Beer

Deze kaart van Michael Sowa, getiteld ‘ Spaziergang’ ontroert me.


Dat kleine meisje in het onschuldige blauw die een grote bruine beer begeleidt.
Het is heel vroeg in de morgen, de hele wereld slaapt nog, behalve zij tweetjes.
Heel lang was Beer haar begeleider, beschermer, knuffel, haar veiligheid.
Waar zij ging, ging Beer.
Maar zij werd ouder, kon en dorst steeds meer en op een dag wist zij: nu kan ik het zelf.
Tijd om Beer weer zijn vrijheid te geven, terug te brengen naar waar hij vandaan kwam.
Maar al lopend gaat ze steeds meer twijfelen: wil Beer dit wel?
Moet zij dit beslissen of Beer zelf?

Beer gaat steeds langzamer lopen, wil steeds langer rusten.
‘Wil je wel bij mij weg Beer’?
Beer zegt niets, kijkt haar aan, draait zich om en loopt, met het meisje naast zich, terug naar waar zij vandaan kwamen: thuis.

Marisca


lantaarnopsteker

Bij het wegbergen van wat tijdschriften kwam ik weer het al eerder genoemde leuke boekje ‘Cycloram voor de Huisvrouw’ tegen en ik keek even waar ik plakbriefjes in had gedaan. Dat was niet bij het thema ‘ lamp’, maar ik las het toch weer even door. Het gaat over de geschiedenis van de lamp en de verlichting. Er stond ook een stukje in over de lantaarnaansteker en dat bracht me opeens terug naar de Riouwstraat waar we lang hebben gewoond. In het begin dat wij daar woonden kwam tegen het donker de lantaarnopsteker op de fiets met een ladder bij zich om de gaslantaarns aan te steken. Ik zocht net even op wanneer de laatste lantaarnopsteker in Haarlem, tevens de laatste van het land, stopte. Dat was in 1957 toen ik tien jaar oud was. Het kan dus kloppen dat ik het echt heb gezien. Soms denk ik wel eens: heb ik dat nu bedacht of was het echt. Dit was dus echt. Zoals op deze foto van Jan Hamers heb ik het in mijn gedachten.

Het was een echt avondberoep en dan kon je overdag een ander beroep uitoefenen. Zo was er in het Limburgse Lutterade een lantaarnopsteker zo omstreeks 1900 die overdag barbier was en tegen de avond, vergezeld door zijn geit, de negen lantaarns van het dorp ging aansteken.

In de ochtend moesten de opstekers weer hun ronde maken om de lamp te doven anders ging de brandstof te snel op. Toen men van olie op gas overging en overal gasleidingen kwamen, moesten er nieuwe lantaarns komen en toen daarna de elektrische verlichting kwam, moesten er weer nieuwe lantaarns komen. Het beroep van lantaarnopsteker was toen al uitgestorven.

aanvaarden

Met vriendin N. heb ik onlangs het letterschrijfproject afgesloten en nu kan ik wel wat teksten laten lezen. Wij kozen iedere week bij een letter een of twee woorden om over te schrijven en gaven elkaar ook de woorden. Mijn woord bij de A was ‘aanvaarden’.

In het woord ‘aanvaarden’ voel ik een overgave aan het onvermijdelijke, het onontkoombare, zonder dat er iets van tegenstand in zit. Je aanvaardt de situatie omdat het is zoals het is. Je kunt het niet veranderen, althans, zo ervaar ik het. Maar ik kan me ook voorstellen dat er voor anderen een soort gedoemdheid in zit: Dit is mijn lot en dat heb ik te aanvaarden. Daar komt dan geen initiatief bij om de situatie om te buigen naar iets positiefs. In het woord ‘ aanvaarden’ zit geen blijde boodschap. Je zegt niet ‘ ik aanvaard mijn goede toekomst’. Maar waarom eigenlijk niet? Omdat aanvaarden hoort bij iets dat er al is of dat voorbij is.

Bij mijzelf zit in het woord een soort ‘zoals het was zal het niet meer worden, maar ik ga wel proberen iets positief te maken van de nieuwe situatie.’ Ik ervaar aan het eind het woord wel zwaarder dan bij de eerste regel.

aanvaarden
is accepteren
dat iets essentieels
vanaf nu anders is
minder

merel

In de nalatenschap van mijn broer zat ook de dichtbundel “ Het houdt op met zachtjes regenen” van C.Buddingh’.

Heerlijke lezen in bed en dan maar aanstrepen wat me opvalt. De ‘Ode aan de merel’ zou ik hier wel helemaal willen laten lezen, maar dat gaat me te ver. Belangstellenden kunnen het op internet vinden. Het is de moeite waard. Maar ik laat de laatste strofe lezen:

De mens is, helaas, niet romantisch: ook al zong jij nog tien keer
zo fraai als je doet, als je vier of vijfmaal zoveel
vlees aan je lijf had, was je waarschijnlijk
al lang uitgestorven, of werd je bij miljoenen
vetgemest op een merelfarm:
zo zie je maar weer: een zanger kan ‘t best
vel over been zijn- misschien
dat er dan ook voor hem hier en daar
een paar kruimeltjes overschieten.

