augustinus

Vanochtend keek ik weer, zoals elke zondag, naar De Verwondering en zat te genieten. De gast vanochtend vertelde over Augustinus (354-430) en ik werd erdoor geraakt. Dus na afloop even Augustinus opgezocht en zijn citaten en ik nam me voor daar geregeld een van te pakken om bij te schrijven. Vanochtend koos ik deze:

De dood moet geen kwaad geacht worden, als hij het einde is van een goed leven.

Misschien is het daarom dat ik ‘gewoon’ doorga met mijn leven omdat ik weet dat Ton, ondanks al zijn lichamelijke misère, terugkeek op een goed leven. En dat ik voor mijzelf weet dat wij samen ook een goed leven hebben gehad.
Geen spijtgevoelens van ‘had ik maar…’
Het is nu ook weer niet zo dat ik fluitend langs de wegen fiets maar wel met een glimlach als ik iets moois tegenkom en met warmte in mijn hart als ik een geliefd iemand ontmoet.
En dan voel ik me een bevoorrecht mens en ben ik dankbaar voor wat ik heb gehad en voor wat ik nu nog heb.

vergrijzing

Gisteren schreef ik dus bij Nel en uit een kleine tekst koos ik het woord ‘Vergrijzing’.
Daar ging ik ook bij schrijven en na afloop gebruikte ik dat stukje tekst om te versieren.


Vergrijzing.

Mijn haren waren al vroeg grijs maar gelukkig volgt mijn geest dat nog steeds niet. Vanbuiten grijs, vanbinnen nog groen. Er ontstaan nog steeds nieuwe dingen in mij als groene scheuten uit een oude boom.
Geworteld zijn is belangrijk om groen vanbinnen te blijven. Ontworteld zijn maakt je grijs en dor vanbinnen.
Ik schreef er ooit een gedicht over en dat is nog steeds van toepassing:

net als een boom in het voorjaar
bot ik naar alle kanten uit
groen en slank van binnen
mollig in de etalageruit


Om mij heen ook veel grijs bij mijn vriendinnen maar gelukkig aan de buitenkant, vanbinnen botten ze ook nog altijd uit.

Ter afsluiting maakten we een woordgedicht.

vergrijzing

V vaak klinkt het negatief
E en het kan toch nog zo
R rijk aan nieuwe dingen zijn
G gewoon nieuwsgierig blijven

R regelmatig eropuit trekken

IJ ijs en weder dienende

Z zacht zijn voor jezelf

I in dagen dat het minder gaat

N niet mopperen op een haperend lijf

G gewoon verder gaan op zoek naar kleur
vergrijzing

Tot slot de bewerkte kaart rond het woord ‘vergrijzing’. Wat een heerlijke ochtend was dit weer. Thuis een dag geen water gebruiken dus het even elders zoeken, zoals bij Nel. En in de middag voor het eerst sinds een tijd weer gebridged en ook dat was heerlijk. En toen ik thuiskwam was het water weer zoals het moet zijn: bruikbaar.Ik had nog een kliekje zuurkool en dan wat tv kijken en zo is er dan een schrikkeldag om.

schrikkeljaar

Vanochtend bij Nel geschreven over o.a. Het schrikkeljaar

Schrikkeljaar

Als ik 29 februari jarig zou zijn
dan verouderde ik niet zo snel
dan kreeg ik wel minder geschenken
maar dat is niet zo erg
ik kan mezelf ook goed verwennen
eens in de vier jaar jarig zijn
hoe voelt dat in het echt?
als kind zal het wel moeilijk zijn
maar als oudere vrouw juist prima
geen gedoe, geen jaar erbij
oh, als ik toch eens op de 29e februari jarig zou zijn.

foto’s

Zoals beloofd nu wat foto’s.

