Het is heerlijk dat de zon schijnt en dat het droog is, maar ik wil eigenlijk wat meer kou in de winter, niet die hoge temperatuur. Gewoon een beetje heimwee naar bevroren blaadjes in het bos, de rijp op de takken, koude oren en handen. Gelukkig hebben we de foto’s nog.
Het is een leuk thema dat we bij de fotoclub hebben: reflectie. Je kunt er alle kanten mee op. Ik fotografeer al heel lang reflecties in het water en als je dan inzoomt krijg je nog opvallender beelden. Hier drie verschillende voorbeelden. Het kan ook met mijn mobiel maar toch doe ik het liever met mijn fototoestel want dan kan ik beter het beeld inkaderen en dichterbij halen. Leuk om ook eens te proberen.
Wat gebeurt er als je pen en inkt pakt en spontaan een aantal lijnen zet binnen een kader? Soms niets, soms herken ik er iets in en ga je dat kleur geven. Daarna kunnen er woorden bovenkomen bij de tekening zonder dat ik ernaar heb moeten zoeken. Intuïtief tekenen en schrijven verrast me iedere keer weer. Daarom blijf ik het geregeld doen. Deze ontstond gisteren.
er staat:
verbinding zoeken elkaar de hand reiken maar niet bereiken de wil is er de onmacht wankelt nieuwe lijnen worden getrokken aangehaald, bevestigd
Gisteren voor we het labyrint gingen lopen schreven we vijf minuten bij het gedicht: ‘Wereld- we hebben je lief’ van Jos van Hest. Dan kies je daaruit een woord of een zin om over te schrijven en ik koos de titel.
Wereld we hebben je lief maar behandelen je vaak niet liefdevol. We maken je natuur kapot voor luxegoederen en geldgewin, we vervuilen je water. Maar, maar, we zorgen ook voor je omdat we je liefhebben. Zoveel verschillende mensen in jouw wereld met zoveel verschillende belangen. Er zijn beschermers en beschadigers. Maar wij wereld, wij hier samen, wij hebben je lief. Lopen door jouw duinen en genieten van de kleuren. We lopen op jouw strand en genieten van de zee, de lucht, de wolken, het zand waarop wij het labyrint lopen. Wereld, wat zouden we je graag omarmen en beschermen. Maar er zijn veel machten die anders denken en anders doen.
Na afloop maakten we weer een zevenaar als afsluiting. Deze maakte ik:
vandaag het labyrint het strand breed en leeg een wit zeil in de verte een dubbele schelp gevonden rijk weer naar huis gaan het strand breed en leeg een wit zeil in de verte
Ik vind mussen zo leuk maar zie ze hier niet veel in de omgeving. Maar ga ik met mooi weer naar het strand en drink ik wat op een terras daar, dan strooi ik koekkruimels op de tafel en daar komen ze dan aanvliegen. Ze kijken me schuin aan en vinden me betrouwbaar dus blijven vlak voor me zitten. Dan heb ik mijn camera al klaar en zo maakte ik een foto van twee mussen. Ik heb net ontdekt hoe ik makkelijk de achtergrond uit de foto kan halen en er zelf wat in te tekenen en kleuren. En dan ziet het er bijvoorbeeld zo uit.
Ik krijg er maar geen genoeg van en gelukkig mijn buurvrouwen ook niet: het maken van wonderwezens. Deze maakte ik van de week. Bij beide begon ik met het buikstuk en werkte door naar boven en beneden. Gelukkig heb ik doosjes vol benen, armen, hoofden etc. om uit te kiezen. Met de hoofden ben ik heel lang bezig geweest. Steeds weer een andere proberen tot ik wist: deze moet het zijn. En zo leuk om bij de anderen mee te kijken en mee te denken.
Er zijn van die dagen en vandaag is zo’n dag. Dan komt er niet veel uit mijn handen of uit mijn hoofd en ga ik maar een stukje lopen, wat winkels in en weer naar huis. Daar pak ik dan een ‘troostboek’ zoals: ‘En steeds is alles er’ van Marjoleine de Vos. Over missen en herinneringen. Ik zoek naar de onderstreepte stukken en vandaag bleef ik hangen bij dit stuk:
…’Leven met de doden, dat doet iedereen natuurlijk wel op een of andere manier. Ook de aan het dodenrijk zeer ongelovigen, zoals ik. Orfeus en Eurydike, voor mij is de waarheid van die mythe nu precies dat het nìet lukt om de dode mee terug te nemen. Je kunt je nog zo inspannen, maar ach en heus, de dode verdwijnt als je opkijkt uit je verbeelding of je herinnering. Er is geen terugkeer uit de dood. Er is geen tweede kans. Er bestaan onherroepelijke dingen…’
En dat voelde ik vandaag en daarom is het een van die dagen.
