Desperate Housewife

Mijn huis is
zó vervuild
dat ik eerst
m’n voeten veeg
vóór ik naar buiten ga

Kijk, zoiets maakt me blij. Voel ik me direct een propere huisvrouw zonder dat ik iets heb gedaan.

weer thuis

Ton zou oorspronkelijk gisteren uit het ziekenhuis naar huis mogen, maar er werd besloten dat hij wat langer moest blijven in verband met allerlei onderzoeken. Nadat er eerst tijden niets werd gedaan ging het vanaf eergisteren in een sneltreinvaart en vandaag kwamen de resultaten van de onderzoeken: de oorzaak van zijn ziekzijn was niet te vinden. Aangezien gisteravond de antibioticakuur afliep en ze momenteel niets voor hem kunnen doen, mocht hij plots aan het eind van de middagmaal huis. Maar voor je dan ook daadwerkelijk uit het ziekenhuis weg bent was het begin van de avond. Maar niet getreurd, Ton is weer thuis en daar genieten we van. Laat het weekend nu maar komen. We blijven heerlijk thuis, alleen voor de pannenkoeken van Pieter stappen we even in de auto. En voor het gezelschap van de (schoon)kinderen natuurlijk.

Verder kijken »