Er moeten een paar regels inspringen maar dat pakt het programma niet. Dat geeft het nog meer lading.

strand

Rond 1933 ging men gekleed het strand op en bleef men gekleed.  Hier mijn moeder met haar vader, ergens aan de Nederlandse kust. Mijn oma heeft deze foto gemaakt, zelf ontwikkeld en afgedrukt.

even weg

Dinsdag zijn Ton en ik naar Deurne gereden om daar samen zijn verjaardag te vieren. We hadden prachtig weer en hebben heerlijk in de binnentuin van een oud klooster dat nu hotel is zitten ontbijten, lezen, een drankje gedronken en ik heb er weer zitten tekenen. En vanwege Ton zijn verjaardag heb ik een T gemaakt.

Op de dag van zijn verjaardag, 5 juli, zijn we op de herinneringstoer gegaan. Na de oorlog heeft Ton zijn vader als metselaar gewerkt aan het herstel van de vernielde kerk in Metrik, bij Horst. En daar waren we vlak in de buurt, dus zijn we erheen gegaan. Ton mocht als zes jarig jochie na de oorlog een weekje in de vakantie mee en wist niet wat hem overkwam toen het eten op tafel kwam. Wat een weelde, dat was hij niet gewend als oorlogskind. Mooi idee als je je hand op het metselwerk legt dat je vader misschien wel die stenen heeft gelegd.

We kwamen ook langs de toenmalige camping Het Meerdal waar we jaren met I. en W. en de kinderen hebben gekampeerd en waar onze A. haar eerste stapjes zette aan de hand van haar oom J. Mooie herinneringen op de dag dat je weer een jaar ouder bent geworden. En ook deze dag brengt weer mooie herinneringen.

En de derde dag zijn we via Eindhoven gegaan want ik wilde graag en tentoonstelling in het Van Abbemuseum zien en daar kwamen we bijna langs. En dat was voor mij zeer de moeite waard. En nu zijn we weer thuis, ook heerlijk.

zentangle

Een mens moet toch wat in haar vrije tijd en dus ben ik, in navolging van vriendin N. aan het tekenen van Zentangles begonnen. En het is inderdaad Zen als je er mee bezig bent. En de mogelijkheden zijn eindeloos. Gelukkig had ik nog een leeg boekje dat er precies geschikt voor was. Hier een van mijn eerste probeersels. Dit smaakt echt naar meer.

gedicht

De doden zijn niet dood

Ik heb een kerkhof in mijn brein
waar allen rusten die er niet meer zijn.
En plotseling duikt iemand sterk naar voren
ik kan zijn/haar opmerkingen zo weer horen.
Nee, doden krijg je niet zomaar klein
Als het felle verdriet
voorbij is van het niet-meer-zijn
Begeleiden duizenden herinneringen
jouw levensweg
tot het einde toe.

Ton Toutnu

Dit gedicht kwam ik van de week weer tegen en ik denk dat het heel herkenbaar is voor allen die een geliefd iemand hebben verloren.

Zonnestraal

Afgelopen zondag zijn we met onze vrienden H. en E. naar het vroegere sanatorium Zonnestraal gegaan voor een rondleiding. Het complex was oorspronkelijk bedoeld voor de diamantslijpers die tuberculose hadden opgelopen. Omdat men dacht dat binnen 30 jaar er geen t.b.c. meer zou zijn, werd het gebouw ontworpen voor een geringe levensduur. Het werd geopend in 1928 en tot 1931 werd er bijgebouwd. Later werd het een algemeen ziekenhuis en nu nog heeft het een medische functie in de delen die opgeknapt zijn..

Het gebouw is gebouwd in beton, heeft stalen ramen en de kleuren die zijn gebruikt zijn wit, zwart en het specifieke ‘ Duiker-blauw’. Duiker was de architect. Licht en lucht was het credo en dat is overal terug te vinden.

Gelukkig heeft men op tijd ingezien dat het complex monumentenwaarde heeft en is een grote renovatie in gang gezet en is nu kandidaat voor de werelderfgoedlijst van de Unesco.

Onze gids was een vlotte verteller. Hij heeft zijn leven lang hier gewoond en zet zich met hart en ziel in voor het geheel. Eens per maand is er op zondag een rondleiding en wie van architectuur houdt: gaan.

Gelukkig voor mij is nog niet alles gerestaureerd, dus nog oude muren om te fotograferen.


slakkenleed

Het is me niet vaak gebeurd want ik kijk goed uit waar ik mijn voeten zet, maar een enkele keer trapte ik per ongeluk op een slak. Ik bood mijn excuses aan maar daar had de slak niets meer aan. Als je bedenkt hoe lang het duurt voor hij/zij, ja de slak is hij/zij ineen, van een eitje uitgroeit tot volwassen slak en jij dat in een tel vermorzelt, dan mag je wel even ‘ sorry’ zeggen.

ik hoorde een klaaglijk krakje

‘wat brak je?’
‘ik dacht een takje’
maar onder mijn hakje
lag verpulverd een slakje

Nog even een griezel verhaal, echt gebeurd: een paar jaar geleden liep in in ons vorige huis ’s nachts op blote voeten over de stenen keukenvloer en voelde opeens iets zachts tussen mijn tenen. Snel het licht aangedaan en toen bleek ik op een grote naaktslak te hebben getrapt. Dat was smerig en toen zei ik iets anders dan sorry.

Maar tegen de slakken op de foto zei ik ‘dank’ voor het stilzitten. klik op de foto om te vergroten.

Verder kijken »