Van de week ‘moest’ ik schrijven over knikkers en dat haalde weer herinneringen naar boven. Ik zie nog die nieuwe glazen stuiters voor me, nog glanzend en niet beschadigd, zorgvuldig bewaard in een knikkerzakje dat mijn moeder had gemaakt. En als het knikkertijd werd, dat was het opeens, dan kwam het zakje tevoorschijn en dan aarzelen welke knikker je het eerst zou gaan gebruiken. In de straat waren er tussen de stenen ‘putjes’. Het zand werd eruit gehaald en dan had je een verdieping: de put. Om de beurt erheen rollen met een knikker en volgens mij wie het dichtste bij lag mocht de knikker van een ander erin proberen te mikken. Zolang dat lukte was je aan de beurt. Maar oh wee, als je vlak voor de laatste knikker miste, dan zou de ander de hele pot kunnen winnen. Want soms gooide je wel twee of meer knikkers op. Er werd goed opgelet dat je maar met één vinger duwde en ‘klauwtje bij’ werd afgestraft.
We mochten ook binnen knikkeren. Dan maakten we een opening tussen twee kleedjes in. En dan opeens was de knikkertijd voorbij en begon de springtijd of de baltijd. Nu realiseer ik me dat wij uren altijd op straat speelden. Geen auto’s in de straat, bijna geen verkeer. Wat een rustige tijd was dat voor een kind. Een van de dochters zei onlangs: ‘wat ben ik blij dat er in onze jeugd geen mobieltjes waren’. Ook zij speelden uren op straat en ook zij hadden die knikkertijd, springtijd of baltijd. Ik heb even wat namen opgezocht die de knikkers hadden. Een aantal kende ik, andere waren nieuw voor me.
Vorige week hadden Nel en ik de zin:’ Van gekleurde wc-rollen kun je een huis bouwen voor je verdriet en van pijn spin je zachte wol bv. voor knuffel’.
Daarbij schrijven ging vrij vlot maar daar een illustratie van maken, dat was andere koek. Maar ik had een lege wc-rol en doopte die steeds aan de onderkant in de verf en bouwde zo een huis op. Daarna in mijn mapjes met uitgeknipte woorden en zinnen zitten snuffelen en de passende woorden erbij geplakt. Maar wol om een knuffel te maken heb ik niet maar opeens dacht ik aan een pluk alpacawol die ik jaren geleden van mijn lieve buurvrouw kreeg. Die heb ik onder de scanner gelegd, uitgeprint, erbij met een kroontjespen getekend en woorden gezocht bij deze knuffel. Ik heb geen enkele knuffel van vroeger en ook niet van de kinderen. Dus dan maar een denkbeeldige knuffel.
Vanmorgen was het weer een heerlijke ochtend in het schrijfcafé. Het thema was ‘sinterklaas’. Maar eerst leerden we een voor ons nieuwe dichtvorm kennen: de zevenaar. Dit is mijn eerste:
vandaag zit ik hier binnen is het gezellig buiten is het nat mijn inkt vloeit de woorden stromen binnen is het gezellig buiten is het nat
Daarna schreven we over onze sinterklaasherinneringen uit onze jeugd.
Toen ik klein was geloofde ik vast in sinterklaas en zwarte Piet. Dat het de zwart gehandschoende hand van een buurvrouw was die opeens snoep de kamer ingooide wist ik toen nog niet. En wij waren zo beduusd dat ze al weg was voor we konden gaan kijken. Uit die sinterklaastijd stamt ook mijn schrikreactie die nooit is weggegaan. In het trapgat in donkere gang had een buurvrouw zich verstopt en toen Frank en ik erlangs liepen riep ze keihard:boe. Die schrik voel ik nog, we waren verstijfd. Ik kan er nog kwaad om worden. Wie doet nou zoiets?
In die tijd ging ik met mijn moeder naar de aankomst van Sinterklaas met de boot in Haarlem. De hele kade stond dan vol kinderen met hun ouders. Maar als Sint na een tijdje weer wegvoer stond ik daar weer met mijn moeder maar er waren bijna geen kinderen die de Sint uitzwaaiden. Dat vond ik zo zielig voor Sinterklaas. Ook dat gevoel kan ik nog zo oproepen.
Tijdens het voorlezen van de teksten van de anderen kwamen er nog meer herinneringen boven: Iedere sinterklaas kreeg ik het Margriet winterboek en daar was ik zo blij mee. Ook kregen we altijd iets van een muts of wanten o.i.d. We maakten een verlanglijstje maar niet zoals later met plaatjes uit allerlei brochures van speelgoed maar gewoon geschreven op een briefje. De ochtend na sinterklaas waren we vrij van school om met ons nieuwe speelgoed te spelen en in de middag mochten we één cadeautje mee naar school nemen. En als ik nu een verlanglijstje zou maken? Dan zou ik gezondheid wensen voor de mensen om me heen en vrede voor de mensen in oorlogsgebied. Meer kun je bijna niet wensen.