Ik zie vaak gezichten die niet zo bedoeld waren zoals op de eerste foto. Ook zag ik pas op de computer dat ik zelf in de schuimbellen sta op de tweede foto. De derde foto toont mijn plekje op de tafel. De vierde mijn zentangle die ik in de kleuren van zee en strand had gemaakt wat niet mijn opzet was. De volgende foto was gemaakt op een avond dat het droog was. Meestal was het in de ochtend droog. En de laatste foto maakte ik toen ik het strand ging verlaten en opeens andere kleuren in het zand ontdekte. wil je een foto beter bekijken, klik er dan op.

Nieuwe landschappen

‘De ware ontdekking is niet het vinden van nieuwe landschappen,

maar het krijgen van nieuwe ogen.’

Marcel Proust

Dit ervaaar ik deze week sterk nu ik elke dag langs hetzelfde stuk strand loop. Maar in mijn ogen is het niet hetzelfde want iedere dag ontdek ik iets nieuws en iedere dag maak ik vele foto’s om die ontdekkingen vast te leggen. De wind verandert schelpen in kleine duintjes, de zon brengt schaduwen die er eerst niet waren, de storm veegt het zand in nieuwe patronen, de zee golft heftiger of zachter en bandensporen laten een diepe indruk achter.

De keuze: eerst tegen de wind in om op te laden en dan op de terugweg de wind mee? Eerst tegen de wind in. Op de terugweg de wind in de rug en heel rustig gaan mijn ogen spiedend in het rond. En iedere keer als ik denk dat ik nu alles wel gezien heb ontdek ik iets nieuws en buk ik voor de honderste keer om iets van dichtbij te bekijken en vast te leggen.
Zo zie ik binnen een kilometere iedere dag een nieuw landschap ontstaan , gewoon door de tijd te nemen, te kijken en te zien. Weinig nodig om me gelukkig te voelen.

Kijken

‘Denken is interessanter dan weten,

maar minder interessant dan kijken’.

Goethe

Denken is aktief bezig zijn in je geest, dat hoeft bij weten niet meer. Maar als je goed kijkt dan opent zich steeds weer iets wat je tot denken en verwonderen aanzet en je geest verrijkt. Dat gebeurde mij vanmorgen. Het was droog en er was een heerlijke frisse wind toen ik mijn wandeling langs zee begon op een door mensen verlaten strand. Ik begon tegen de wind in met mijn fototoestel in de starthouding .  Die oprollende en dan vallende golven vervelen nooit. Weinig schelpen op mijn pad dus ik kon mijn blik naar zee blijven wenden. De strekdammen in zee waren bijna helemaal onder water maar er was nog genoeg om op de foto vast te leggen. Na een tijd op het harde zand gelopen te hebben draaide ik me om en met de wind in de rug ging ik terug, nu dicht bij het duin. Daar lagen allerlei aanspoelsels, mooi omwaaid met zacht zand zodat er allerlei nieuwe vormen waren ontstaan. Dan wordt een oude veer, een brokje veen, een plastic bakje, een ballon, gedroogd wier of  een stuk plastic interessant genoeg voor een foto. Dat schoot dus niet op maar ik had tijd zat. Telkens bukte ik weer als ik iets boeiends zag. Ik denk dat ik wel 100 foto’s heb gemaakt ( ik tel het even na en het zijn er 120). Op de weg terug genoot ik bij het vooruitzicht de foto’s vergroot te zien op mijn i-pad. En later thuis komt de selectie en mogelijke bewerking. Ook een fijn vooruitzicht.
Gisteren vond ik een mooi steentje en nam dat mee om naar Ton te brengen.
Vanmiddag is het al de hele tijd aan het regenen dus blijven we binnen. Vanavond gaan we uit eten bij het restaurant hier vlakbij en dan breekt morgen alweer de laatste dag hier aan.  Hopelijk is het dan weer droog en loop ik een laatste keer ‘mijn rondje’. Als ik thuis ben laat ik wat foto’s zien van mijn verwonderrondje.

Verbinding

Ik deed vanavond een schrijfoefening rond het woord’ ‘verbinding’ en maakte er uiteindelijk een rondeel van.

je verbonden weten maakt je sterker

het verstevigt je zelfbeeld

laat je groeien, bloeien

je verbonden weten maakt je sterker

de wereld wordt minder bedreigend

je weet je gezien, geliefd

het verstevigt je zelfbeeld

je verbonden weten maakt je sterker

Droomdood

Ik kreeg van Nel een gedicht toegestuurd : Doodgewoon. Van Hanneke Leroux. En daar  wil ik bij gaan schrijven. De eerste strofe haalt weer de laatste dagen van Ton naar boven. Ik neem de eerste zin: ‘

terwijl je droomdood

als een onmiskenbaar parfum naar binnen kiert’……

Droomdood. Droom je dan zelf dat je dood bent of droomt een ander dat? Het is een voorproefje van wat je te wachten staat en hoe zou dat voelen?  Ton was niet bang voor de dood. Zou hij gedroomd hebben over het hiernamaals? Bijzonder woord is dat eigenlijk. Dat ‘hierna’ snap ik maar dat ‘maals’? Geen idee. Hij was er wel nieuwsgierig naar. Als ik thuis op de bank naar die mooie luchten kijk denk ik:  is zijn geest daar ergens? Volgens mij blijft je geest, je energie, nog een tijdje in de buurt voor het verdwijnt. Maar hoe? Geen idee, en ook niet of het waar is. Graag wil ik het geloven  want dan is hij nog niet totaal weg en komt hij misschien nog eens terug in een droom.
Maar eigenlijk vind ik dat niets voor Ton. Hij is meer van ‘weg is weg’. Gelukkig blijft hij wel gewoon in onze gedachten en gesprekken. Als een ‘onmisbaar parfum dat naar binnen kiert’.

binnen en buiten

Vandaag is het al weer vier weken geleden dat Ton overleed. Als aan me gevraagd wordt hoe het met me gaat zeg ik’ goed’. Want ik ga eropuit, kook voor mezelf, lees weer een boek, kijk de hele avond tv, ben zelfs weer naar een concert geweest en heb daarvan genoten.
En toch, en toch. Er zit ook een heel dof deel in mij. Het voelt alsof ik in een soort luchtbel zit waar echte gevoelens van verdriet, gemis, niet binnen kunnen komen. Huilen lukt niet, diep eenzaamheid voel ik (nog) niet. Het voelt vreemd zo’n groot verschil tussen mijn binnen-en buitenwereld.
Gelukkig kan ik goed alleen zijn en heb ik geen moeite met stilte. Maar thuis is de stilte nu anders, leger.
Binnenkort ga ik weer naar zee bij Groote Keeten met dochter A. en man en teckel Bas. Fijn elke dag langs het strand lopen, samen of alleen. Misschien wordt daar de beschermbel doorgeprikt. En zo niet dan ga ik niet op zoek naar iets scherps om het door te prikken maar blijf ik erin tot hij zijn tijd gehad heeft. Alles heeft zijn eigen tijd.

woordenboek

Ik slaap redelijk goed maar lig geregeld ook wakker en dan denk ik aan van alles. Opeens kwam het woord ‘bedoelen’ in me op en ik dacht: zo maak je van een zelfstandig naamwoord (doel) een werkwoord door er ‘be’ voor te zetten en er ‘en’ achter te plakken. Toen lag ik nog meer van zulke woorden te bedenken maar als je weer in slaap valt dan vergeet je die weer. Gelukkig heb ik een woordenboek uit 1925 en daar kijk ik graag in. Daar plukte ik de volgende woorden uit:

Begroeten – bedanken- bedisselen- beijveren- bekampen- bekreunen- belasten- benevelen- bepoederen- berijmen- berusten- beschermen- bestempelen- bewalmen- bezegelen- bezielen.

Bij ‘bedisselen’ staat: met den dissel bewerken, gladmaken. Figuurlijk: in orde brengen, beredderen.

Toen dacht ik: wat is een dissel? Dat stond wat verderop: een bijl waarvan het vlakke of holle blad naar den steel gekromd en van binnen naar buiten schuin afgeslepen is.

Waar zo’n slapeloos uurtje al niet toe kan leiden: naar een oud woordenboek.

Verder kijken »